Invoeren van betaald parkeren
Om betaald parkeren in te voeren, moet de gemeente zowel een parkeerverordening als een parkeerbelastingverordening vaststellen. In de parkeerverordening moet onder meer zijn aangegeven hoe wordt omgegaan met de behandeling van een vergunningaanvraag. In de parkeerbelastingverordening staat wat de parkeertarieven zijn en hoe wordt omgegaan met automobilisten die geen kaartje hebben gekocht. Gemeenten zijn vrij in het vaststellen van de hoogte van de parkeertarieven en in het bepalen van de prijs voor de parkeervergunningen voor de diverse groepen belanghebbenden.
De plaatsen voor betaald parkeren worden aangewezen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar bekend te maken uitvoeringsbesluit. Op straat wordt een plaats of gebied met betaald parkeren aangeduid met de borden BW111zb: zone betaald parkeren en Bord BW111ze: einde zone betaald parkeren of Bord BW111: betaald parkeren, parkeergelegenheid uitsluitend tegen betaling. Aan het toepassen van de bebording ligt geen verkeersbesluit ten grondslag. Wel is een besluit op basis van de gemeentelijke verordening nodig.
DDe borden kunnen worden gecombineerd met onderborden. De onderborden waaruit geboden of verboden voor de weggebruiker voortvloeien, alsmede de handhaving daarvan, moeten zijn gebaseerd op de gemeentelijke parkeerverordening en/of parkeerbelastingverordening. Met een waarschuwingsbord als onderbord wordt aangegeven dat het gebruik van de wielklem, de wegsleepregeling of wielklem en wegsleepregeling van kracht is. Ook kan met een onderbord worden aangegeven wat de betaaltijden zijn.