Bijlage IV. Begrippenlijst
De begrippen en definities in deze paragraaf zijn ook opgenomen in de [ link ] .
| Orde vangrootte | Hoogte | Voorbeelden |
| 1 e grootte | 12 m enhoger | eik, beuk, linde, kastanje, iep enplataan |
| 2 e grootte | 8-12 m | sierpeer, meeste sierkers,haagbeuk, lijsterbes, Turksehazelaar |
| 3 e grootte | 5-8 m | sierappel en meidoorn |
| 4 e grootte | 1-5 m | bolbomen zoals bolacacia,snoeivormen zoals leilinde |
Aanslagfase (ook: jeugdfase, volwassen fase, eindfase)
De fase van de eerste twee tot drie jaar na aanplant van de boom op de definitieve standplaats. Zodra de boom een acceptabele groei begint te vertonen, is dat een teken dat hij goed is aangeslagen. Voor het beheer gaat de boom dan naar de volgende fase: de jeugdfase.
Jeugdfase: fase waarin de beheermaatregelen zijn gericht op het verkrijgen van de gewenste takvrije stamlengte en een goed ontwikkelde blijvende kroon. De jeugdfase eindigt als de takvrije stamlengte is bereikt. De boom hoeft dan nog niet uitgegroeid te zijn.
Volwassen fase: in deze fase groeit de boom uit tot zijn volwassen afmetingen. Het beheer beperkt zich tot veiligheidscontroles en snoei, gericht op het beperken van risico’s voor mensen.
De fase van de eerste twee tot drie jaar na aanplant van de boom op de definitieve standplaats. Zodra de boom een acceptabele groei begint te vertonen, is dat een teken dat hij goed is aangeslagen. Voor het beheer gaat de boom dan naar de volgende fase: de jeugdfase.
Jeugdfase: fase waarin de beheermaatregelen zijn gericht op het verkrijgen van de gewenste takvrije stamlengte en een goed ontwikkelde blijvende kroon. De jeugdfase eindigt als de takvrije stamlengte is bereikt. De boom hoeft dan nog niet uitgegroeid te zijn.
Volwassen fase: in deze fase groeit de boom uit tot zijn volwassen afmetingen. Het beheer beperkt zich tot veiligheidscontroles en snoei, gericht op het beperken van risico’s voor mensen.
Eindfase: fase waarin de kwaliteit van de boom achteruit gaat. Dit uit zich onder andere door de vorming van veel dood hout, het instabiel worden van takken in de kroon, slecht sluitende wonden en gevoeligheid voor aantastingen.
Antiwortelfolie (ook wel antiworteldoek, scheidingsdoek, geotextiel, doorgroeivertragend weefsel of wortelweringsdoek genoemd)
Dit zijn geotextielen, verticaal of horizontaal toe te passen, met als doel wortels tegen te houden. Geotextielen zijn doorlaatbare textielen, meestal van polypropyleen en polyester of andere kunststoffen. Ze hebben waterdoorlatende, luchtdoorlatende en drukverdelende eigenschappen voor het scheiden van lagen. Geotextielen worden gebruikt in combinatie met grond, in water- en wegenbouwkundige toepassingen.
BEA
Bomen Effect Analyse. Gestandaardiseerde beoordeling van mogelijke effecten van bouw of aanleg voor bomen [14].
Begeleidingssnoei
Zie snoei.
Bewortelingsonderzoek
Onderzoek naar de opbouw van het wortelstelsel.
Bomendeskundige
Een European Tree Technician (zie gecertificeerd boomverzorger) of iemand met een vergelijkbare opleiding/kennisniveau.
Bomengranulaat
Korrelvormig materiaal geschikt voor bomen in verhardingen met een hoge verkeersbelasting, waar al dan niet substraat (in de betekenis van een mengsel van meststoffen) aan is toegevoegd.
Compensatiereactie
Een boom zal bij beschadigingen of andere invloeden van buitenaf een compensatiereactie laten zien.
Een boom zal bij beschadigingen of andere invloeden van buitenaf een compensatiereactie laten zien.
Dit betekent dat bijvoorbeeld wondweefsel gaat groeien bij een beschadiging, of wortels gaan groeien aan de zijde waar dit voor de stabiliteit van de boom noodzakelijk is.
