Verdichting van de grond rondom bomen
Beschrijving en oorzaken
De grond rondom bomen kan om verschillende redenen (te) sterk verdicht zijn, of raken. In sterk verdichte grond kunnen geen wortels groeien. Ook is onvoldoende voeding en lucht aanwezig, onder andere omdat het bodemleven sterft of nooit aanwezig is geweest. De mate van verdichting van de bodem wordt uitgedrukt in MPa. In de praktijk is gebleken dat de wortelgroei stopt bij een indringingsweerstand van de bodem hoger dan 3 MPa (= 30 kg/cm2). Bij waarden van 1,5 tot 2,0 MPa zijn de omstandigheden al niet meer optimaal.
Mogelijke oplossingen
| Aanvullende maatregelen (eventueel in combinatie) | Aandachtspunten | |
| Bij gelijkblijvend profiel | ||
| Verbetering van de groeiplaats van de boom of bomen § 5.4 | Oorzaak verdichting wegnemen | Bijvoorbeeld door de verkeersdruk te verminderen |
| Verhardingsconstructie (deels) aanpassen - toepassing van bomenzand of bomengranulaat in fundering § 5.2.1, § 5.2.2 - groeiplaatsconstructie of sandwichconstructie § 5.2.3, § 5.2.4, § 5.2.5 | Keuze voor toe te passen bomenzand, granulaat, groeiplaatsconstructie of sandwichconstructie afstemmen op huidige en te verwachten belasting van de verharding | |
| Als bouwwerkzaamheden de oorzaak zijn: maatregelen treffen om (verdere) verdichting tegen te gaan § 3.5 | Bijvoorbeeld: aanbrengen zware rijplaten, betonplaten of draglineschotten; afscherming doorwortelde zone met bouwhekken; zorgvuldige plaatsing van bouwketen rond de stam; geen opslag van materialen binnen de doorwortelde zone; geen ophoging met teelaarde of ander materiaal | |
| Opties bij aanpassing profiel | ||
| Verharding die verdichting veroorzaakt aanpassen, uitbreiding onverharde boomspiegel | Grotere uitbreiding onverharde ruimte door aanleg groenstrook of wegversmalling | |
| Verbetering van de groeiplaats van de boom of bomen § 5.4 | ||
| Verhardingsconstructie (deels) aanpassen - toepassing van bomenzand of bomengranulaat in fundering § 5.2.1, § 5.2.2 - groeiplaatsconstructie of sandwichconstructie § 5.2.3, § 5.2.4, § 5.2.5 | ||