Locaties en routes
Figuur 2.9. Bordenwoud
In deze paragraaf aandacht voor de locaties waar onderdelen van verwijssystemen worden geplaatst en voor de routing die deze systemen aangeven.
De behandeling van de diverse routes en bijbehorende locaties gebeurt aan de hand van een aantal fictieve stadsnetwerken. De route is opgedeeld in een aantal trajecten, afhankelijk van de omvang van een stad en de hoeveelheid parkeervoorzieningen. De trajecten volgen elkaar op en worden behandeld van de stadsgrens tot in de parkeergelegenheid. De route naar de parkeergelegenheid kan worden opgesplitst in vier trajecten:
De behandeling van de diverse routes en bijbehorende locaties gebeurt aan de hand van een aantal fictieve stadsnetwerken. De route is opgedeeld in een aantal trajecten, afhankelijk van de omvang van een stad en de hoeveelheid parkeervoorzieningen. De trajecten volgen elkaar op en worden behandeld van de stadsgrens tot in de parkeergelegenheid. De route naar de parkeergelegenheid kan worden opgesplitst in vier trajecten:
- traject 0: doorgaande (snel)weg langs of rond een stad (rijkswegen);
- traject 1: vanaf invalswegen of rondweg tot nabij de parkeergelegenheid (200 m voor de ingang);
- traject 2: nabij parkeergelegenheid tot ingang parkeergelegenheid;
- traject 3: op het parkeerterrein of in de parkeergarage.
Traject 0: doorgaande (hoofd)weg langs of rond een stad
Langs de doorgaande weg is het van belang dat bestuurders worden geleid naar de parkeervoorziening die het dichtst bij hun bestemming ligt en beschikbaar is. Deze verwijzing is met name relevant wanneer er meer toegangswegen naar het centrum en de parkeerring zijn. De verwijzing is ook belangrijk wanneer de bereikbaarheid door filevorming of stremmingen wordt beperkt.
Er wordt naar een parkeerring verwezen wanneer deze afwijkt van de route naar het centrum of in geval van parkeervoorzieningen buiten het centrum. Dergelijke parkeerverwijzingen dienen te zijn opgenomen in de (inter)-lokale bewegwijzering. Bij een parkeerring of route is een vermelding hiervan genoeg. Voor een optimale werking is het echter wel noodzakelijk dat er een ‘VOL-VRIJ-X-restgetallenindicatie’ wordt opgenomen van de aanwezige parkeervoorzieningen of van de gekozen clusterbenadering. Op deze wijze wordt voorkomen dat verkeer de route of ring gaat volgen en zo onnodig de stad inrijdt en daar hinder veroorzaakt.
Er wordt naar een parkeerring verwezen wanneer deze afwijkt van de route naar het centrum of in geval van parkeervoorzieningen buiten het centrum. Dergelijke parkeerverwijzingen dienen te zijn opgenomen in de (inter)-lokale bewegwijzering. Bij een parkeerring of route is een vermelding hiervan genoeg. Voor een optimale werking is het echter wel noodzakelijk dat er een ‘VOL-VRIJ-X-restgetallenindicatie’ wordt opgenomen van de aanwezige parkeervoorzieningen of van de gekozen clusterbenadering. Op deze wijze wordt voorkomen dat verkeer de route of ring gaat volgen en zo onnodig de stad inrijdt en daar hinder veroorzaakt.
Grote steden kunnen baat hebben bij parkeerverwijssystemen langs de hoofdwegen.
Binnensteden hebben immers veel te maken met parkeerproblemen. Door bestuurders al langs de grote wegen te informeren over de actuele parkeersituatie in de stad kunnen zij ook kiezen voor bijvoorbeeld een P+R-locatie aan de rand van de stad om vervolgens via het openbaar vervoer de binnenstad te bereiken. Op deze manier worden niet alleen de aanwezige parkeervoorzieningen optimaal gebruikt, de leefbaarheid en veiligheid zijn er ook bij gebaat.
Bij het inzetten van systemen langs doorgaande wegen moet vaak rekening worden gehouden met andere wegbeheerders, zoals Rijkswaterstaat, provincie of waterschap.
Binnensteden hebben immers veel te maken met parkeerproblemen. Door bestuurders al langs de grote wegen te informeren over de actuele parkeersituatie in de stad kunnen zij ook kiezen voor bijvoorbeeld een P+R-locatie aan de rand van de stad om vervolgens via het openbaar vervoer de binnenstad te bereiken. Op deze manier worden niet alleen de aanwezige parkeervoorzieningen optimaal gebruikt, de leefbaarheid en veiligheid zijn er ook bij gebaat.