Conditie en vitaliteit
De conditie is de toestand van een boom op een bepaald moment. Deze komt tot uiting in de verschijningsvorm van de boom op het moment van opname. Zowel de groeiomstandigheden als andere, meer acute invloeden van buitenaf (droogte, insecten), zijn hierin bepalend. De conditie van de boom hoeft niet aan te geven hoe de boom zich in de toekomst zal ontwikkelen. De conditie is tot op zekere hoogte meetbaar.
De conditie is de toestand van een boom op een bepaald moment. Deze komt tot uiting in de verschijningsvorm van de boom op het moment van opname. Zowel de groeiomstandigheden als andere, meer acute invloeden van buitenaf (droogte, insecten), zijn hierin bepalend. De conditie van de boom hoeft niet aan te geven hoe de boom zich in de toekomst zal ontwikkelen. De conditie is tot op zekere hoogte meetbaar.
De vitaliteit is de levens- of doorgroeikracht van de boom, anders gezegd het vermogen om op het gunstiger worden van de situatie te reageren. Deze is vooral genetisch bepaald. De vitaliteit is niet direct meetbaar. Wel kan worden gesteld dat een boom vitaal is als zijn normale levensfuncties, groei en ontwikkeling niet waarneembaar zijn geremd of gestoord.
Een slechte conditie hoeft geen teken van een slechte vitaliteit te zijn. Een goede conditie hoeft geen goede vitaliteit te betekenen.
Cunet
Een cunet is een uitgegraven gedeelte in een niet-draagkrachtige grondlaag. In deze uitgraving wordt een aardebaan aangelegd als dragend lichaam voor wegen, nutsleidingen of kabels. In het cunet wordt veelal een zandlichaam aangebracht ten behoeve van de benodigde draagkracht van een fundering.
Damwand
Een damwand is een grond- en/of waterkerende constructie, die bestaat uit een verticaal in de grond geplaatste wand. De wand bestaat uit losse elementen (planken) die door middel van een waterdichte messingen-groefverbinding (genoemd ‘slot’ bij stalen damwanden) met elkaar zijn verbonden.
Deklaag
Op verkeerswegen wordt de deklaag, ook wel toplaag genoemd, vooral gebruikt om de rijeigenschappen en de slijtweerstand van de weg te verbeteren.
Doorgroeivertragend weefsel
Zie antiwortelfolie.
Doorwortelbare ruimte
Dit is de ruimte boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand. Deze ruimte moet doordringbaar zijn voor de wortels.
ETT/ETW
Zie gecertificeerd boomverzorger.
Gecertificeerd boomverzorger
Een gecertificeerd boomverzorger heeft het diploma European Tree Technician (ETT) of European Tree Worker (ETW).
Geotextiel
Zie antiwortelfolie.
Groeiplaats
Alle onder- en bovengrondse factoren van de plek waar een boom staat, die de levensomstandigheden van de boom bepalen. Ook vaak gebruikt in de betekenis van ‘standplaats’.
Groeiplaatsconstructie
Dragende- en drukspreidende constructie voor het bieden van een geconditioneerde groeiplaats. Dit wordt ook wel een ‘tweede maaiveldconstructie’ genoemd. Onder ‘dragende- en drukspreidende constructie’ wordt een ondergrondse constructie voor het opvangen van verticale en horizontale krachten verstaan.
Grondwaterprofiel, hangwaterprofiel en contactprofiel
In een bodem met een grondwaterprofiel is het gehele jaar door grondwaterinvloed in de bewortelde zone. De grondwaterstand zakt in principe niet dieper weg dan de kritieke stijgafstand (de afstand die het water kan stijgen vanwege de capillaire opstijging; dit verschilt per grondsoort).Bij een tijdelijk grondwaterprofiel (of contactprofiel) is er een deel van het jaar grondwater invloed in de bewortelde zone. Veelal wordt het contact van de capillaire opstijging met de bewortelde zone in de loop van de zomer verbroken door het wegzakken van het grondwater.
In een bodem met een grondwaterprofiel is het gehele jaar door grondwaterinvloed in de bewortelde zone. De grondwaterstand zakt in principe niet dieper weg dan de kritieke stijgafstand (de afstand die het water kan stijgen vanwege de capillaire opstijging; dit verschilt per grondsoort).Bij een tijdelijk grondwaterprofiel (of contactprofiel) is er een deel van het jaar grondwater invloed in de bewortelde zone. Veelal wordt het contact van de capillaire opstijging met de bewortelde zone in de loop van de zomer verbroken door het wegzakken van het grondwater.
