4.9 Globale inspectie – groot onderhoud
Om de kwaliteit van het openbaar groen ook op langere termijn optimaal te kunnen waarborgen, is het van belang inzicht te hebben in de technische staat van het openbaar groen zodat hierop actie kan worden ondernomen.
Momenteel wordt gewerkt aan een landelijke standaard voor de technische inspectie van groen (NEN-2767). In deze groenbeheersystematiek is op basis van deze ontwikkelingen alvast een voorloper van deze NEN-2767 uitgewerkt die vooralsnog als basis kan dienen voor de technische inspectie van groen.
Onderstaand is de aanpak en werkwijze voor de technische inspectie toegelicht en uitgewerkt.
Technische inspectie
Doel van de inspectie is het lokaliseren van groenvakken waar herstel de komende periode nodig is zodat een kostenberekening en planning kan worden gemaakt.
Door het uitvoeren van een technische inspectie moet een gekwantificeerd beeld ontstaan van de technische kwaliteit van het groen en de middelen die nodig zijn om een bepaalde technische kwaliteit te bereiken.
Door het uitvoeren van een technische inspectie moet een gekwantificeerd beeld ontstaan van de technische kwaliteit van het groen en de middelen die nodig zijn om een bepaalde technische kwaliteit te bereiken.
Aanpak:
Een goed doordachte aanpak voor de uitvoering van de technische inspectie is van belang om bruikbare resultaten te genereren. De beoogde uitkomst van de inspectie is een overzicht van de maatregelen en middelen die theoretisch nodig zijn om het groen op orde te krijgen.
Voor de praktische vertaling van deze maatregelen naar de planning en uitvoering dient ter plaatse te worden beoordeeld of wellicht andere maatregelen zinvoller zijn (activiteitentoets). Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat voor een bepaald vak de maatregel “vervanging” wordt geadviseerd, terwijl de situatie ter plaatse beter gediend is met opheffen van dat vak (reconstructie van de omgeving).
Voor de praktische vertaling van deze maatregelen naar de planning en uitvoering dient ter plaatse te worden beoordeeld of wellicht andere maatregelen zinvoller zijn (activiteitentoets). Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat voor een bepaald vak de maatregel “vervanging” wordt geadviseerd, terwijl de situatie ter plaatse beter gediend is met opheffen van dat vak (reconstructie van de omgeving).
Bij de technische inspectie van het groen wordt gewerkt met een gebrekenlijst (zie onderstaand tabel) Op basis van de ernst en omvang van de geconstateerde gebreken (schades) wordt bepaald of het gebrek relevant is om te worden opgenomen. Het groenvak overschrijdt in dat geval een ingrijpmaatstaf en voldoet niet meer aan de technische prestatie-eis.
De gegevensverzameling vindt toegespitst plaats. Alleen bij vakken waar daadwerkelijk een gebrek een grens overschrijdt, wordt een aantekening gemaakt. Bij vakken waar weinig of niets aan de hand is, worden geen opmerkingen geplaatst. Hierdoor kunnen de data efficiënt en in relatief korte periode worden ingewonnen.
De geconstateerde gebreken moeten kunnen worden beoordeeld op ernst van de schade/gebrek om een maatregel toe te kennen en een urgentie aan te geven. Om dit te kunnen doen, wordt bij de inspectie eveneens opgenomen: de omvang van het gebrek in procenten van het vak, of de veiligheid in geding is en wat mogelijke oorzaken kunnen zijn (opnamelijst, zie onderstaande tabel).
Nadat de inspectie gereed is, wordt door de beheerder een voorlopige beheersmaatregel voorgesteld. Keuzes die gemaakt worden, gaan over de aard van de maatregel zoals vervangen, inboeten, vervangen met gronduitwisseling, snoei of dunnen et cetera en over de omvang van de maatregel, het gehele vak aanpakken of een gedeelte (hangt af van omvang).
