Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Handboek natuursteenbestrating
Deze tekst is gepubliceerd op 19-10-15

Afvoersystemen

De afwatering van natuursteen is uiteraard afhankelijk van het aangebrachte afschot, maar ook van de ruwheid van het steenoppervlak en de breedte van de verharding. Het is de bedoeling dat geen plassen blijven staan op de wegen of pleinen en dat hemelwater snel wordt afgevoerd. Daarvoor is een minimaal afschot noodzakelijk. Te grote afwateringspercentages maken de beloopbaarheid moeilijk, zeker bij sneeuwval of ijzel. Daarom wordt aan het afschot een bovengrens van 4% gesteld.
Afstromend regenwater kan op verschillende manieren worden opgevangen. De figuren 31, 32 en 33 tonen enige voorbeelden van mogelijke oplossingen.
[ link ]

Figuur 31. Detail van de overgang tussen een rij­baan en een verhoogd voetpad

[ link ]

Figuur 32. Voorbeeld van een molgoot van natuursteenkeien op een betonnen sloof

[ link ]

Figuur 33. Voorbeeld van een prefab gootelement van natuursteen op een fundering

Straatkolken aan de zijkant van de weg kunnen doorgaans een wegoppervlak van 100 tot 200 m2 afwateren. Trottoirkolken die zich op het grensvlak van trottoir en weg bevinden, hebben meestal een vergelijkbare opvangcapaciteit. De natuurstenen bestrating moet tussen de trottoirkolken iets hoger worden gestraat voor een betere afstroming (zie figuur 34). In hellende straten moet dit per geval worden bekeken. Als vallende bladeren de afwateringsvoorzieningen kunnen verstoppen, wordt de onderlinge afstand van de wateropvangvoorzieningen meestal kleiner gemaakt.
[ link ]

Figuur 34. Straatkolk

Vooral bij de bepaling van de voegen in de natuursteen is het van belang te weten of er zettingen zijn te verwachten en of deze plaatselijk kunnen zijn. Dit geldt natuurlijk ook voor de gehele constructie.
Voor grote pleinen of sierbestrating wordt vaak lijnontwatering toegepast; figuur 35 toont hiervan een voorbeeld. Deze manier van ontwateren heeft het voordeel dat een betere indeling in grote ruimten mogelijk is. De goten kunnen van verschillende roosters worden voorzien, afhankelijk van de esthetische eisen van de architecten. Het schoonmaken van de goten geschiedt met een hogedrukslang en water. Het straatvuil wordt opgevangen in opvangbakken. Bochten worden gemaakt door kleine elementen van 0,50 m te gebruiken.
[ link ]

Figuur 35. Lijnontwatering

Een verholen goot is een vorm van lijnontwatering waarbij op het straatniveau alleen een sleuf met een breedte van ongeveer 20 mm is te zien. De rest van de afwatering ligt net onder het straatoppervlak. Met dit systeem kunnen ook bochten worden aangelegd. Het systeem is mooi maar moeilijk schoon te houden.
Een nieuwe ontwikkeling is het toepassen van een speciale fundering onder de bestrating, welke dient als afvoer naar het grondwater of via drains naar een sloot. Het grote voordeel is dat geen kolken nodig zijn of een andere wateropvang en riolering. Wel is een goed waterdoorlatende fundering vereist, dat wil zeggen een fundering met een doorlatendheid van minimaal 10-2 m/s.
In het algemeen is een snelle afvoer van regenwater via het oppervlak een eerste vereiste. Dit geldt in het bijzonder bij vorst, om tegen te gaan dat water op het wegoppervlak bevriest. Is een snelle afvoer niet mogelijk of zijn de voegen waterdoorlatend, dan moet de fundering aan bepaalde eisen voldoen, zoals aangegeven in 3.9.2.