Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Handboek parkeren
Deze tekst is gepubliceerd op 02-10-12

Tarieven

Het doel van betaald parkeren is dat de juiste parkeerder op de juiste plaats parkeert. Daarvoor is niet alleen het feit dat er voor het parkeren betaald moet worden van belang, de hoogte van het parkeertarief is net zo belangrijk. Wanneer een parkeertarief te laag is, wordt de regulerende werking bijna tenietgedaan, maar wanneer het tarief te hoog is blijven de parkeerders weg en wordt het doel ook niet bereikt.
Het juiste parkeertarief is onder meer afhankelijk van de kwaliteit, het voorzieningenniveau en de concurrentiepositie van het gebied en van de schaarste van het parkeerareaal. Wanneer een functie uniek is, hoeft deze niet te concurreren met andere gebieden en kan er een hoger parkeertarief worden gevraagd; de kans dat bezoekers niet meer komen is dan klein, voorbeelden hiervan zijn pretparken zoals de Efteling of de binnenstad van Amsterdam. Wanneer een functie meer een lokale rol vervult en daarmee niet uniek is, zoals een winkelcentrum, zal deze concurreren met vergelijkbare functies in de regio. Daarmee is de kans dat parkeerders uitwijken groter. Een te hoog parkeertarief kan de concurrentiepositie van zo’n functie verslechteren. Daarom wordt om de concurrentiepositie te behouden vaak een benchmark gehouden om te zien wat het parkeertarief is bij vergelijkbare functies in de regio.
Het parkeertarief kan op een aantal wijzen worden opgebouwd:
  • Vlak tarief. Bij een vlak tarief betaalt de gebruiker voor elk uur hetzelfde bedrag.
  • Progressief tarief. Een progressief tarief start met een laag tarief, maar dit tarief stijgt naarmate er langer geparkeerd wordt.
  • Degressief tarief. Bij een degressief tarief wordt kort parkeren ontmoedigd. Hoe meer uren er geparkeerd wordt, hoe lager het tarief per uur wordt.
Vlak tarief
Een vlak tarief is de meest voorkomende variant. Naast de mogelijkheid om (vooraf) per tijdseenheid te betalen, kunnen parkeerders in veel gemeenten een dag- of dagdeelkaart aanschaffen. Vaak zijn ook week- of maandkaarten verkrijgbaar. Deze laatste kaarten worden niet via de automaat verstrekt, maar zijn meestal te koop bij de parkeerorganisatie.
Toepasbaarheid
Deze variant is overal toepasbaar waar betaald parkeren geldt, zowel op grote als op kleine schaal. Het is gebruikelijk om bij betaald parkeren het tarief per uur (of per aantal minuten) aan te geven. Belangrijk nadeel voor de parkeerders is dat zij vooraf moeten betalen. Vaak weten mensen niet exact hoe lang hun bezoek of vergadering gaat duren. Daardoor betalen ze te veel óf ze moeten tussentijds bijbetalen. Dit kan worden ondervangen met gsm-, sms- of stadspasparkeren (zie ook paragraaf 6.2.4).
Effect en effectiviteit
Een vlak parkeertarief heeft voor kortparkeerders en niet-dagelijks parkerende autogebruikers een positief effect op de bereikbaarheid van een locatie: de parkeerdruk daalt er namelijk. Het ontmoedigt lang parkeren door dagelijkse bezoekers, voornamelijk woon-werkverkeer. Een deel van de werkers gaat op een andere manier naar het werk reizen (met de fiets of het openbaar vervoer) en een deel gaat elders parkeren. Deze laatste categorie zal eerst zoeken naar gratis parkeerruimte op loopafstand. Als het gebied met betaald parkeren wordt uitgebreid, dan zal een deel alsnog overstappen op een ander vervoermiddel. Een ander deel gaat parkeren bij overstappunten op het openbaar vervoer (P+R, P+Bike) of vanaf een gratis parkeerlocatie naar de bestemming fietsen.
Progressief tarief
Een progressief tarief start met een laag tarief en dit loopt op naarmate de automobilist langer parkeert. Door dit systeem wordt langdurig parkeren nog minder aantrekkelijk dan bij een vlak tarief. Een progressief parkeertarief kent dezelfde voordelen als een vlak tarief (een vaste tijd per euro).