Omdat het beschikbare budget en de benodigde capaciteit veelal niet toereikend is, is het noodzakelijk om deze maatregelen te prioriteren. In dit geval wordt vaak risicogestuurd beheer toegepast. Dat wil zeggen: eerst maatregelen uitvoeren die absoluut noodzakelijk zijn en snel genomen moeten worden in het kader van veiligheid en duurzaamheid. Daarna kijken welke maatregel (bijv. ten behoeve van functionaliteit) uitgesteld kan worden. Hierbij speelt locatie van de desbetreffende elementen een grote rol.
Omdat het beschikbare budget en de benodigde capaciteit veelal niet toereikend is, is het noodzakelijk om deze maatregelen te prioriteren. In dit geval wordt vaak risicogestuurd beheer toegepast. Dat wil zeggen: eerst maatregelen uitvoeren die absoluut noodzakelijk zijn en snel genomen moeten worden in het kader van veiligheid en duurzaamheid. Daarna kijken welke maatregel (bijv. ten behoeve van functionaliteit) uitgesteld kan worden. Hierbij speelt locatie van de desbetreffende elementen een grote rol.
Werkwijze:
Bij de technische inspectie van het groen wordt gewerkt met een gebrekenlijst. Onderstaand is hiervoor een basis gebrekenlijst voor groen opgenomen welke door de organisatie zelf kan worden aangevuld.
Vervolgens worden in het veld bij vakken die niet voldoen aan de prestatie-eis, de gebreken aangegeven. Als een gebrek is geconstateerd, moet vervolgens de aanvullende informatie met betrekking tot de omvang en eventueel de oorzaak worden geregistreerd.
Als alle gebreken zijn verzameld, vindt de volgende stap plaats: het toekennen van maatregelen. Keuzes die gemaakt worden:
- Welke maatregel bij welk gebrek. Soms zijn er meerdere gebreken geconstateerd en zal de zwaarste maatregel worden gekozen. Soms is er een oorzaak bekend die invloed heeft op de te treffen maatregel. Bijvoorbeeld: er is schade door betreding (olifantenpaden) in plantvak doordat het ontwerp niet functioneel (ontwerptechnische fout) is. In dat geval kan ervoor gekozen worden het plantvak anders in te richten.
- Met welke hoeveelheden wordt gerekend? Meestal is dat het percentage van voorkomen van het gebrek x de oppervlakte, soms betreft het alleen maar de rand langs verharding, dan wordt alleen de renovatie van de rand voorgesteld. Bij een zeer hoog percentage van het voorkomen van het gebrek wordt in veel gevallen overgegaan op een totale renovatie van het plantvak.
- Zodra maatregel en hoeveelheid bekend zijn, kan een prijs worden geraamd.
Op dit punt is een lijst van maatregelen bekend met grotere of kleinere ingrepen. Deze lijst moet in uitvoering komen en geprioriteerd worden. Over het vervolg van de planning kunnen de volgende stappen worden genomen:
- Maatregelen waarbij de veiligheid in het geding is, moeten meteen worden aangepakt.
- Kleine herstelmaatregelen kunnen in het regulier beheer worden meegenomen.
- De lijst wordt vergeleken met bestaande planningen en projecten in de buitenruimte. Wellicht dat herinrichtingsprojecten of renovaties al zijn ingepland.
- De lijst wordt meegenomen in “De Tafel Openbare Ruimte”. De herstelmaatregelen kunnen wellicht worden meegenomen (‘meeliften’) in nog te definiëren integrale projecten.
- Maatregelen die overblijven kunnen in aparte groenprojecten worden opgenomen.
Op welke wijze de maatregelen ook worden ondergebracht, ze zullen altijd moeten worden getoetst.
Geadviseerd wordt om tijdens de inspectie de afwijkingen in de beheerkaart aan te geven zodat de beheerkaart en of BGT geactualiseerd kan worden.
Geadviseerd wordt om tijdens de inspectie de afwijkingen in de beheerkaart aan te geven zodat de beheerkaart en of BGT geactualiseerd kan worden.
