Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Combineren van onder- en bovengrondse infrastructuur met bomen
Deze tekst is gepubliceerd op 10-12-12

Wortelgeleiding en -wering

Toepassing
In de bodem aanbrengen van een fysieke afscheiding van platen, schermen of (antiwortel)­folie – verticaal of onder een hoek – om wortelgroei buiten de afgescheiden zone te voorkomen (wortelwering) of om de wortels te geleiden (wortelgeleiding).
Fysieke afscheidingen worden in de lengterichting toegepast – parallel aan de ondergrondse voorzieningen – en niet rond de kluit.
Voordelen
Deze methode is flexibel qua vormgeving en diepte. Bij juiste toepassing is sturing van de beworteling mogelijk met het juiste type wortelwand.
Dankzij de bescherming van achterliggende ondergrondse voorzieningen, kunnen bomen en ondergrondse voorzieningen op korte afstand van elkaar worden geplaatst. Ook kan, bij de juiste toepassing, opdruk aan bestrating worden voorkomen.
Nadelen
De methode is mechanisch kwetsbaar. Vooral bij latere graafwerkzaamheden wordt de wortelbarrière vaak opgeheven zonder dat deze hierna weer wordt hersteld. De kans op verzakking en beschadiging bij plaatsing in gras is relatief groot (maaien), langs verharding is deze kans minder groot.
Het is noodzakelijk zorgvuldig te onderzoeken welk type wand zich leent voor de plaatselijke omstandigheden. Vervolgens is deskundige toepassing noodzakelijk omdat bomen het obstakel in de ondergrond vaak toch kunnen ‘omgroeien’, waardoor niet het beoogde resultaat wordt gehaald.
Praktijkervaring wijst uit dat een doek of folie in horizontale richting averechts kan werken. Wortels groeien vaak juist langs scheidingsvlakken. Daardoor ontstaat juist extra wortelgroei. De wortelwerende en geleidende voorzieningen mogen niet worden doorkruist door kabels en leidingen. De openingen die hierdoor ontstaan kunnen voldoende zijn om wortels door te laten. Wanneer de wortelruimte van de boom te veel wordt ingeperkt door een wortelwerende constructie, stagneert de groei van de boom.
Praktijkinformatie
Randvoorwaarden voor het plaatsen van wortelschermen zijn:
  • tot 20 cm boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand bij gebruik van geleidingswanden;
  • bij diepe grondwaterstanden of het ontbreken van grondwater tot tot minimaal 15 cm diepte aanbrengen onder de laagst liggende kabel of leiding;
  • goed aansluiten tussen of direct tegen de onderzijde van de verharding;
  • minimaal 150 tot 200 cm bij nieuwe bomen vandaan plaatsen;
  • er moet voldoende doorwortelbare ruimte overblijven.
Als vanwege een fysieke afscheiding geleidelijk een min of meer eenzijdig wortelpakket wordt gevormd, levert dit in het algemeen geen probleem op voor de stabiliteit van de boom. Antiwortelfolie laat geen lucht en water door. Antiwortelfolie moet niet worden verward met horizontaal onkruiddoek, dat wel waterdoorlatend is en niet wortelbestendig.
RAW
Resultaatsbeschrijvingen
51.16.03 Aanbrengen wortelscherm (m1)
51.16.04 Aanbrengen wortelscherm (st)

Verticaal geplaatste kunststof elementen als wortelwering

[ link ]

Onderscheid tussen wortelgeleiding en wortelwering

[ link ]

Illustratie van het mechanisme van een afscherming tussen boomwortels en kabels