Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Straatwerk vergeleken
Deze tekst is gepubliceerd op 13-10-15

Constructief

Een bestrating moet een lange levensduur hebben en weinig onderhoud vereisen. Dit betekent dat er aan een groot aantal constructieve eisen moet worden voldaan:
  • Het is belangrijk dat de stenen tijdens het gebruik op hun plaats blijven en niet verschuiven. Dit wordt vooral bereikt door een voldoende zware kantopsluiting (veel gewicht), het vullen van de voegen en het gevuld houden van de voegen.
  • Er moet voldoende lastoverdracht tussen de elementen optreden. Dit wordt bereikt door het gebruik van hoekig voegzand zonder kleibestanddelen (bijvoorbeeld brekerzand).
  • De constructie moet een juiste opbouw hebben. De dikte en de kwaliteit van het zandbed en die van de (eventuele) fundering moeten zijn afgestemd op het draagvermogen van de ondergrond en de desbetreffende verkeersbelasting (zie C.R.O.W-publikatie 25, ‘Handleiding ontwerp van wegen in betonsteen’). De straatlaag moet uit stabiel materiaal bestaan (bijvoorbeeld brekerzand). De constructie dient vorstbestendig te zijn.
  • De zetting van de constructie dient beperkt te blijven. Zettingsverschillen werken onvlakheid in de hand.
  • Gegraven sleuven voor kabels, leidingen en riolen dienen bij het aanvullen bijzonder goed te worden verdicht. Binnen de levensduur van de bestrating moet nogal eens worden gewerkt aan kabels, leidingen en riolen; dit is niet bevorderlijk voor de homogeniteit van de onderbouw. Behalve een homogene onderbouw is gelijkmatige verdichting van de funderingslagen een vereiste om te komen tot een langdurig vlakke bestrating.
  • De waterindringing wordt tegengegaan door voldoende vlakheid, afschot en tonrondte van de bestrating en afdoende vulling van de voegen. Tijdig herstel van plaatselijke onvlakheden voorkomt dat water zich op het wegdek verzamelt en daarmee de waterindringing bevordert.
[ link ]

Figuur 31. Voorbeeld van een steen met verengde (‘splintervrije’) kop