Bij het inzetten van systemen langs doorgaande wegen moet vaak rekening worden gehouden met andere wegbeheerders, zoals Rijkswaterstaat, provincie of waterschap.
Traject 1: vanaf invalswegen tot aan de P-route of centrumring
Bij dit traject gaat het om de inrichting van het dynamische parkeerverwijssysteem. Dit gebeurt aan de hand van een aantal voorbeelden waarin wegennetwerken en locaties van garages om een verschillende aanpak vragen.
Aankondiging parkeerverwijssystemen
In elke situatie kan ervoor worden gekozen om bij het binnenkomen van de stad, vóór de eerste parkeerverwijzingen een bord te plaatsen, waardoor de weggebruiker weet dat hij/zij kan uitzien naar het parkeerverwijssysteem in de stad. Deze aankondiging is met name functioneel bij een opdeling in clusters met een onderscheidende kleurstelling.
Beperkt aantal parkeervoorzieningen
Wanneer er één tot drie parkeervoorzieningen voorhanden zijn, verdient het aanbeveling deze individueel te integreren in de interlokale bewegwijzering. Dit gebeurt door de aanduidingen ‘P naam a’, ‘P naam b’ en eventueel ‘P naam c’.
[ link ]
Figuur 2.10. Locatie van bord zoals in figuur 2.9 is weergegeven
Aan de verwijzing naar de parkeervoorziening kan een wisseltekst worden toegevoegd die een indicatie ‘VOL’ kan tonen in rode letters, of ‘VRIJ’ in groene letters, of een wit kruis als de parkeervoorziening gesloten of buiten gebruik is. Een rood kruis heeft in het RVV een speciale betekenis (namelijk afgesloten rijstrook) en mag dus niet worden toegepast. Desgewenst kan ook een indicatie van het aantal vrije parkeerplaatsen worden aangegeven in witte (of amberkleurige) cijfers.
Afhankelijk van de schaalgrootte zijn er geen extra keuzepunten voor weggebruikers aanwezig. Met deze ene verwijzing bereiken zij direct de ingang van de garage. Mochten er meer keuzepunten zijn dan kan het systeem worden uitgebreid met een bord dat verwijst naar de betrokken parkeervoorziening(en). Wanneer er één parkeervoorziening is die via een andere route bereikbaar is dan het centrum wordt in de interlokale bewegwijzering een verwijzing naar de parkeervoorziening geïntegreerd.
Wanneer er meer dan drie parkeervoorzieningen zijn verdient het aanbeveling om door de stad een parkeerroute aan te geven. Hiertoe wordt in de (inter)lokale bewegwijzering een ‘P-route’-symbool geïntegreerd (figuur 2.11). Indien er sprake is van een ringvormige route verdient het aanbeveling daarvoor in de plaats het ‘P-ring’-symbool toe te passen (figuur 2.12).
Afhankelijk van de schaalgrootte zijn er geen extra keuzepunten voor weggebruikers aanwezig. Met deze ene verwijzing bereiken zij direct de ingang van de garage. Mochten er meer keuzepunten zijn dan kan het systeem worden uitgebreid met een bord dat verwijst naar de betrokken parkeervoorziening(en). Wanneer er één parkeervoorziening is die via een andere route bereikbaar is dan het centrum wordt in de interlokale bewegwijzering een verwijzing naar de parkeervoorziening geïntegreerd.
Wanneer er meer dan drie parkeervoorzieningen zijn verdient het aanbeveling om door de stad een parkeerroute aan te geven. Hiertoe wordt in de (inter)lokale bewegwijzering een ‘P-route’-symbool geïntegreerd (figuur 2.11). Indien er sprake is van een ringvormige route verdient het aanbeveling daarvoor in de plaats het ‘P-ring’-symbool toe te passen (figuur 2.12).
Figuur 2.11. Uitgebreid net parkeervoorzieningen, ontsloten door P-route of P-ring
[ link ]
Figuur 2.12. P-ring
De inrichting van het systeem gebeurt in het geval van een P-route of P-ring door middel van een afpellend systeem. Dit is een systeem waarbij telkens alleen de eerstvolgende P-voorziening als alternatief wordt aangeduid. De mogelijkheden worden dus een voor een gepresenteerd en vallen bij de status ‘VOL’ of ‘X’ een voor een af.
Bij het afpelsysteem wordt het toeleidende verkeer opgevangen door de parkeerroute. Vanaf dit punt wordt naar de parkeergelegenheden verwezen. Bevinden we ons op de groene stip in figuur 2.13 dan zien we het bord zoals dat in figuur 2.14 is weergegeven.
Telkens zijn er twee of meer parkeergelegenheden op een bord weergegeven.
