Kosten ramen
Na het bepalen van de objectindeling kan de kostendeskundige de kosten gaan ramen. Er wordt door de opdrachtgever en kostendeskundige onderling afgesproken welke kosten onder de investering en welke onder de instandhouding vallen. Meestal wordt de periode tot en met de oplevering van een asset onder investering verstaan. De daarna volgende activiteiten worden gewoonlijk als instandhoudingskosten gezien, zoals het (administratieve) beheer, onderhoud, verzekeringen, energie, bediening en de ontmanteling.
Zowel de investerings- als instandhoudingskosten worden in de kostencategorieën bouwkosten, engineeringskosten, vastgoedkosten en overige bijkomende kosten onderverdeeld (par. 3.5).
Per kostencategorie worden de kosten in een kostengroep geplaatst bestaande uit de directe kosten benoemd, directe kosten nader te detailleren, indirecte kosten en de objectrisicoreservering (par. 3.6). Als laatste worden de kostencategorieën objectoverstijgende risicoreserveringen btw toegevoegd om de raming te completeren.
Per kostencategorie worden de kosten in een kostengroep geplaatst bestaande uit de directe kosten benoemd, directe kosten nader te detailleren, indirecte kosten en de objectrisicoreservering (par. 3.6). Als laatste worden de kostencategorieën objectoverstijgende risicoreserveringen btw toegevoegd om de raming te completeren.
Naast de geraamde kosten biedt de SSK-2018 ook de mogelijkheid om een onzekerheidsreserve (ter vermindering van de overschrijdingskans van het geraamde bedrag), de reservering scopewijzigingen en gerealiseerde kosten aan de raming toe te voegen (par. 3.6). De onzekerheidsreserve kan, afhankelijk van de gewenste overschrijdingskans, met een probabilistische simulatie worden onderbouwd (par. 4.4). De reservering scopewijzigingen en gerealiseerde kosten worden door de opdrachtgever aan de kostendeskundige geleverd om mee te nemen in het kosten- en managementoverzicht.
Het aan te houden budget is het totaal van de geraamde kosten, de onzekerheidsreserve, reservering scopewijzigingen en gerealiseerde kosten, en dekt de gehele scope.
Een aandachtspunt is de periode waarover de investerings- als instandhoudingskosten worden bepaald, de levenscyclus. De levenscyclus van een object kan zodanig lang zijn dat de kostendeskundige geen inzicht heeft in de termijn waarop het object het einde van de levenscyclus bereikt. Of van het object is te weinig bekend om de levenscyclus te bepalen. Van geval tot geval moet worden afgesproken tussen opdrachtgever en kostendeskundige welke levenscyclus wordt gehanteerd (par. 3.8). Wanneer alleen een raming van de investeringskosten zonder contante waarde wordt gevraagd kan een levenscyclus van 1 jaar worden aangehouden.
De SSK-2018raming dient aan de volgende eisen te voldoen:
- De raming omvat de volledige scope en een decompositie van de scope in objecten. De indeling is duidelijk en logisch en sluit aan bij de met de opdrachtgever overeengekomen opdeling.
- De raming omvat overeenkomstig met de afspraken met de opdrachtgever de investeringskosten, de instandhoudingskosten of de levenscycluskosten (geheel van investerings- en instandhoudingskosten).
- De raming bevat een inhoudsopgave, colofon, managementoverzicht, kostenoverzicht, onderbouwing objectoverstijgende risicoreservering en de objectraming(en) (par. 3.2 t/m 3.4). De kostendeskundige kan desgewenst aanvullende overzichten toevoegen zoals een ‘hoeveelhedenboek’ of een ‘prijzenboek’.
- Het uitwerkingsniveau van de objectramingen past bij de fase in het ontwerpproces en het gebruiksdoel van de raming. Dit uitwerkingsniveau wordt vooraf overeengekomen tussen kostendeskundige en opdrachtgever.
- De objecten hebben een levenscyclus die is overeengekomen met de opdrachtgever.
- Een raming moet onderbouwd zijn met activiteitsomschrijvingen, hoeveelheden en eenheidsprijzen.
- Een raming is, indien aanwezig, voorzien van een verwijzing naar de benoemde risico’s uit het risicoregister. De risico’s worden met een kans van optreden × gevolgkosten in de raming opgenomen.
- De raming moet bedrijfseconomisch zijn en de invloeden van de markt moeten buiten beschouwing worden gelaten.
- Alle kosten binnen een raming moeten hetzelfde actuele en duidelijk vermelde prijspeil hebben.
- Bij gebruik van indexeringen moeten de bronnen en de berekeningswijze duidelijk zijn vastgelegd.
De opdrachtgever kan aanvullend de volgende eisen stellen: - Een hoeveelhedenboek en prijzenboek met een onderbouwing van de hoeveelheden en eenheidsprijzen die in de raming zijn gebruikt.
- De contante waarde en bij alle activiteiten een jaarfrequentie, startjaar en eindjaar.
- Alle kosten binnen de raming moeten dezelfde en duidelijk vermelde discontovoet hebben (par. 3.8).
- Een probabilistische raming (par. 4.4) waarvoor onzekerheden in de frequenties, hoeveelheden, eenheidsprijzen en percentages worden opgenomen in de raming door middel van een laagste (L) en uiterste (U) waarde rondom de top (T) waarde. Als resultaat van de onafhankelijke probabilistische raming zal de gevoeligheidsanalyse worden gepresenteerd in de raming. De verschuiving wordt als resultaat van de basis-afhankelijke probabilistische raming in de raming opgenomen. Tevens wordt de variatiecoëfficiënt alsmede de bandbreedte bij een 70%-betrouwbaarheidsinterval opgenomen in het managementoverzicht. Als de maximale gestelde variatiecoëfficiënt wordt overschreden, moet worden verklaard waarom deze niet haalbaar is.
- Er wordt aangeven of gerealiseerde kosten, de onzekerheidsreserve en/of de reservering scopewijzigingen in het managementoverzicht vermeld moeten worden.
- De raming wordt voorzien van een ‘second opinion’ van een andere kostendeskundige, eventueel van een extern bureau.