2.9 Ramen van de kosten (per vakgebied)
Hieronder wordt een toelichting gegeven op het ramen van de kosten voor groot onderhoud, klein onderhoud en vervangingen.
Uitgangspunten in de Beheersystematiek Verhardingen zijn:
- Het ramen van de kosten voor groot onderhoud en vervangingen ten behoeve van de organisatiebegroting is volledig theoretisch. Dit is de scheiding tussen begroten en het plannen van activiteiten uit de Beheersystematiek Openbare Ruimte. De doorkijk van deze begroting is minimaal tien jaar en loopt daarmee van jaar 1 tot en met 10.
- Het ramen van de kosten van groot onderhoud en vervangingen als onderdeel van de voorbereiding van de werkzaamheden gebeurt op basis van de beschikbare inspectiegegevens. De kostenraming heeft betrekking op de daadwerkelijk voorgenomen activiteiten in planjaar 1 – 2 en voor de bijzondere projecten op de middellangetermijn.
Theoretische raming kosten groot onderhoud
Groot onderhoud bij verhardingen betreft maatregelen aan de bovenlaag, tussenlaag en bij uitzondering aan de onderlaag. Het betreft niet maatregelen aan fundering en zandbed (de onderbouw).
De definitie van groot onderhoud is het uitvoeren van correctieve maatregelen als gevolg van slijtage na een langere periode van gebruik om een het kapitaalgoed in goede staat te houden of te brengen. Groot onderhoud is ingrijpend van aard en betreft een groot of belangrijk deel van het kapitaalgoed.
Echter, de grenzen tussen groot en klein onderhoud kunnen per organisatie verschillen. Hier ligt een relatie met de maatregelstrategie uit de Beheerstrategie per vakgebied. Stap één bij het ramen van de kosten voor groot onderhoud is het vastleggen van de grens tussen groot en klein onderhoud.
Echter, de grenzen tussen groot en klein onderhoud kunnen per organisatie verschillen. Hier ligt een relatie met de maatregelstrategie uit de Beheerstrategie per vakgebied. Stap één bij het ramen van de kosten voor groot onderhoud is het vastleggen van de grens tussen groot en klein onderhoud.
Voorbeeld:
Er zijn organisaties die ervoor kiezen om weinig groot onderhoud uit te voeren en het kapitaalgoed constructief op orde te houden door middel van veel klein onderhoud. De belangrijkste motivatie voor deze werkwijze is het laag houden van de grootonderhoudskosten in de begroting. Tegelijkertijd gaat de kostenpost voor klein onderhoud omhoog. Via het monitoren van de levensduurkosten wordt inzichtelijk of deze werkwijze tot hogere levensduurkosten leidt of niet.
Er zijn organisaties die ervoor kiezen om weinig groot onderhoud uit te voeren en het kapitaalgoed constructief op orde te houden door middel van veel klein onderhoud. De belangrijkste motivatie voor deze werkwijze is het laag houden van de grootonderhoudskosten in de begroting. Tegelijkertijd gaat de kostenpost voor klein onderhoud omhoog. Via het monitoren van de levensduurkosten wordt inzichtelijk of deze werkwijze tot hogere levensduurkosten leidt of niet.
Voor het theoretisch ramen van de kosten voor het groot onderhoud wordt gebruik gemaakt van onderhoudscycli. De raming is alleen betrouwbaar als de onderhoudscycli en de gebruikte prijzen betrouwbaar zijn. Voor betrouwbare onderhoudscycli is nodig:
- Het juiste jaar van het laatst uitgevoerde groot onderhoud, of het jaar van aanleg als er nog geen groot onderhoud is uitgevoerd.
- Een onderhoudscyclus die past bij de constructie, ondergrond en gebruik.
Met behulp van de onderhoudscycli worden de kosten per jaar geraamd, dus niet gemiddeld over de theoretische levensduur.
Voorbeeld:
De elementenverharding wordt na 15 jaar herstraat. Voor de jaren 1 tot en met 14 zijn er geen kosten voor groot onderhoud.
De elementenverharding wordt na 15 jaar herstraat. Voor de jaren 1 tot en met 14 zijn er geen kosten voor groot onderhoud.
Vervolgens worden de jaarkosten gesommeerd.
Tabel V34: Voorbeeld van sommeren jaarkosten
Jaar | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 |
Wegvak 1 | - | - | - | - | - | - | - | € 290.000 | - | - |
Wegvak 2 | - | - | - | - | - | € 750.000 | - | - | - | - |
Wegvak 3 | - | - | - | - | - | - | - | € 100.000 | - | - |
Wegvak 4 | € 30.000 | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
Wegvak 5 | € 450.000 | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
Jaarkosten | € 480.000 | € 750.000 | € 390.000 |
De daadwerkelijke planning van de maatregelen wordt vervolgens afgestemd op de voorziening, om te voorkomen dat de voorziening negatief wordt. Anders gezegd: geef niet meer geld uit, dan dat je beschikbaar hebt. De doorkijk en daarmee het langjarig gemiddelde worden jaarlijks geactualiseerd.
