Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Handboek Parkeerverwijssystemen
Deze tekst is gepubliceerd op 11-10-11

Geschiedenis

Toen de auto in de jaren zestig steeds meer gemeengoed werd, ontstond ook de vraag naar meer parkeerruimte. Om in deze vraag te voorzien en om de parkeerders te bundelen, werd de parkeercapaciteit met parkeerterreinen en parkeergarages vergroot. Parkeerverwijssystemen leidden de automobilisten daarheen.
Het allereerste parkeerverwijssysteem werd in 1929 in San Francisco toegepast.
De eerste parkeerverwijssystemen in Nederland bestonden uit statische verwijzingen (RVV-borden), die alleen de route aangaven naar de dichtstbijzijnde parkeerlocatie. Vaak beperkten deze statische systemen zich tot de parkeerverwijzing in binnensteden. Langs verschillende invalswegen naar de binnenstad werden borden met verwijzingen naar parkeerlocaties geplaatst.
Nadeel van deze statische parkeerverwijssystemen was dat de automobilist die het systeem volgde, niet wist of er bij aankomst op de parkeerlocatie vrije parkeerruimte was. Daarom werden in de jaren zeventig dynamische parkeerverwijssystemen ontwikkeld. In 1972 werd in Aken (Duitsland) voor het eerst een dynamisch parkeerverwijssysteem toegepast [2]. Het duurde nog tot het eind van de jaren tachtig, begin jaren negentig voordat in Nederland, in onder meer Almelo, Amsterdam, Rotterdam, Eindhoven, Den Haag, Dordrecht en Haarlem, de eerste parkeerverwijssystemen in gebruik werden genomen. Vaak werden deze dynamische parkeerverwijssystemen gebruikt in combinatie met statische parkeerverwijssystemen.
De eerste dynamische parkeerverwijssystemen informeerden de automobilist over de route naar de parkeerlocatie en de bezetting van de parkeerlocatie (een VOL/VRIJ-aanduiding). De betrouwbaarheid van de gebruikte algoritmes voor het bepalen van de VOL/VRIJ-aanduiding nam echter af wanneer deze verder van de parkeerlocatie was geplaatst. Er kon slechts beperkt rekening worden gehouden met veranderingen in de bezetting van de parkeerlocatie gedurende de aanrijtijd van de automobilist. In de praktijk werd meestal het beeld van de VOL/VRIJ-signalering bij de ingang nog eens herhaald op de toegangsweg.
Tabel 1.1. Overzicht historische ontwikkelingen
1929 Het eerste parkeerverwijssysteem wordt in San Francisco in gebruik genomen
Vanaf 1960 De auto wordt steeds meer gemeengoed in Nederland en de vraag naar parkeerruimte ontstaat. Zoekverkeer wordt door middel van RVV-borden verwezen naar parkeerruimte
Vanaf 1970 De eerste dynamische parkeerverwijssystemen worden ontwikkeld.
Het duurt echter nog tot de jaren tachtig voordat ze in Nederland worden toegepast. Door VOL/VRIJ-aanduidingen vermindert het zoekverkeer (nog meer). Verbeterde verdeling van parkeerders verhoogt de bezettingsgraden. Tevens ontwikkeling van systemen voor P+R-locaties
Vanaf 1980 P+R-systemen raken meer en meer in gebruik. Toepassing led-displays voor parkeerverwijssystemen
1985–1995 Invoering eerste dynamische parkeerverwijssystemen in Nederland in onder meer Almelo, Amsterdam, Rotterdam, Eindhoven, Den Haag, Dordrecht en Haarlem
Vanaf 1990 Een tweede generatie dynamische parkeerverwijssystemen wordt ontwikkeld. Deze systemen kunnen naast VOL/VRIJ ook het aantal vrije plaatsen weergeven en route-informatie tonen
Vanaf 1995 De eerste pilots voor transferia worden gestart
Vanaf 1997 Toepassing DRIP’s (Dynamisch Route Informatie Paneel)
Vanaf 1998 Eerste ontwikkelingen inzake gebruik van navigatiesystemen en mobiele services om automobilisten te informeren en te sturen naar parkeergarages en -terreinen

Figuur 1.1. Parkeerverwijssysteem in Rotterdam

Een groot voordeel van deze eerste dynamische parkeerverwijssystemen was een aanzienlijke vermindering van het zoekverkeer. Doordat automobilisten werden voorzien van informatie over route en bezetting van de parkeerlocatie, werd sneller een vrije parkeerplaats gevonden en verbeterde de bezetting van garages.

Figuur 1.2. Parkeerverwijssysteem in Eindhoven

In Keulen (D) is in 1998 het ‘Stadtinfoköln’-project gestart. Bij dit project wordt via onder meer internet en SMS informatie verspreid over de parkeermogelijkheden en de actuele verwachte parkeersituatie in de stad. Hiervoor wordt informatie van 37 aanwezige parkeergarages en ongeveer 1000 betaalautomaten (voor straatparkeren) verzameld en geanalyseerd.
In het project worden onder andere de volgende diensten geleverd:
  • Parkeerinformatie (parkeerverwijzing, aantal vrije plaatsen, verwachte drukte)
  • Mogelijkheid tot parkeerplaatsreservering
  • Betalen van parkeerkosten met de mobiele telefoon
  • P&R-informatie (kosten parkeren en kosten openbaar vervoer)
  • Reistijdinformatie (vergelijking auto versus openbaar vervoer)
De binnenstad van Keulen is opgedeeld in vier stadsdelen, waarbij ieder stadsdeel een eigen kleur heeft gekregen (zogenaamde sectorale verwijzing). De kleuren zijn weergegeven op onder meer displays, folders en internetpagina’s.

