Inleiding
De Standaard Systematiek Kostenramingen 2018, kortweg SSK-2018, is een systematiek voor het opstellen, vastleggen en delen van ramingen in met name de grond-, weg- en waterbouw en de woning- en utiliteitsbouw. De systematiek geeft opstellers en gebruikers van ramingen in Nederland een wijze om de kosten van ‘assets’ te ramen en uit te wisselen. Het biedt hiervoor een uniforme werkwijze, structuur en een eenduidig begrippenkader. Dit maakt ramingen overzichtelijk en onderling vergelijkbaar.
De systematiek is een gezamenlijk product van nagenoeg alle partijen die in de bouwsector ramingen opstellen en gebruiken. In wisselende rollen zijn dit de rijksoverheid, provincies, gemeenten, waterschappen, nutsbedrijven en particuliere bedrijven, waaronder bouwondernemingen, ingenieursbureaus en adviesbureaus.
De SSK-2018 zorgt ervoor dat er wordt aangesloten op de actuele inzichten op het vlak van kostenmanagement. Ramingen worden gemaakt door kostendeskundigen, maar een veel bredere groep betrokkenen maakt gebruik van de resultaten en interpreteert de ramingen. Het gaat hierbij niet alleen om opdrachtgevers, projectleiders, bedrijfsleiders, leveranciers en ontwerpers, maar bijvoorbeeld ook om politici, bestuurders en beleidsmakers. Allen hebben belang bij een heldere en gestructureerde raming die aansluit op hun vragen. De uitgangspunten en onzekerheden moeten daarbij helder zijn en de geproduceerde cijfers moeten begrijpelijk zijn. Het communicatieve aspect speelt dus een grote rol. Daarom is het essentieel dat begrippen eenduidig zijn, de resultaten uniform worden gepresenteerd en dat verantwoordelijkheden zijn afgebakend.
Deze publicatie bouwt voort op de in 2010 verschenen publicatie ‘Standaardsystematiek voor Kostenramingen, SSK-2010’, publicatie 137, 3e herziene druk en is op een aantal belangrijke punten verbeterd. Een belangrijke verbetering in de SSK-2018 is de verdere integratie van levenscycluskosten en bijbehorende begripsomschrijvingen, berekeningswijze en de positionering in de presentatie van alle kosten. Waar bijvoorbeeld in de vorige SSK-publicaties werd gesproken over ‘project’ en ‘projectkosten’ is dit aangepast naar ‘asset’ en ‘levenscycluskosten’.
Afhankelijk van het doel van de raming kan een deel van de levenscycluskosten worden geraamd, bijvoorbeeld alleen de investeringskosten of alleen de instandhoudingskosten. Door niet meer van een project uit te gaan sluit de SSK-2018 beter aan op de behoefte vanuit het vakgebied assetmanagement om ook incidentele maatregelen te kunnen ramen, zoals een onderhoudsingreep.
De kracht van de systematiek ligt in de presentatie in een uniform ‘managementoverzicht’ waarmee alle kosten in een oogopslag inzichtelijk zijn. Het managementoverzicht (voorheen ‘kostensamenvatting’) is overzichtelijker gemaakt met de indeling van investeringskosten en instandhoudingskosten die samen levenscycluskosten vormen. Ook zijn de voorziene kosten en de risicoreservering in het managementoverzicht apart inzichtelijk. Nieuw zijn de contante waarde die met een bandbreedte wordt aangegeven, alsmede de equivalente jaarlijkse kosten, een indicator waarmee assets met verschillende levenscycli financieel met elkaar kunnen worden vergeleken. Daarnaast zijn er verduidelijkingen opgenomen in de uitgangspunten voor de probabilistische berekening en zijn de begrippen geactualiseerd.
Onveranderd blijft de ramingsstructuur waarbij een asset altijd in één of meerdere objectramingen wordt verdeeld. Door uit te gaan van objecten, sluit de systematiek aan op de per 1 juli 2017 van kracht geworden wet ‘Basisregistratie Grootschalige Topografie’ (BGT) en de daarvan afgeleide en in ontwikkeling zijnde objectgeoriënteerde databibliotheken zoals IMGeo en IMBOR.
Met de systematiek wordt tevens een handreiking gegeven voor het doorlopen van een ramingsproces, het opstellen van de raming, het ramen van onzekerheden, het controleren van de raming en de samenhang met andere systematieken. Met een begrippenkader en een aantal praktische voorbeelden wordt de lezer door de systematiek geleid.
Om aan te sluiten bij de hedendaagse werkwijzen is de publicatie digitaal gemaakt als kennismodule binnen de Online Kennisbank van CROW. De SSK-2018 wordt door CROW ondersteund met een te downloaden rekenmodel. Met het rekenmodel kan een deterministische raming worden opgesteld. Voor het probabilistisch doorrekenen van het model kan software van derden worden gebruikt. De structuur van het rekenmodel is leidend, toevoegingen in het rekenmodel dienen de structuur niet te beïnvloeden. Bij aanpassingen van het rekenmodel vervalt de ondersteuning van uit de CROW Helpdesk.
Bij de totstandkoming van de SSK-2018 heeft de programmacommissie als klankboord en fiatteur opgetreden. De programmacommissie bestond uit:
- Derk-Jan Raven – Ingenieursbureau Rotterdam (namens de G4)
- Gerard Filé – Royal HaskoningDHV (namens NLingenieurs)
- Idse Overwijk – ProRail
- Jan Schenk – Van Hattum en Blankevoort (namens Bouwend Nederland)
- Jeroen Oehler – Rijksvastgoedbedrijf (voorzitter)
- John Leguijt – Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (namens Platform Waterschappen)
- Martijn Gesink – Kodos (namens DACE/NVBK)
- Rob Bosma – Provincie Groningen (namens Vakberaad Beheer en Bouw)
- Roy Voorend – CROW (secretaris)
- Ton de Vries – Rijkswaterstaat
- Ton Hesselmans – CROW (projectmanager)
De werkgroep heeft de totstandkoming verzorgd, en bestond uit:
- Ad Honkoop, Gemeente Amsterdam
- Arjen Mink, Provincie Noord-Holland
- Casper Lagerweij, ProRail
- Diederik Zuiderwijk, Kodos (rapporteur)
- Erik Schulte Fischedick, Witteveen+Bos
- Hassan Jamaladdin, Provincie Utrecht
- Ismail Gözüberk, Hoogheemraadschap van Rijnland
- Joep van de Meer, Kosten&Kennis (cursus)
- Joost Kuijs, Dura Vermeer
- Marcel Volleberg, Arcadis
- Martijn van Dijken, Heijmans
- Rob Treiture, Rijkswaterstaat
- Roy Voorend, CROW (voorzitter)
- Wim Schans, Provincie Gelderland
Daarnaast is de werkgroep geadviseerd door deskundigen uit de vakgebieden kostenmanagement, economie en statistiek. De werkgroep is met specialistische kennis ondersteund door Arno Willems (Iv-Infra), Jort van Woggelum (Ter Zake Excel) en Siemen Prins (Rijkswaterstaat).
Dit project is mede tot stand gekomen door financiële steun van het Fonds Collectieve Kennis – CT en het Kennis Partnerschap Provincies, waarvoor dank.