I.2. Wegconstructies
Wegconstructies moeten aan een groot aantal eisen voldoen om gedurende de geplande ontwerplevensduur goed te functioneren. Zo moet de wegconstructie een vlot, veilig en comfortabel berijdbaar wegdek bieden. Bij de combinatie met bomen zijn met name de volgende eisen van belang:
- Het verhardingsoppervlak moet voldoende vlak zijn
- De wegconstructie is voldoende breed en voldoende sterk
- Het verhardingsoppervlak is voldoende stroef
- De inrichting van de berm is veilig
- Boven de verharding is voldoende ruimte voor een ongehinderde verkeersafwikkeling
Uiteraard moeten wegconstructies aan nog veel meer eisen voldoen. Die staan onder meer in beschreven in overige CROW-publicaties, waaronder het ‘Handboek Wegontwerp’ [3] en de ‘Standaard RAW Bepalingen 2010’ [1], artikelen 30.2, 30.3, 30.3, 30.4, 30.5, 30.6, 31.0, 31.2, 31.3 en 31.4.
Definitie van een wegconstructie
Met het begrip wegconstructie wordt de volledige opbouw bedoeld, vanaf de – eventueel eerst afgegraven – natuurlijke ondergrond tot en met de toplaag waarover het verkeer zich beweegt. Het aantal lagen en het volumemateriaal dat zich tussen beide bevindt, kan sterk variëren. Dat is afhankelijk van de locatie, de functie en het type van de weg.
1 Het verhardingsoppervlak moet voldoende vlak zijn
Een vlak verhardingsoppervlak is essentieel om een veilige en comfortabele verkeersafwikkeling mogelijk te maken. Daarom mag het verhardingsoppervlak geen ernstige oneffenheden vertonen ook om ervoor te zorgen dat er geen plassen blijven staan.
Daarom moeten verstoringen – waaronder beworteling onder de verharding en in de fundering – worden voorkomen. Verstoringen in de lagen onder de fundering leveren weinig problemen op.
Het is van groot belang dat de aardebaan voldoende en gelijkmatig wordt verdicht. Onder invloed van het verkeer treedt dan later geen ongelijkmatige naverdichting op. Die kan de vlakheid van de verharding aantasten.(Eisen zijn verwoord in CROW-publicaties 146a, 146b en 147 [4, 5, 6] en in de Standaard RAW Bepalingen 2010 [1], artikel 3 1.27.07, tabel 31.25 verkeersklasse en artikel 31.27.07, tabel 31.26 relatie type vrachtverkeer en vrachtschade.)
2De wegconstructie is voldoende breed envoldoende sterk
De verhardingsbreedte wordt bepaald door de functie van de weg en het verwachte gebruik. De constructiedikte is afhankelijk van belasting en draagkracht van de natuurlijke ondergrond. Om de krachten goed te kunnen spreiden, is elke onderliggende laag in de constructie iets breder dan de laag erboven. Aan de onderkant van de fundering of het zandbed is de constructie 0,2 tot 0,5 m breder dan aan de bovenkant. Voorwaarden voor een voldoende sterke constructie zijn een voldoende lage grondwaterstand en een goede drooglegging van de verharding.
Eis 2: de wegconstructie is voldoende sterk – testsituatie wegfundering
3 Het verhardingsoppervlak is voldoende stroef
Veiligheid vereist een voldoende stroef wegdek. Het verhardingsoppervlak moet ruw genoeg zijn om – ook bij neerslag – banden en schoenzolen voldoende grip te geven. Blad- en vruchtval kunnen het wegoppervlak glad maken.
(Eisen zijn verwoord in de Standaard RAW Bepalingen 2010 [1], hoofdstuk 2, proef 150 Bepaling stroefheid, en artikelen 30.24.03, 30.24.04, 30.34.06, 30.32.01, 30.37.01, 30.52.01, 30.62.01, 31.22.02 en 31.32.01.)
4 De inrichting van de berm is veilig
Ook de berm moet veilig zijn, bijvoorbeeld met voldoende obstakelvrije ruimte om verkeersdeelnemers hun rijgedrag zo nodig te laten corrigeren. De afmeting is afhankelijk van het type weg en de snelheid van het verkeer. Bij onvoldoende obstakelvrije ruimte kan de veiligheid worden verbeterd door een afschermingsvoorziening toe te passen. (Eisen zijn verwoord in het kennisproduct ‘Veilige inrichting van bermen – Niet-autosnelwegen buiten de bebouwde kom’ [7].)
5 Boven de verharding is voldoende ruimte voor een ongehinderde verkeersafwikkeling
Boven de verharding moet voldoende vrije ruimte zijn in verband met de doorrijhoogte.
(Eisen zijn verwoord in Handboek Wegontwerp, ASVV, Ontwerpwijzer fietsverkeer [3, 12, 18].)
Tabel 12. Profiel van vrije ruimte bovenverharding
| Profiel vanvrije ruimte | Opkroonhoogte 1) | |
| Erftoegangsweg | 4,5 m | 6-8 m |
| Gebiedsontsluitingsweg | 4,5 m | 6-8 m |
| Fietspad | 2,5 m | 3-6 m |
| 1) Staat niet in CROW-richtlijnen, maar is afhankelijk van de boomsoort. De takvrije stam (opkroonhoogte) moet in verband met het mogelijk door zakken van takken altijd hoger zijn dan het profiel van vrije ruimte. | ||