Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Handboek parkeren
Deze tekst is gepubliceerd op 06-09-12

Tien tips voor succesvol gemeentelijk parkeerbeleid

Hierna staan tien tips waarmee niet alleen gemeenten, maar ook buurtcentra, wijkpanels en projectontwikkelaars hun voordeel kunnen doen. Ze betreffen zowel inhoudelijke als meer procesmatige aspecten van het parkeerbeleid.
1 Zet in op kwaliteit
Door parkeermaatregelen te combineren met een betere inrichting van het gebied, ruimte voor andere vervoerswijzen of met nieuwe initiatieven, is de kwaliteit van een gebied te vergroten. De behoefte aan meer kwaliteit is voor partners vaak de belangrijkste motivatie om aan een parkeerproject mee te doen. Slechts weinig bewoners van een wijk lopen warm voor minder parkeerruimte, maar als er meer speelplekken voor kinderen zijn en de straat is opgeknapt, dan staat zelfs de middenstand achter de aanpassingen. Voorbeeld is de Zuidas in Amsterdam. Bedrijven die zich hier vestigen zijn ervan overtuigd dat het een uniek gebied wordt, de strenge parkeernormen zouden ze anders hebben afgeschrikt. Kwaliteit van een gebied is zelfs als parkeermaatregel te benutten. In Drachten zorgt de mooie inrichting van een plein volgens de principes van ‘shared-space’ ervoor dat bezoekers hun auto daar niet parkeren, ook al is de ruimte er wel.
2 Gebruik inkomsten uit parkeren voor andere mobiliteitsoplossingen
Betaald parkeren op de openbare weg levert de gemeente vaak geld op. Hetzelfde kan gelden voor de exploitatie van een parkeergarage. Andere maatregelen kosten vooral geld. Een geïntegreerde aanpak voorkomt ‘machtsmisbruik’ van succesvolle parkeermaatregelen. Met de inkomsten zijn diverse beleidsdoelen te realiseren. Andere mobiliteitsoplossingen, die nieuw, onzeker en vaak kostbaar zijn, zijn zo eenvoudiger uit te voeren. Het geld kan ook worden gebruikt voor een betere inrichting. Gemeenten kunnen de parkeerinkomsten controleren door een parkeer- of mobiliteitsfonds op te richten. Duidelijke, juridische afspraken voorkomen dat deze inkomsten worden gebruikt voor algemene middelen.
3 Sluit aan bij probleem en specifieke kenmerken van een gebied
Verkeerskundige modeverschijnselen uit de voorbije decennia of te rechtlijnige uitwerkin-gen van nationaal beleid stellen gemeenten soms voor lastige dilemma’s. Zo ondervond Leeuwarden dat het Structuurplan Verkeer en Vervoer (SVV-2) daar niet werkt zonder goede verbindingen voor openbaar vervoer. In Drachten kan bijvoorbeeld een vriendelijke inrichting het gedrag van parkeerders beïnvloeden, in de Randstad zal dit minder vanzelfsprekend zijn. Over de parkeernormen op het Kema-terrein in Arnhem was te onderhandelen, ruimere normen op de Zuidas zouden waarschijnlijk tot een onleefbaar gebied leiden.
Naast aansluiting op specifieke kenmerken en problemen van een gebied is het belangrijk om bewoners op relatief korte termijn een concrete oplossing voor hun probleem te bieden; zij zien meestal weinig in een breed meerjarenbeleid. Als automobilisten klagen dat ze op koopavonden niet kunnen parkeren, schiet een project gericht op het gebruik van andere vervoermiddelen zijn doel voorbij. Het duurt te lang voordat dit effect heeft.
4 Zoek naar verschillende maatregelen voor verschillende groepen
Elke parkeer- en mobiliteitsmaatregel treft een bepaalde groep en bevoordeelt een andere. Het is een hele kunst om maatregelen te nemen die aan de wensen van de meeste parkeerders tegemoetkomen. De gemeente Noordwijk heeft aparte regelingen voor verschillende groepen parkeerders. Aan de rand van de bebouwde kom is parkeergelegenheid voor badgasten en werknemers van de winkels. Pensionhouders gebruiken niet-autogebonden parkeerkaarten en bewoners kunnen parkeren met een vergunning.
