Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Handboek Verkeersveiligheid
Deze tekst is gepubliceerd op 21-06-13

Snelheid en snelheidskeuze

Snelheidslimieten worden op grote schaal overtreden. Overtredingspercentages van meer dan 50% zijn geen uitzondering. Er zijn verschillende redenen dat de limiet wordt overtreden en die hebben te maken met motieven of eigenschappen van de bestuurder, kenmerken van de weg en kenmerken van het voertuig.
Aangezien alle auto's een snelheidsmeter hebben, zijn rijsnelheid en snelheidsovertredingen in principe het resultaat van een bewuste keuze. Vaak kiezen bestuurders inderdaad bewust de rijsnelheid. Redenen om zich aan een limiet te houden zijn bijvoorbeeld veiligheid en het vermijden van een bekeuring; redenen om harder dan de limiet te rijden zijn bijvoorbeeld haast en plezier in snel rijden of het aanpassen aan het overige verkeer.
Rijsnelheid en snelheidsovertredingen zijn echter soms ook het resultaat van een onbewust proces, waarin subjectieve perceptie van de snelheid een belangrijke rol speelt. Wanneer iemand de eigen snelheid onderschat, kan dat gevaarlijk zijn. Dit gebeurt bijvoorbeeld als men lange tijd met hoge snelheid heeft gereden en daarna langzamer moet rijden, zoals na het verlaten van de autosnelweg of bij het binnenrijden van de bebouwde kom.
De wegkenmerken en de kenmerken van de directe omgeving hebben ook een duidelijke invloed op de snelheidskeuze. Iedereen kent wel voorbeelden van wegen die een heel andere limiet hebben dan verwacht, die als het ware een te hoge snelheid ‘uitlokken’. Kenmerken van de weg en de wegomgeving die de snelheidskeuze (mede) bepalen hebben te maken met het dwarsprofel (bijvoorbeeld wegbreedte, aan/afwezigheid van een fietspad) het alignement (bijvoorbeeld bochtigheid) en met de directe omgeving van de weg (bijvoorbeeld bebouwing of begroeiing langs de weg). Op heel open wegen met weinig begroeiing of bebouwing langs de weg kan de snelheid worden onderschat. Dat komt omdat snelheidsperceptie vooral wordt bepaald door de informatie die via het perifere (zijdelingse) gezichtsveld binnenkomt en minder door informatie via het centrale gezichtsveld.
De afwezigheid van verticale elementen in het perifere gezichtsveld, zoals bomen en bebouwing, maakt dat men voor het gevoel langzamer rijdt dan in werkelijkheid het geval is.
Tot slot zijn er bepaalde kenmerken van het voertuig die onbewust kunnen leiden tot hogere snelheden dan gewenst. Zo zijn het geluidsniveau en de trillingen in de auto bij hogere snelheden de laatste decennia sterk afgenomen. Juist geluid en trillingen geven feedback over de snelheid. Ook zijn tegenwoordig de SUV (Sports Utility Vehicle) en andere jeepachtige auto's erg populair. Deze voertuigen staan hoog op de wielen en dat vertekent de beleving van snelheid; het lijkt alsof men langzamer rijdt. In een rijsimulator zonder snelheidsmeter reden proefpersonen gemiddeld 7 km/h harder wanneer zij de situatie op hoogte van een SUV kregen aangeboden dan wanneer dat op hoogte van een sportauto was. Tweederde van de proefpersonen waren zich er niet van bewust dat ze op SUV-hoogte harder reden en sommigen dachten zelfs dat ze langzamer reden [11.42].