Door de parkeerroute te volgen wordt iedere parkeergarage aangedaan. Voor dit systeem is het van belang dat er een gesloten keten is, zodat bij een volle parkeergelegenheid altijd doorverwezen kan worden naar de volgende parkeergelegenheid.
Bij het afpelsysteem wordt het toeleidende verkeer opgevangen door de parkeerroute. Vanaf dit punt wordt naar de parkeergelegenheden verwezen. Bevinden we ons op de groene stip in figuur 2.13 dan zien we het bord zoals dat in figuur 2.14 is weergegeven.
Telkens zijn er twee of meer parkeergelegenheden op een bord weergegeven.
Door de parkeerroute te volgen wordt iedere parkeergarage aangedaan. Voor dit systeem is het van belang dat er een gesloten keten is, zodat bij een volle parkeergelegenheid altijd doorverwezen kan worden naar de volgende parkeergelegenheid.
[ link ]
Figuur 2.13. Parkeervoorziening en locatie bezoeker
Figuur 2.14. Voorbeeld bij bewegwijzering P-route
Bij een P-ring is het aan te bevelen om bij een aantakking op de ring beide mogelijkheden aan te geven, zowel links- als rechtsom. Nadeel van een afpellend systeem in één richting is de grote omweg om de laatste parkeergelegenheid in de route te bereiken. Meer kilometers heeft immers gevolgen voor de bereikbaarheid en leefbaarheid in de stad. Ook een gelijkmatige bezettingsgraad tussen de garages wordt dan mogelijk niet bereikt. Deze is afhankelijk van de invalstructuur en de aanwezigheid van een verdelingsmechanisme op een grotere afstand.
Het sturen van weggebruikers op basis van bezettingsgraden is niet geloofwaardig voor weggebruikers die bekend zijn in een stad. Zij laten zich minder beïnvloeden door de parkeerverwijzingen.
Het sturen van weggebruikers op basis van bezettingsgraden is niet geloofwaardig voor weggebruikers die bekend zijn in een stad. Zij laten zich minder beïnvloeden door de parkeerverwijzingen.
Uitgebreid net parkeervoorzieningen in clusters
Wanneer er meer dan drie parkeervoorzieningen zijn of er is geen geschikte route voorhanden om te fungeren als P-route of P-ring, is het mogelijk om clusters van parkeervoorzieningen aan te geven met verzamelnamen. Dit systeem wordt sectoraal verwijzen genoemd. Combinaties van sectoraal verwijzen en individueel verwijzen kunnen ook.
Bij dit systeem wordt naar een sector verwezen die uit een of meer parkeergelegenheden kan bestaan. Na de keuze van een sector worden de andere sectoren niet meer weergegeven.
Bij dit systeem wordt naar een sector verwezen die uit een of meer parkeergelegenheden kan bestaan. Na de keuze van een sector worden de andere sectoren niet meer weergegeven.
Voor een indeling in sectoren kan onderscheid worden gemaakt in:
- windrichtingen;
- bestemmingen (wijken of voorzieningen);
- postcodes of andere nummeringen;
- gebieden van een onderscheidende kleurcode.
In geval van windrichtingen wordt de keuze gemaakt tussen ‘P-Centrum West’ en ‘P-Centrum Oost’ met eventueel daaraan toegevoegd de namen van de aanwezige parkeervoorzieningen. Deze borden dienen te zijn voorzien van een ‘VOL-VRIJ-X’-indicatie. Het gebruik van windrichtingen maakt enige mate van geografische oriëntatie mogelijk.
Figuur 2.15. VVX-indicatie
Het nadeel van bestemmingen en postcodes is het niet bekend zijn met de stad van de voornaamste doelgroep. In Duitsland heeft men goede ervaring met kleurcodes. Verwijzingen met een relatief grote hoeveelheid informatie kunnen meestal beter los van de interlokale bewegwijzering worden vermeld (op aparte borden). In het volgende hoofdstuk wordt hier nader op ingegaan.
Traject 2: op P-route of P-ring tot afbuiging naar ingang parkeergelegenheid
Langs de P-route of P-ring worden de verschillende parkeervoorzieningen in afslaande richting aangegeven. Desgewenst kan aan de naam van de parkeervoorziening een ‘VOL-VRIJ-X’-indicatie worden toegevoegd. Ook kan het aantal vrije parkeerplaatsen worden aangegeven.
Nabij de ingang van het parkeerterrein of de parkeergarage wordt een bevestigingsbord geplaatst met daarop de naam van de parkeervoorziening en het parkeerterrein- of parkeergaragesymbool. In het bovenste deel van figuur 2.15 een voorbeeld van een statisch bord. Hier kan ook gebruik worden gemaakt van een dynamische variant, waar nogmaals wordt aangegeven hoe de situatie in de parkeergarage is, zie het onderste deel van figuur 2.15.