Figuur 1.3.

[ link ]

Figuur 1.4.


De eerste dynamische parkeerverwijssystemen moesten vooral de bereikbaarheid verbeteren en de bezetting van parkeerlocaties vergroten. Het doel van deze parkeerverwijssystemen was dus vooral informeren en nog niet het sturen of verleiden van automobilisten.
In de jaren negentig doet de tweede generatie dynamische parkeerverwijssystemen haar intrede. In plaats van een VOL/VRIJ-aanduiding kan nu met verbeterde voorspellingsalgoritmes het aantal vrije parkeerplaatsen worden weergegeven. Deze tweede generatie parkeerverwijssystemen kan extra informatie verstrekken. Op straat zien we dat in de vorm van versmelting van parkeerverwijssystemen met DRIP’s en tekstbakken. Deze informatie betreft bijvoorbeeld het verwijzen van bezoekers van evenementen naar een bepaalde parkeerlocatie, weergave van de openingstijden van een parkeerlocatie of informatie over de mogelijkheden van het openbaar vervoer vanaf een P+R-parkeerplaats. Maar het is ook mogelijk informatie te verstrekken over de benodigde reistijd naar de betreffende parkeerlocatie. De tweede generatie dynamische parkeerverwijssystemen is net als de eerste gericht op bevordering van de bereikbaarheid en vergroting van de bezetting van parkeerlocaties.
De nieuwe parkeerverwijssystemen zijn ook bedoeld om de bereikbaarheid van gebieden te verbeteren. Dit wordt bewerkstelligd door de verbeterde voorspellingsalgoritmes, de sectorale aanpak en de aanvullende informatie die getoond kan worden. Parkeerverwijssystemen worden bovendien gezien als middel om het serviceniveau voor de bezoeker en daarmee het bezoek aan de binnenstad te verbeteren. De tweede generatie parkeerverwijssystemen is dus meer gericht op begeleidend parkeerbeleid [3,4].

Figuur 1.5. P+R - Transferiumverwijssysteem op DRIP langs de A44

Parallel aan de ontwikkeling van de eerste dynamische parkeerverwijssystemen voor toepassing in binnensteden, begint in de jaren zeventig de ontwikkeling van systemen voor Parkeer en Reis (P+R)-parkeerlocaties. P+R-parkeerlocaties moeten de verkeers- en parkeerdruk (in de spits) verlagen. P+R-parkeerlocaties zijn veelal aan de rand van een (binnen)stad gesitueerde (en daardoor goed bereikbare) parkeerplaatsen. Deze voorziening is meestal goedkoop, vaak gratis. Vanaf deze parkeerplaatsen worden goede openbaarvervoerverbindingen naar de binnenstad geboden. Parkeerverwijssystemen voor P+R-parkeerplaatsen kunnen van relatief grote afstand informatie geven over de beschikbaarheid van de parkeerplaatsen, de aansluitingen op het openbaar vervoer en eventueel de verkeerssituatie in de binnenstad. Een parkeerverwijssysteem kan worden ingezet om de reiziger te informeren over een alternatieve route op het moment dat hij zich oriënteert of wordt geconfronteerd met een knelpunt. Met name in het buitenland zijn hiervan enkele goede voorbeelden te vinden (bijvoorbeeld Stuttgart).
In Nederland zijn deze parkeerverwijssystemen op zichzelf staande systemen gebleven zonder veel interactie met bijvoorbeeld parkeerverwijssystemen voor binnensteden of systemen voor openbaarvervoerinformatie.
OPIUM-project
In 1997 heeft de stad Utrecht als een van zes Europese steden deelgenomen aan het OPIUM-project (Operational Project for Integrated Urban Management). In dit project is door de gemeente Utrecht een aantal doelen opgenomen, waaronder het garanderen van duurzame bereikbaarheid en het verbeteren van de leefbaarheid. Dit heeft geleid tot een 3-ringenconcept waarbij transferpunten op de ringwegen zijn gesitueerd waar weggebruikers op een andere vervoerwijze kunnen overstappen [5].

Transferia deden hun intrede in de jaren negentig. Een transferium is een overstappunt van auto naar openbaar vervoer. Een transferium dient goed bereikbaar te zijn met de auto: het ligt nabij een snelweg, vaak aan de rand van een stad of bij een knooppunt van openbaar vervoer. Het ligt op een plek waar veel auto’s langskomen, op weg naar hetzelfde reisdoel. De automobilist kan hier vlot en voordelig overstappen op trein, bus, metro, tram of boot. Transferia lijken op P+R-parkeerplaatsen, maar bieden meerwaarde. Transferia zijn bewaakt, bieden betere aansluiting op het openbaar vervoer en bieden meer comfort voor de reiziger. Net als voor P+R-parkeerplaatsen, zijn er voor transferia parkeerverwijssystemen aangelegd. Deze systemen geven informatie over de beschikbaarheid van de parkeerlocatie en over aansluitingen op het openbaar vervoer [6].

Figuur 1.6. P+R-informatie Enschede