In een bodem met een hangwaterprofiel is er geen grondwaterinvloed in de bewortelde zone. De afstand van de grondwaterspiegel tot de bewortelde zone is te groot voor opstijging van vocht. De boom is voor zijn vochtvoorziening aangewezen op de neerslag en de vochtvoorraad in de doorwortelde zone.
Grond zuigen
Het door middel van een in drie richtingen beweegbare zuigmond verwijderen van grond rondom de te handhaven wortels.
Haarwortels
Jonge, niet-verhoute wortels.
Indringingsweerstand
Om een snelle indicatie voor de verdichting van de bodem te krijgen, kunnen handsonderingen worden uitgevoerd. Het resultaat van een handsondeermeting is een conusweerstand, of indringingsweerstand, uitgedrukt in MPa. In de praktijk is gebleken dat de wortelgroei stopt bij een indringingsweerstand van de bodem hoger dan 3 MPa (= 30 kg/cm2). Bij waarden van 1,5 tot 2,0 MPa zijn de omstandigheden al niet meer optimaal.
Om een snelle indicatie voor de verdichting van de bodem te krijgen, kunnen handsonderingen worden uitgevoerd. Het resultaat van een handsondeermeting is een conusweerstand, of indringingsweerstand, uitgedrukt in MPa. In de praktijk is gebleken dat de wortelgroei stopt bij een indringingsweerstand van de bodem hoger dan 3 MPa (= 30 kg/cm2). Bij waarden van 1,5 tot 2,0 MPa zijn de omstandigheden al niet meer optimaal.
De verdichting bij wegbouwkundige materialen wordt uitgedrukt in een percentage van de maximaal haalbare verdichting. Dit is de verdichtingsgraad, op basis van een proctorproef.
Kabelgoot
Kabel- en leidinggoten bestaan veelal uit rechthoekige gootelementen van gewapend beton, voorzien van betonnen deksels. Hierdoor kunnen kabels en leidingen eenvoudig worden aangebracht. Tijdens de gebruikersfase kunnen de kabel- en leidingtracés bovendien eenvoudig worden geïnspecteerd.
Kroon (boomkroon)
Het bovendeel van de boom met de zich uitspreidende takken.
Kroonprojectie
De rand van de kroon op de grond geprojecteerd.
Mantelbuis
Een buis bestemd voor de doorvoer van telefoonkabels of elektriciteitsleidingen.
Een buis bestemd voor de doorvoer van telefoonkabels of elektriciteitsleidingen.
Een mantelbuis wordt bijvoorbeeld gebruikt bij een doorvoer onder, of door een obstakel, zoals een verkeersweg, fundering of muur. Op deze manier is het mogelijk de kabels en leidingen aan te brengen of bij onderhoud te vervangen, zonder dat het obstakel afgebroken of verwijderd hoeft te worden.
MPa
MegaPascal. Een maat voor de indringingsweerstand. Zie ook verdichting.
Onderhoudssnoei
Zie snoei.
Opkroonhoogte
Zie snoei.
Pneumatisch losmaken van de bodem
Met een spuitlans en met luchtdruk losmaken van de bodem, al dan niet onder het gelijktijdig inbrengen van vaste of vloeibare bodemverbeteraars.
Redundant net
Een (tweede) net dat bij storing de functies overneemt. Redundantie komt bijvoorbeeld voor bij elektriciteitscentrales. Deze zijn met elkaar gekoppeld door middel van een hoogspanningskoppelnet, waardoor een centrale compleet afgeschakeld kan worden zonder de levering te onderbreken. Ook drinkwaterbedrijven hebben vaak twee of meer compleet onafhankelijke systemen, zodat de levering bij uitval van één systeem tenminste gedeeltelijk door kan gaan.
Sandwichconstructie
Open draag- en drukspreidende constructie van geprefabriceerde elementen die onder een verharding is aangebracht en is aangevuld met grond of bodemverbeteraar.
Schampstrook
Verhoogde strook verharding, bedoeld om schade door aanrijdingen te voorkomen. De vorm en plaatsing is zodanig dat de wielen er als het ware vanaf glijden.
Scheidingsdoek
Zie antiwortelfolie.
Snoei
Het verwijderen van takken of delen van takken. Meestal noodzakelijk om de boom aan te passen aan de standplaats. Tijdens de verschillende fasen van de boom worden verschillende vormen van snoei toegepast.
