Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Standaardsystematiek voor kostenramingen – SSK-2018
Deze tekst is gepubliceerd op 26-04-18

Objectraming

Een raming is voorzien van een of meer objecten, waarin de kosten per object in een objectraming onderbouwd worden. Het abstractieniveau van de objecten kent een grote mate van vrijheid. Een polder met een oppervlakte van vele vierkante kilometers is een object, maar een dijk die door die polder loopt is dat ook. Een strikte toepassing van de objectgerichte benadering maakt het mogelijk om de kosteninformatie te koppelen aan andere objectinformatie die in het BGT/IMBOR is vastgelegd.
In de objectraming zijn alle activiteiten opgenomen die bij het object behoren. Het is mogelijk om een object te ramen waarbij niet alle kostencategorieën van toepassing zijn, maar bijvoorbeeld alleen bouw- en vastgoedkosten.
In het Rekenmodel SSK-2018 is de mogelijkheid opgenomen om objecten ‘aan/uit’ te zetten, ofwel wel/niet mee te nemen op het managementoverzicht. Het is mogelijk om in een latere fase van het project eventuele scopewijzigingen als nieuw(e) object(en) aan de raming toe te voegen. Per object worden de investeringskosten en de instandhoudingskosten als aparte werkbladen gepresenteerd (in de koptekst wordt aangegeven om welk type kosten het gaat).
[ link ]

Voorbeeld van een objectraming de instandhoudingskosten van een viaduct zijn geraamd. In dit voorbeeld zijn alleen de bouwkosten weergegeven.
Met de ‘frequentie’ wordt aangegeven hoe vaak een activiteit voorkomt. Een ‘2’ betekent twee keer per jaar en ‘1/20’ één keer per 20 jaar.
Bij ‘Vanaf jaar’ en ‘T/m jaar’ kan worden aangegeven wanneer een activiteit start en eindigt. In dit voorbeeld is het viaduct in jaar 1 gebouwd en start de eerste vervanging van de voegconstructie 20 jaar later (vanaf jaar 21). Automatisch wordt hiermee bepaald hoe vaak de activiteit gedurende de levenscyclus voorkomt, in dit geval 5 keer.

Bij het bepalen van de levenscycluskosten speelt naast de factor ‘kosten’ ook de factor ‘tijd’ een rol. De kosten zullen op verschillende tijdstippen gedurende de levenscyclus voorkomen. Dit geldt voor investeringen die gedurende enkele bouwjaren worden gedaan, maar ook voor instandhoudingsmaatregelen die bijvoorbeeld met verschillende intervallen pas na de bouw (investeringskosten) worden uitgevoerd. Met het gebruik van de jaarfrequentie, startjaar en eindjaar per activiteit wordt de contante waarde berekend.
Als er sprake is van een probabilistische raming kunnen de kolommen voor spreidingen ook worden ingevuld.
Wanneer een risicoreservering is bepaald, kan deze worden toegevoegd aan de objectraming of gemotiveerd buiten het object worden gehouden en worden opgenomen in de kostencategorie ‘objectoverstijgende risicoreservering’ (apart werkblad in rekenmodel).