Kosten maatregelen:
Op basis van de geconstateerde gebreken en daaruit vloeiende noodzakelijke maatregelen worden de kosten voor uitvoering bepaald. Doel hiervan is tijdig inzicht te hebben in de benodigde budgetten en capaciteit in relatie tot de beschikbare middelen.
Uit de technische inspectie komen de volgende maatregelen naar voren:
- Vervangen
- Snoeien/afzetten
- Inboeten
- Aanvullen met grond
- Verlagen van bermen
- Egaliseren/ophogen
De kosten voor uitvoering van deze maatregelen verschillen voor de verschillende soorten groen (beheertypen). In de prijzen wordt rekening gehouden met voorbereiding, toezicht en administratie. Aan de hand van de geconstateerde omvang, vermenigvuldigd met de eenheidsprijs voor een maatregel, wordt per groenvlak het benodigd budget bepaald.
Voorlopige planning:
Door te prioriteren op basis van veiligheid, ernst en omvang kan een voorlopige planning worden opgesteld die dient voor het groot onderhoud en vervangingen.
Onderstaand is hiervoor een basis opname- en gebrekenlijst voor groen opgenomen welke door de organisatie zelf kan worden aangevuld.
Tabel: opnamelijst
| Veld | Waarden | Geldt voor |
| (Verkeers)onveilig groen | ja-nee | beplanting/hagen/gras/overigen/oevers |
| Gebreken: | ||
| geslotenheid beplanting/kale plekken | overschreden ja-nee | beplanting/hagen |
| uitgroei_overkoken | overschreden ja-nee | beplanting/hagen |
| overgroeiing woekeronkruid/invasieve exoten beplanting | overschreden ja-nee | beplanting/hagen |
| bedekkingsgraad bosplantsoen (met uitzondering van ecologisch groen) | overschreden ja-nee | Beplanting |
| conditie beplanting | overschreden ja-nee | beplanting/hagen |
| kroonstam verhouding bosplantsoen | overschreden ja-nee | Beplanting |
| geslotenheid gras | overschreden ja-nee | gras/oevers |
| vlakheid gras | overschreden ja-nee | Gras |
| soortenrijkdom gras | overschreden ja-nee | Gras (ecologisch beheerd >> bijv. bloemenmengstel) |
| berm te hoog (waterafvoer in het kader van verkeersveiligheid) | overschreden ja-nee | Gras |
| berm te laag | overschreden ja-nee | Gras |
| overgroeiing woekeronkruid/invasieve exoten gras | overschreden ja-nee | gras/oevers |
| soortenrijkdom | overschreden ja-nee | Gras (ecologisch beheerd >> bijv. bloemenmengstel) |
| Informatie voor planning | ||
| percentage v/h areaal voor groot onderhoud | % | beplanting/hagen/gras |
| oorzaak ontwerptechnische fout | ja-nee + toelichting bij opmerkingen | beplanting/hagen/gras |
| Oorzaak standplaats (zon/schaduw/wind et cetera) | ja-nee + toelichting bij opmerkingen | beplanting/hagen/gras |
| oorzaak bodem(gesteldheid) /plantkeuze (nat/droog/verdichting/ soort geen match in combinatie met bodem) | ja-nee + toelichting bij opmerkingen | beplanting/hagen/gras |
Tabel: gebrekenlijst
| Schade/gebrek | Omschrijving | Ingrijpmaatstaf (uitgaande van niveau D) | Beheermaatregelen |
| Beplanting | |||
| geslotenheid beplanting/kale plekken | Gedeelte van het plantvak dat niet is bedekt met gecultiveerde heesters of vaste planten. Te zien is de zwarte grond. Norm geldt niet voor jonge nog niet volgroeide beplanting. Geldt ook niet voor rozen die van nature niet het vermogen hebben bodembedekkend te groeien. Voor bosplantsoen zie bedekkinsgraad bomen en struiken. | > 25 % of meer dan 25m 2 | inboeten, aanvullen, vervangen |