Raming kosten groot onderhoud in verband met planning
In de voorlopige planning staan de noodzakelijke maatregelen voor de verhardingen voor de periode 1 – 2 jaar. Voor deze maatregelen is ook een kostenraming nodig; in dit geval om te bekijken of het past binnen het beschikbare budget uit de voorziening. De kostenraming vindt plaats op basis van de gekozen maatregel, eenheidsprijzen en omvang van het werk.
Raming kosten uitgesteld groot onderhoud
De kosten voor uitgesteld groot onderhoud wordt op dezelfde wijze geraamd als groot onderhoud in verband met de planning.
Vervangingen/rehabilitatie
Bij verhardingen wordt gesproken van rehabilitatie als de gehele constructie moet worden vervangen. Het betreft het vervangen van de bovenbouw en de onderbouw (zandbed en fundering). De kosten voor rehabilitatie worden in de Beheersystematiek Verhardingen los gepresenteerd van de kosten voor groot onderhoud. Reden hiervoor is de relatie met de financiering. Grofweg gezegd vallen de kosten voor groot onderhoud onder de voorziening en de kosten voor rehabilitatie zijn een investering. Voor meer informatie hierover zie: [BS OR – thema financiën – relatie met de BBV].
Het belangrijkste aandachtspunt bij het berekenen van de vervangingsinvesteringen is het moment van vervanging. De onderbouwconstructies van wegen die zijn aangelegd op een zandondergrond hoeven in principe niet te worden vervangen. Zij gaan tot in lengte van jaren mee. Voor deze wegen wordt niet gerekend met een theoretische levensduur van de weg, maar wordt de levensduur afgestemd op andere factoren. De bekendste daarvan is het vervangen van de riolering die onder de loper ligt. Bij een stabiele wegconstructie is het trouwens de overweging waard om de rioolbuis te relinen in plaats van te vervangen als dat mogelijk is. Wanneer er geen andere factoren zijn, wordt voor deze wegen geen vervanging van de onderbouw ingepland.
Bij zettingsgevoelige ondergronden is het een ander verhaal. Daar kan na twintig of dertig jaar een ophoging noodzakelijk zijn, waardoor de gehele wegconstructie wordt vervangen. Hier wordt het einde van de levensduur nadrukkelijk in het beheersysteem opgenomen.
Bij zettingsgevoelige ondergronden is het een ander verhaal. Daar kan na twintig of dertig jaar een ophoging noodzakelijk zijn, waardoor de gehele wegconstructie wordt vervangen. Hier wordt het einde van de levensduur nadrukkelijk in het beheersysteem opgenomen.
Om een goede raming van de vervangingsinvesteringen te maken, is een goed zicht nodig op de noodzakelijke vervangingen. Het gebruik van algemene theoretische levensduren zonder daarover na te denken, leidt per definitie tot een onbetrouwbare berekening van de vervangingsinvesteringen. Het is de taak van de beheerder om de theoretische levensduren af te stemmen op de lokale situaties.
Net als bij het ramen van de kosten voor groot onderhoud, vindt de raming van de vervangingsinvesteringen per jaar plaats. Op deze wijze worden de fluctuaties in de investeringen door de tijd heen zichtbaar.
Klein onderhoud
De kosten voor klein onderhoud worden geraamd als percentage van de gemiddelde kosten voor groot onderhoud. Het precieze percentage is afhankelijk van de scheidslijn tussen groot en klein onderhoud; een gegeven dat per organisatie kan verschillen. In tabel V35 staan de percentages weergegeven voor asfalt en elementen, waarbij is uitgegaan van een gezonde verhouding tussen groot en klein onderhoud en geen vormen van uitgesteld onderhoud. Via het monitoren van de jaarlijkse uitgaven wordt zicht gekregen op de gangbare verhoudingen binnen de eigen organisatie.
Tabel V35: Percentage klein onderhoud voor asfalt- en elementenverhardingen
Nr. | Wegcategorie-V | Asfalt | Elementen |
1 | Zwaarbelaste regionale stroomweg | 5% - 8% | |
2 | Normaal belaste weg BuBeKo | 5% - 8% | |
3 | Normaal belaste weg BiBeKo | 5% - 8% | 15% - 20% |
4 | Licht belaste weg BuBeko | 5% - 8% | |
5 | Licht belaste weg BiBeKo met ontsluitingsfunctie | 5% - 8% | 15% - 20% |
6 | Licht belaste weg BiBeKo zonder ontsluitingsfunctie | 10% - 15% | 15% - 20% |
7 | Fietspad | 10% - 15% | 15% - 20% |
8 | Voetpad | 10% - 15% | 15% - 20% |
9 | Plein | 10% - 15% | 15% - 20% |
10 | Parkeergebied | 10% - 15% | 15% - 20% |