Toepasbaarheid
Deze maatregel is vooral geschikt voor locaties waar veel mensen kort willen parkeren, zoals in winkelstraten of bij de vertrekpassages van Schiphol. Een progressief parkeertarief is ook prima toe te passen in woongebieden die grenzen aan gebieden of functies met een hoge parkeerdruk. De maatregel moet dan wel gecombineerd worden met een goede bezoekersregeling.
Effect en effectiviteit
Hoewel er bij deze maatregel geen maximale parkeerduur geldt, is het effect ervan te vergelijken met dat van de parkeerschijfzone. Lang parkeren door bezoekers wordt zo veel mogelijk voorkomen. Toegepast in woon- of werkgebieden is een vergelijkbaar effect te realiseren als bij parkeren voor belanghebbenden: door de progressieve tariefstelling wordt maximaal ontmoedigd dat niet-vergunninghouders lang gaan parkeren.
Degressief tarief
Een degressief tarief start met een hoog tarief en dit daalt naarmate iemand langer parkeert. Met een degressief tarief wordt kort parkeren sterker ontmoedigd dan met een vlak tarief.
Toepasbaarheid
Een degressief parkeertarief is vooral geschikt voor woon- of werkgebieden nabij functies met veel kortparkeerders, bijvoorbeeld bij winkelcentra of ziekenhuizen.
Effect en effectiviteit
Een degressief tarief ontmoedigt kort parkeren en gaat ‘overloop’ van kort parkerende bezoekers van nabijgelegen functies tegen.
Parkeerduurbeperking
Een variant op een progressief tarief is betaald parkeren waarbij een vlak tarief wordt gehanteerd met daaraan gekoppeld een maximale parkeerduur. Hierdoor wordt hetzelfde effect als bij een progressief tarief behaald, maar wordt het voor langparkeerders onmogelijk gemaakt op de locatie te parkeren.
Toepasbaarheid
Een vlak tarief in combinatie met parkeerduurbeperking wordt vaak gebruikt op locaties waar veel mensen kort willen parkeren. Een voorbeeld hiervan is de € 0,10-gebieden in een aantal winkelstraten in Amsterdam waar voor € 0,10 maximaal een uur mag worden geparkeerd. Ook in kleinere gemeenten, zoals in het centrum van Spijkenisse, en op de zogenaamde runshopplaatsen in Dordrecht wordt deze variant toegepast.
Effect en effectiviteit
De parkeerduurbeperking zorgt ervoor dat lang parkeren onmogelijk wordt gemaakt. Hierdoor blijft de parkeerruimte bij de bestemming beschikbaar voor de ultrakortparkeerder.
Tariefdifferentiatie
De tariefopbouw kan naast de tariefstelling (vlak, progressief, degressief) nog worden verfijnd door tariefdifferentiatie. Voor tariefdifferentiatie zijn in principe drie mogelijkheden:
  • differentiatie naar locatie;
  • differentiatie naar bloktijden. De gemeenten Rotterdam en Breda kennen bijvoorbeeld tariefdifferentiatie naar bloktijden. Daar wordt in de avonduren een lager tarief gehanteerd dan overdag.
  • differentiatie naar milieuklasse voertuig. In een aantal gemeenten, waaronder Amsterdam en Apeldoorn, is in het kader van een Experimentenwet een pilotproject gestart met tariefdifferentiatie naar milieuklasse.
Voor tariefdifferentiatie naar locatie zijn er drie modellen: het functionele, het concentrische of het parkeerdrukafhankelijke model. Bij het functionele model worden de tarieven gekoppeld aan de functie van een gebied. Elke functie krijgt haar eigen tarief. Voor een gebied kan onderscheid worden gemaakt naar woonfunctie, werkfunctie of bijvoorbeeld winkelfunctie.
Bij het concentrische model wordt ervan uitgegaan dat de parkeerdruk in het centrum het hoogst is en daar wordt het hoogste tarief geheven. In de schil aan de buitenkant wordt het laagste tarief geheven. Op deze manier wordt de parkeerdruk op het centrum verlaagd. Bij het parkeerdrukafhankelijke model betaalt de gebruiker meer naarmate de druk hoger wordt. Ook dit is een manier om locaties met een hoge druk te ontlasten. Het is wel belangrijk de parkeerdruk te blijven monitoren om veranderingen te constateren. De gemeente Rotterdam heeft een aantal jaren het parkeerdrukafhankelijke model gehanteerd. Het grote nadeel van dit model is dat voor iedere tariefaanpassing, omdat de parkeerdruk verandert, de parkeerbelastingverordening moet worden aangepast en ook alle tariefplaten.