Nabij de ingang van het parkeerterrein of de parkeergarage wordt een bevestigingsbord geplaatst met daarop de naam van de parkeervoorziening en het parkeerterrein- of parkeergaragesymbool. In het bovenste deel van figuur 2.15 een voorbeeld van een statisch bord. Hier kan ook gebruik worden gemaakt van een dynamische variant, waar nogmaals wordt aangegeven hoe de situatie in de parkeergarage is, zie het onderste deel van figuur 2.15.
Traject 3: ingang en inrichting van de parkeervoorziening
Het is belangrijk dat een gebruiker van een parkeergelegenheid zich kan oriënteren binnen een parkeervoorziening. Binnen een voorziening moet antwoord zijn op de volgende vragen:
- Hoe vind ik een vrije plaats?
- Waar sta ik geparkeerd in de parkeergarage of op de parkeerplaats?
- Hoe verlaat ik de parkeergarage of -plaats en waar bevinden zich voorzieningen?
- Waar bevind ik mij in de stad en waar zijn de voornaamste bestemmingen?
Voor een bezoeker is het belangrijk dat de auto gemakkelijk kan worden teruggevonden. Dit wordt bereikt door een duidelijke aanwijzing te hanteren per sectie in een voorziening. Een parkeervoorziening kan in secties worden gedeeld per verdieping, per parkeerblok of beide. Een traditionele indeling maakt gebruik van cijfers en/of letters voor de verschillende verdiepingen en parkeerblokken, maar er kan ook gekozen worden voor verschillende figuren. Deze aanduidingen worden vaak in verschillende kleurstellingen uitgevoerd. Alleen verschillende kleuren is niet afdoende, voor kleurenblinden dient er nog een ondersteunende vermelding aan worden toegevoegd. Om in een parkeervoorziening de weg te vinden zijn standaardpictogrammen voor voorzieningen als betaalautomaat, lift, wc en uitgang van belang. Door met iconen te werken kan iedereen, ook degenen die de Nederlandse taal niet machtig zijn, begrijpen waar de uitgang is. De locatie van een stad(scentrum) en de belangrijkste bestemmingen (bijvoorbeeld toeristische attracties of winkelcentra) kan gemakkelijk worden aangegeven op een informatiebord met een plattegrond bij de uitgang(en) van de parkeervoorziening. In het geval van voorzieningen met grote aantrekkingskracht kan de meest gunstige uitgang worden aangeduid.
Retourstroom
Tot nu toe is alleen aandacht besteed aan de inkomende verkeersstromen van de stad. Het is echter ook van belang aandacht te schenken aan voorzieningen voor de retourstroom. Dit begint met het aangeven van de parkeervoorzieningen op stadsplattegronden en met voetgangersbewegwijzering. Dit moet consistent zijn. Op deze manier is een parkeervoorziening voor iedereen goed terug te vinden.
Daarna volgt de ‘UIT’-verwijzing in of op de parkeervoorziening, gevolgd door bewegwijzering de stad uit. Het is belangrijk dat er bij de uitgang van een parkeervoorziening staat aangegeven wat de kortste/snelste route naar de ringweg is. Op de ringweg begeleidt de (inter)lokale bewegwijzering de weggebruiker vervolgens naar bovenlokale wegen en wordt bovendien naar steden verwezen. Dit betekent dat ook cruciale keuzepunten in de retourroute moeten worden voorzien van voldoende bewegwijzering. In Almelo wordt verwezen naar zes uitvalswegen, waarbij de nummering van rijks- (A-) en provinciale (N-) wegen gebruikt wordt samen met één grote plaatsnaam.
Dergelijke bewegwijzering kan statisch of dynamisch worden uitgevoerd. Met dynamische bewegwijzering kun je naast de routekeuze ook informatie over filevorming op diverse wegvakken inzichtelijk maken. In wezen zijn de drie systemen: het parkeerverwijssysteem, de voetgangersbewegwijzering en de retourbewegwijzering onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Dergelijke bewegwijzering kan statisch of dynamisch worden uitgevoerd. Met dynamische bewegwijzering kun je naast de routekeuze ook informatie over filevorming op diverse wegvakken inzichtelijk maken. In wezen zijn de drie systemen: het parkeerverwijssysteem, de voetgangersbewegwijzering en de retourbewegwijzering onlosmakelijk met elkaar verbonden.
[ link ]
Figuur 2.16. Aanduiding parkeervoorzieningen centrum