4.12 Inspectie klein onderhoud
Groot onderhoud is gericht op het in goede staat brengen van de verharding, klein onderhoud op het in goede staat houden. Het klein onderhoud beïnvloedt groot onderhoud.
Het doel van klein onderhoud is meerledig:
- In stand houden van de gebruiksfunctie van de weg (zorgen voor veiligheid en comfort).
- Vertragen van de structurele achteruitgang van de verharding (beïnvloeden gedrag van de verharding).
- Homogeniseren van de kwaliteit van het wegvakonderdeel (beïnvloeden van moment en type groot onderhoudsmaatregel).
- Herstellen van kleine schades (bijvoorbeeld repareren randschade, dwarsscheuren, voegen, plaatselijk herstraten).
Op technische gronden kan een optimale verhouding tussen het budget voor klein onderhoud en dat voor groot onderhoud worden bepaald. In de praktijk kan de grens tussen groot en klein onderhoud verschuiven door:
- het beschikbare budget voor groot onderhoud;
- de organisatie;
- prioriteiten;
- meldingen en klachten;
- overlast;
- wet- en regelgeving.
Instructies aan de inspecteur
Voorafgaand aan de inspectie klein onderhoud bespreekt de beheerder met de inspecteur over wat hij verstaat onder klein onderhoud en wat de inspecteur moet noteren. Met name de omvang van de schade die onder de noemer van regulier klein onderhoudsmaatregelen valt, is per beheerder verschillend. Er is sprake van een bandbreedte van 50 m2 tot 200 m2, afhankelijk van wat de onderhoudsploegen aan kunnen, of contractueel in de markt is gezet.
De klein onderhoudsinspectie kan als zelfstandige activiteit of gecombineerde activiteit plaatsvinden. Denk bij het laatste aan het combineren van de inspectie groot onderhoud en klein onderhoud voor een efficiëntere inzet van middelen.
Het resultaat van de kleinonderhoudsinspectie is een lijst van gebreken en maatregelen aan de hand waarvan een reparatieploeg de schade kan herstellen. Bij het opnemen van deze gegevens is het gebruik van een standaard maatregellijst gewenst, bijvoorbeeld vanuit een OMOP (Overeenkomst Meerjaren Onderhouds Programma).