| Uitgroei_overkoken | Doordat een beplanting uitgroeit wordt de beplanting te groot voor het plantvak. Hierdoor groeit de beplanting over het naastliggende vak, of over de verharding. Vaak wordt de beplanting opgeschoren. Wordt gemeten in hoogte opgeschoren rand, of hoogte van de struiken die over het pad of naastliggende gras groeien. Deze norm geldt alleen voor opgaande sierheesters en bosplantsoen. | > 50% en meer dan 10 meter van de beplantingsrand langs verharding is hoger dan 1,5 meter geschoren of groeit zonder scheren over de verharding. | Snoei of vervanging bij oude beplanting |
| Overgroeiing woeker onkruid/invasieve exoten | Beplanting wordt overgroeid door ongewenste kruiden/exoten, struiken of bomen. Opslag door esdoorn, hemelboom, es, worteluitlopers als esp, overgroeiing door Japanse duizendknoop, heermoes, 7-blad, haagwinde, duinriet et cetera. Het herkennen van deze schade vereist plantenkennis. | > 40% per 100m² | herinplanten, grondverbeteren (schone grond zonder besmettingsresten) of thermische maatregel |
| Bedekkingsgraad bosplantsoen(bij niet ecologisch groen) | Gedeelte van het plantvak wat niet wordt bedekt door bomen of struiken (onderbegroeiing). Norm geldt alleen voor bosplantsoen, voor lagere beplanting geldt geslotenheid beplanting/kale plekken. | > 50 % onbedekte grond | bijplanten, dunnen kroonlaag |
| Conditie | Groeikracht van de beplanting, uit zich in scheutlengte, bladbezetting en vertakking. Wordt aangeduid in goed, redelijk, matig, slecht, zeer slecht, dood. Norm geldt alleen voor bosplantsoen. Geldt niet voor sierheesters want daar ontstaan bij slechte conditie kale plakken of ontstaat overgroeiing met onkruid. Geldt voor sierheesters en bosplantsoen | > 25 % is slecht, zeer slecht of dood | Inboeten |
| Kroon- stamverhouding bosplantsoen | Geldt voor bos en bosplantsoen met bomen: Bomen moeten stabiel zijn, zodat ze bijvoorbeeld bestand zijn tegen storm. De verhouding tussen de hoogte en diameter (h/d-verhouding) is daarvoor een belangrijke graadmeter. Er geldt: hoe hoger de h/d-verhouding, hoe lager de stabiliteit. Wanneer de waarde boven de 90 komt is sprake van een instabiele boom. Jonge bomen hebben door sterke concurrentie meestal een hogere h/d dan oude bomen. In een oud bos is een hoge h/d (> 90) dus zorgwekkender dan in een jong bos. U kunt de h/d-verhouding berekenen aan de hand van de volgende formule: (boomhoogte x 100) / diameter borsthoogte | h/d<90 | Dunnen |
| Gazon/recreatief gras | |||
| Geslotenheid | kale onbegroeide plek in het gras. | > 10% per 100m² omvang per plek > 2,00 m² | Herinzaaien |
| Vlakheid | Sporen, gaten, hobbels in het gras. | bijvoorbeeld > 0,1 m heeft invloed op > 10 m² | grondbewerken, inzaaien |
| Berm te hoog/ te laag | Veiligheidsprobleem, Verschil in hoogte tussen hoogte maaiveld hoogte verharding. | hoogteverschil > 70 mm over minimaal 5 meter | berm verlagen of ophogen |
| Overgroeiing woeker onkruid/invasieve exoten | Ongewenste opslag in berm (exoten, braam) | Omvang, plek >10m² | verwijderen, grond verbeteren of thermische maatregel |
| Soortenrijkdom | In de vegetatie komen nauwelijks verschillende kruidachtige soorten voor | > 10 soorten per m², bedekking door glanzende grassen < 90% | Herinzaaien |