5 Leg minder geliefde zaken snel vast
Er zijn vaak genoeg partijen die een parkeergarage willen exploiteren bij een druk winkelcentrum; dat is commercieel aantrekkelijk. Minder geliefde parkeermaatregelen zijn soms moeilijker door te voeren. Als de overheid meer ruimte wil geven aan mobiliteits- en vervoersmanagement of het totale parkeeroppervlak wil beperken, is het raadzaam dit op schrift te stellen. Aangeraden wordt om tegelijkertijd ook na te denken over meer aantrekkelijke maatregelen. In een later stadium is het opheffen van parkeerplaatsen ‘een gepasseerd station’ en mobiliteitsmanagement is dan alleen nog op vrijblijvende voet te realiseren.
6 Combineer harde voorwaarden met onderhandelingsruimte
Bijna elk project bevat wel factoren of randvoorwaarden die niet te veranderen zijn, bijvoorbeeld omdat ze zijn vastgelegd in politieke keuzes of omdat de fysieke omgeving niet anders toestaat. Toch is het voor het proces en de houding van betrokken partijen erg belangrijk om onderhandelingsruimte te bieden. Wanneer deze ruimte er is, worden de scherpe randvoorwaarden eerder geaccepteerd en verlopen de onderhandelingen meer gestructureerd. Amsterdam volgt deze tactiek onder meer voor de Zuidas. Om ergernis, verwarring en woede te voorkomen, is het zaak bij het begin van het project vast te leggen welke randvoorwaarden onveranderbaar zijn en dus niet ter discussie staan.
7 Houd de aanpak in de planfase breed
Vroegtijdige samenwerking met vertegenwoordigers vanuit diverse disciplines verruimt de mogelijkheden om tot een goed plan te komen. In de eerste fase is elke bijdrage welkom en spelen verantwoordelijkheden een geringe rol. Ook individuele burgers kunnen deelnemen in het proces, bijvoorbeeld via een prijsvraag. Een open aanpak is belangrijk bij de start. Daarna is het zaak om het plan zichtbaar te maken. Bij ingewikkelde projecten is het raadzaam om maatregelen die eenvoudig te realiseren zijn, als eerste uit te voeren.
8 Kies een sterke trekker
De lokale overheid moet de moed hebben om initiatieven te nemen en partijen bij elkaar te brengen; een geïntegreerde aanpak ontstaat niet vanzelf. Het beste is als een aanwijsbaar, herkenbaar persoon namens de overheid het project vertegenwoordigt.
9 Breng de plannen positief, maar feitelijk
Een positieve benadering maakt eerder kans op een positieve ontvangst. Soms kost het wat moeite, maar voor elk project of thema is een positieve benadering te vinden. Zo roept ‘beperken van parkeerruimte’ meestal negatieve reacties op, terwijl ‘meer groen en speelruimte’ veel bewoners wel zal aanspreken. ‘Woonparken’ klinkt ook een stuk aantrekkelijker dan een ‘autoloze wijk’.
Een centrale visie voor een project is prachtig, maar in de communicatie moeten geen wollige visioenen worden opgeroepen. Geef feitelijk aan wat de directe gevolgen zijn voor bewoners persoonlijk: hoeveel parkeerplaatsen verdwijnen er? Voor wie en wanneer wordt de straat beter bereikbaar? Welke parkeermaatregelen worden er genomen: betaald parkeren, minder plaatsen of gewoon betere bewegwijzering? De doelstellingen en de maatregelen moeten voor alle betrokkenen helder zijn.
10 Onderhoud succes
Het is zinvol om eenmaal behaald succes te onderhouden. Vaak blijft met een kleine inspanning het resultaat langer behouden en is de effectiviteit van de maatregel groter. Een buurtfeest, een schouw, een symposium, een discussiemiddag of een evaluatie met een etentje kan partijen weer bij elkaar brengen. Binnen een breder project kan de gemeente een activiteit selecteren die het project als geheel weer even onder de aandacht brengt. Betrokkenen en de pers herinneren zich het succes weer en eventuele kleine oneffenheden kunnen glad gestreken worden. Daarbij ontstaat er gemakkelijker draagvlak voor de rest van de plannen.