Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Handboek parkeren
Deze tekst is gepubliceerd op 03-10-12

Investeren in parkeergarages

Een gemeente hoeft niet zelf te investeren in parkeergarages, maar kan hiervoor samenwerken met marktpartijen. Degene die investeert in een parkeergarage heeft deze in principe in eigendom (en meestal ook de ondergrond). De eigendomssituatie is een bepalende factor voor de zeggenschap over de exploitatievoorwaarden (tarieven).
Gemeente
Een gemeente kan langdurige leningen afsluiten voor een beperkt rentetarief. Zelf investeren is dan een goede manier om voor een zo gunstig mogelijke exploitatie van de garage te zorgen. Gemeenten zijn echter verplicht om een parkeergarage af te schrijven naar een restwaarde nihil. De afschrijvingsperiode is daarbij in de regel dertig of veertig jaar. Een gemeente lost de schuld ook in zijn geheel binnen de afschrijvingsperiode af. Op papier verkleint dit de financiële haalbaarheid van de investering. De gemeente houdt immers geen rekening met de restwaarde die een garage na de afschrijvingstermijn (meestal dertig jaar) heeft.
Een andere manier van financieren voor de gemeente is ‘à fonds perdu’. In dit geval spaart de gemeente het benodigde investeringsbedrag bij elkaar, bijvoorbeeld in de lopende exploitatie van het gemeentelijke parkeerbedrijf. Als het investeringsbedrag is bereikt, wordt dit eenmalig omgezet in de bouwinvestering. Het voordeel van het inzetten van gespaard geld voor de investering is dat op de exploitatie van de parkeergarage minder vaste kapitaallasten rusten (geen rente, alleen afschrijvingsbedragen).
De vraag of een gemeente btw-plichtig is bij het exploiteren van een parkeervoorziening (afdracht btw over geheven parkeerbelasting) was tot nu toe niet eenduidig te beantwoorden. Recent is bekend geworden dat de minister van Financiën de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 per 1 juli 2011 zo zal aanpassen dat het geven van de gelegenheid tot parkeren achter een fysieke barrière (lees: slagboom) altijd btw-belast is.
Marktpartij
Marktpartijen lenen doorgaans voor een hoger rentepercentage. Dit scheelt in de regel één procent met de rente die de gemeente moet hanteren. Op een parkeergarage van 10 miljoen scheelt dit € 100.000,– op jaarbasis in de exploitatiekosten. Het is soms voor marktpartijen mogelijk om voor lagere tarieven geld te lenen. Exploitanten hebben soms regelingen met banken of investeerders om relatief goedkoop te financieren. Dit houdt doorgaans verband met het feit dat bepaalde banken of investeerders aandelen hebben bij de exploitant. Deze banken hebben dan een goed inzicht in de risico’s (de kans dat de bank het geld niet terug krijgt door bijvoorbeeld faillissement van de exploitant) bij het uitlenen van geld. Wanneer er weinig risico is, kan voor een relatief lage rente worden geleend. De bank heeft belang bij een succesvolle exploitatie omdat zij rendement op de aandelen binnen krijgt.
Sommige ontwikkelaars hebben eigen fondsen beschikbaar om projecten mogelijk te maken. Exploitanten en ontwikkelaars zullen natuurlijk alleen onder gunstige voorwaarden zelf willen financieren en doen dat alleen als er aanzienlijke zekerheid is dat uit deze activiteiten het benodigde rendement zal ontstaan.
Een andere mogelijkheid van financiering is dat de ontwikkelaar investeerders aantrekt.
Marktpartijen hoeven een garage niet af te schrijven naar de waarde nihil. Daarom zou er na een exploitatieperiode van dertig of veertig jaar een restschuld kunnen zijn die overeenkomt met de geschatte waarde op dat moment. Tevens kunnen marktpartijen een garage jaarlijks financieel herwaarderen. Zo hebben zij meer mogelijkheden om tot een sluitende exploitatieopzet te komen dan een gemeente.