Snoei op de kwekerij: om een boom te krijgen met een stevige rechte stam en een evenwichtige kroon.
Begeleidingssnoei in dejeugdfase: begeleidingssnoei start enkele jaren na aanplant (na de aanslagfase) en duurt tot aan de volwassen fase. Het doel van begeleidingssnoei is het verkrijgen van een voldoende takvrije stam en een goed ontwikkelde, blijvende kroon. Hierbij wordt onder meer gekeken naar mogelijke toekomstige probleemtakken (met het oog op de beschikbare bovengrondse ruimte), waarbij vroegtijdig wordt ingegrepen.
Onderhoudssnoei: snoei in volwassen fase en eindfase. Gericht op de veiligheid van de omgeving. Verwijdering of inkorting van dood hout, gebroken, gescheurde of breukgevoelige takken
Vormsnoei: snoei om een specifieke kroonvorm te bereiken, zoals bij knot-, lei- en dakbomen; ook kandelaberen (het op latere leeftijd inkorten van gesteltakken met meer dan 50%) behoort tot de vormsnoei.
Snoei op de kwekerij: om een boom te krijgen met een stevige rechte stam en een evenwichtige kroon.
Begeleidingssnoei in dejeugdfase: begeleidingssnoei start enkele jaren na aanplant (na de aanslagfase) en duurt tot aan de volwassen fase. Het doel van begeleidingssnoei is het verkrijgen van een voldoende takvrije stam en een goed ontwikkelde, blijvende kroon. Hierbij wordt onder meer gekeken naar mogelijke toekomstige probleemtakken (met het oog op de beschikbare bovengrondse ruimte), waarbij vroegtijdig wordt ingegrepen.
Onderhoudssnoei: snoei in volwassen fase en eindfase. Gericht op de veiligheid van de omgeving. Verwijdering of inkorting van dood hout, gebroken, gescheurde of breukgevoelige takken
Vormsnoei: snoei om een specifieke kroonvorm te bereiken, zoals bij knot-, lei- en dakbomen; ook kandelaberen (het op latere leeftijd inkorten van gesteltakken met meer dan 50%) behoort tot de vormsnoei.
Stamvoet
Plaats waar de stam overgaat in het wortelstelsel.
Standaard RAW Bepalingen 2010
Het stelsel van juridische, administratieve en technische voorwaarden voor het samenstellen van bouwcontracten in de gww.
Standplaats
De geografische plek (locatie) waar de boom staat.
Streefbeeld
Onder het streefbeeld van een boom wordt verstaan de uiteindelijke vorm (totale hoogte, breedte, opkroonhoogte) zoals bedoeld in het ontwerp. Het uiteindelijk gerealiseerde eindbeeld van de boom is afhankelijk van de lokale omstandigheden.
Substraat
In deze publicatie gebruikt voor grondmengsels speciaal samengesteld voor bomen, te weten bomenzand of bomengranulaat. Soms ook gebruikt voor een mengsel van meststoffen.
Tweede maaiveldconstructie
Zie groeiplaatsconstructie.
Verdichting – dichtheid van de bodem – MPa
De verdichting bij wegbouwkundige materialen wordt uitgedrukt in een percentage van de maximaal haalbare verdichting. Dit is de verdichtingsgraad, op basis van een proctorproef.
Om een snelle indicatie voor de verdichting van de bodem te krijgen, kunnen handsonderingen worden uitgevoerd. Het resultaat van een handsondeermeting is een conusweerstand, of indringingsweerstand, uitgedrukt in MPa.
Om een snelle indicatie voor de verdichting van de bodem te krijgen, kunnen handsonderingen worden uitgevoerd. Het resultaat van een handsondeermeting is een conusweerstand, of indringingsweerstand, uitgedrukt in MPa.
Voedingspijler
Verticale, uit bodemverbeteraar, bomenzand of teelgrond bestaande kolom in de bodem.
Vormsnoei
Zie snoei.
VTA
Visual Tree Assessment. Een grondig visueel onderzoek van een boom om op basis van uitwendige kenmerken, knelpunten te inventariseren.
Wabo
De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) regelt de omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning is een geïntegreerde vergunning voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu.
Watershell
Kunststof cassette voor ondergrondse wateropslag, buffering en infiltratie.
Wortelgestel (ook wel wortelstelsel, wortelpakket of wortelkluit genoemd)
Het samenstel van wortels van een boom.