Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Basiskenmerken kruispunten en rotondes
Deze tekst is gepubliceerd op 30-03-15

IV.1 Fietsvoorzieningen binnen de bebouwde kom

Fietspaden langs gebiedsontsluitingswegen
Langs gebiedsontsluitingswegen zijn fietsvoorzieningen aanwezig in de vorm van vrijliggende fietspaden. Bij kruispunten loopt de voorrang voor de fietsers mee met de gebiedsontsluitingsweg.
Het verschil tussen een ‘hoofdfietsroute’ en een ‘belangrijke fietsroute’
Een hoofdfietsroute is een als zodanig herkenbare fietsroute en komt uitsluitend voor in een 30 km/h-zone. Kruispunten tussen erftoegangswegen en de hoofdfietsroute mogen, conform de Uitvoeringsvoorschriften BABW [21], geregeld worden met RVV-bord B6. Indien hiertoe besloten wordt, wordt aanbevolen de voorrang ten gunste van de fietsers te regelen. Fietspaden langs gebiedsontsluitingswegen, solitaire fietspaden, solitaire fiets-/bromfietspaden en fietsstraten zijn aan te merken als ‘belangrijke fietsvoorzieningen’; in beleidsplannen worden deze paden abusievelijk veelal ‘hoofdfietsroutes’ genoemd.
Hoofdfietsroutes in een 30-km/h-zone
Een hoofdfietsroute dient goed herkenbaar te zijn. De kruispunten tussen erftoegangswegen en de hoofdfietsroute mogen, conform de Uitvoeringsvoorschriften BABW [21], geregeld worden met RVV-bord B6. Indien hiertoe besloten wordt, wordt aanbevolen de voorrang ten gunste van de fietsers te regelen (en niet ten gunste van verkeer op de zijstraten); dit om het gebruik van de fiets te stimuleren en de hoofdfietsroute een aantrekkelijke route te laten zijn. Juridisch gezien komen hoofdfietsroutes uitsluitend in 30 km/h-zones voor vanwege de uitzondering om bij hoofdfietsroutes in 30 km/h-zones de voorrang expliciet te regelen met haaientanden en RVV-borden (zie figuur 9).
In beleidsplannen worden uitvoeringsvorm en functie van fietsvoorziening veelal met elkaar verward, waardoor deze fietsvoorzieningen vaak als ‘hoofdfietsroutes’ worden aangeduid. Fietspaden langs gebiedsontsluitingswegen, solitaire fietspaden, solitaire fiets-/bromfietspaden en fietsstraten zijn aan te merken als ‘belangrijke fietsvoorzieningen’; wat betreft de uitvoeringsvorm.
Fietspaden en fiets-/bromfietspaden langs gebiedsontsluitingswegen
Langs gebiedsontsluitingswegen binnen de bebouwde kom zijn fietsvoorzieningen aanwezig in de vorm van een fietspad, fiets-/bromfietspad of parallelweg. Deze voorzieningen kunnen aan een of beide zijden van de weg liggen en in een of twee richtingen worden bereden. Bromfietsers rijden binnen de bebouwde kom op de rijbaan, behoudens op wegen waar een maximumsnelheid geldt van 70 km/h of vanwege andere (beleids)overwegingen, dan rijden bromfietsers op een fiets-/bromfietspad.
Solitaire fietspaden en solitaire fiets-/bromfietspaden
Solitair gelegen fietspaden of fiets-/bromfietspaden vervullen in het fietsnetwerk een belangrijke functie. Dergelijke paden zorgen ervoor dat een fijnmazig fietsnetwerk ontstaat binnen het netwerk van gebiedsontsluitingswegen waarlangs al fietsvoorzieningen aanwezig zijn. Dit betekent dat solitair gelegen fietspaden of fiets-/bromfietspaden verblijfsgebieden zullen doorsnijden en er kruispunten met erftoegangswegen zullen zijn. De vraag is of de voorrang op deze kruispunten expliciet geregeld moet worden en ten gunste van wie de voorrangsregeling dan wordt ingesteld. Aanbevolen wordt vanuit de functie die de fietsvoorziening in het fietsnetwerk vervult, na te gaan hoe de voorrang geregeld dient te worden: belangrijke fietsroutes over erftoegangswegen worden in de voorrang gehouden. Een solitair fietspad of fiets-/bromfietspad dat solitair de gebiedsontsluitingsweg kruist wordt bij voorkeur duurzaam veilig, ongelijkvloers uitgevoerd en indien dit niet kan, wordt de solitaire route altijd uit de voorrang gehouden. Bij een kruispunt met een gebiedsontsluitingsweg kunnen solitaire fietspaden aantakken op de daarlangs liggende fietspaden (figuur 10).
Fietsstroken
Fietsstroken liggen op gebiedsontsluitingswegen en soms op erftoegangswegen en bieden fietsers een ‘eigen’ ruimte in het dwarsprofiel. Alleen indien een fietssymbool op het wegdek is aangebracht, wordt van fietsstrook gesproken. Fietsstroken lopen in de voorrang mee met de voorrangsregeling voor het gemotoriseerd verkeer; zowel bij voorrangskruispunten met haaientanden en borden, als bij uitritconstructies. Fietsstroken kunnen in een rode kleur worden uitgevoerd om de herkenbaarheid ervan te vergroten.
Fietsstroken hebben de voorkeur; suggestiestroken worden uitsluitend toegepast als er onvoldoende breedte is (om een fietssymbool aan te mogen brengen) of wanneer er de noodzaak is om op de rijbaan te parkeren.
Fietsstraten
Een fietsstraat is een straat binnen een verblijfsgebied die functioneert als belangrijke fietsverbinding en die door vormgeving en inrichting als zodanig herkenbaar is, maar waarop ook in beperkte mate autoverkeer voorkomt. Een belangrijk kenmerk van de fietsstraat is dat de positie van de auto ondergeschikt is aan die van de fiets; een fietsstraat is daarmee een straat voor fietsers waar de automobilist ‘te gast’ is. De ervaring leert dat fietsstraten goed functioneren indien er twee tot vier keer meer fietsers dan motorvoertuigen op rijden. Fietsstraten maken deel uit van verblijfsgebieden of 30 km/h-zones. Net als bij een hoofdfietsroute zit op kruispunten de fietsstraat in de voorrang. Door de vormgevingsverschillen tussen fietsstraat en zijstraat wordt de voorrang vaak al informeel ondersteund (doorlopende rode asfaltverharding).
Fietsdoorsteekjes
Bij korte doorsteekjes van fietspaden in een verblijfsgebied die aansluiten op een kruispunt zonder voorrangsregeling hebben fietsers van rechts voorrang. Echter, hier kan allureverschil optreden doordat het fietspad veel smaller is dan de rijbanen. Oplossing is het fietspad voor het kruispunt te verbreden naar dezelfde breedte als de kruisende straten. Het realiseren van een uitritconstructie (drie takken gelijkwaardig en een tak voorrangsplichtig) leidt tot ongelijkheid. Bij een hoofdfietsroute kan het fietspad over een kruispunt doorlopen op bijvoorbeeld een kruispuntplateau.