Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Leidraad categorisering van knooppunten
Deze tekst is gepubliceerd op 27-12-12

Samenvatting

Leidraad categorisering van knooppunten – hulpmiddel voor het ontwerp
Knooppunten zijn voorzieningen waar je als reiziger kunt overstappen van het ene op het andere vervoermiddel. Het ontwerpen en inrichten van knooppunten is een ingewikkelde zaak: op welke locatie moet het knooppunt gerealiseerd worden, hoe moet het knooppunt er uit komen te zien, wie moeten er allemaal betrokken worden bij het ontwerpproces? Om beter gebruik te maken van de ervaringen bij andere knooppunten is deze ‘Leidraad categorisering van knooppunten – hulpmiddel voor het ontwerp’ opgezet. De leidraad beschrijft ervaringen die zijn opgedaan met de realisatie van knooppunten, zowel inhoudelijk als procesmatig.
Aanpak leidraad
Om een knooppunt te ontwerpen, moet een aantal stappen doorlopen worden. De aanpak die deze leidraad presenteert gaat uit van vier stappen.
Stap 1: Wat wil de reiziger?
Voor verplaatsingen met een overstap is de kwaliteit van deze overstap vaak bepalend voor de kwaliteit van de hele verplaatsingsketen van deur tot deur. In de regel stapt een automobilist alleen over op een andere vervoerwijze als deze overstap voordeel biedt. Het overstappen is geen doel op zich. Een overstap van auto op openbaar vervoer op een knooppunt kan aantrekkelijk zijn voor de reiziger als de reis via het knooppunt: sneller is dan het voortzetten van de reis per auto, bijvoorbeeld omdat het traject na het overstappunt congestiegevoelig is; goedkoper is dan het voortzetten van de reis per auto, bijvoorbeeld omdat parkeren op het overstappunt goedkoper is dan parkeren op de eindbestemming;
comfortabeler is dan het voortzetten van de reis per auto, bijvoorbeeld omdat de reiziger minder moeite hoeft te doen om een parkeerplaats te vinden op het overstappunt dan op de eindbestemming.
Als een overstap van auto op openbaar vervoer voordeel kan bieden, moet ook de kwaliteit van het knooppunt voldoende zijn. De kwaliteitskenmerken van een knooppunt zijn in figuur S.1 weergegeven. Deze kwaliteitskenmerken laten zich vertalen in eisen van de reiziger ten aanzien van voorzieningen op het knooppunt, maximale wachttijden, maximale loopafstanden, et cetera.
[ link ]

Figuur S.1: Kwaliteitskenmerken knooppunt

Stap 2: Wat zou de ontwerper moeten doen?
De kwaliteitseisen van de reiziger moet de ontwerper vervolgens vertalen in ontwerpeisen voor het knooppunt. In principe zijn de ontwerpeisen voor elk knooppunt anders: elk knooppunt ligt immers op een andere plek en is bedoeld voor andere reizigers. Om toch tot een gelijksoortige aanpak in gelijksoortige situaties te komen, is een indeling in knooppunttypen gemaakt. Elk van de onderscheiden knooppunttypen heeft specifieke ontwerpeisen.
De indeling in knooppunttypen is gebaseerd op de functie van het knooppunt: voor welke reizigers is het knooppunt bedoeld? De functie die het knooppunt vervult, is afhankelijk van:
  1. Het schaalniveau van bereikbaarheid van het knooppunt. Een knooppunt functioneert op stedelijk, regionaal, nationaal of internationaal schaalniveau. Het schaalniveau van de bereikbaarheid van het knooppunt wordt bepaald door de autobereikbaarheid en de bereikbaarheid per openbaar vervoer samen. De autobereikbaarheid van een knooppunt geeft aan door welk type wegen het knooppunt wordt ontsloten. De bereikbaarheid per openbaar vervoer geeft aan door welke typen openbaar vervoer het knooppunt wordt ontsloten.
  2. De ligging en functie van het knooppunt ten opzichte van de herkomsten en bestemmingen. De ligging en functie van het knooppunt geeft aan op welke reizigersgroep het knooppunt afgestemd is. Knooppunten met een bestemmingsfunctie liggen veelal aan de toevoerwegen van deze bestemmingen. De - relatief korte - afstand van het knooppunt tot de bestemming wordt bediend door een frequente openbaarvervoerverbinding. Knooppunten met een centrale herkomstfunctie liggen meestal in de centra van steden, dicht bij de herkomsten van de gebruikers en zij bieden een overstap op openbaar vervoer naar verder weg gelegen bestemmingen. Knooppunten met een perifere herkomstfunctie liggen vooral aan de randen van herkomstgebieden (de periferie) of op enige afstand van zowel herkomst- als bestemmingsgebied.
In tabel S.1 staan de acht knooppunttypen vermeld: Grote Stadspoort, Kleine Stadspoort, HST Centraal, IC Centraal, (A)R Centraal, P+HST, P+IC en P+(A)R. Tevens vermeldt de tabel per knooppunttype enkele voorbeelden.
Tabel S.1. Voorbeelden per knooppunttype
Functie

Schaalniveau
Bestemmingsfunctie Centrale herkomstfunctie Perifere herkomstfunctie
Internationaal HST centraal
Utrecht CS
Rotterdam CS
P + HST
Schiphol
Nationaal Grote Stadspoort
Amsterdam Arena
Leiden ’t Schouw
Utrecht Westraven
IC Centraal
Leiden CS
P + IC
Driebergen-Zeist
Rotterdam Alexander
Regionaal Kleine Stadspoort
Groningen Hoogkerk
Leiden Haagweg
Utrecht Galgenwaard
Rotterdam Kralingse Zoom
(A)R Centraal
Houten
Rotterdam Beurs
Rotterdam Blaak
P + (A)R
Delft Zuid
Lunetten
Lokaal
Per knooppunttype verschillen de eisen aan het ontwerp: de capaciteit van een autoparkeerplaats bij het knooppunttype Kleine Stadspoort hoeft bijvoorbeeld niet zo groot te zijn als een autoparkeerplaats van het knooppunttype Grote Stadspoort om een voldoende grote betrouwbaarheid te garanderen.
Stap 3: Hoe kan het knooppunt ontwikkeld worden?
De realisatie van een knooppunt levert in de praktijk vaak problemen op. Het ontwerpen van knooppunten is een complex proces, dat zich slecht in regeltjes laat vangen. Het is een cyclisch proces, waarbij ook nog eens veel verschillende actoren betrokken zijn, zoals doorgaande reizigers, omwonenden (gebruikers), vervoerders, bedrijven en voorzieningen in de directe omgeving, uitbaters en dienstenaanbieders (bijvoorbeeld IT), beheerders knooppunt, overheden, omwonenden, belanghebbenden op andere locaties, bouwers, ontwerpers, projectontwikkelaars en infrastructuurbeheerders. Deze actoren kunnen verschillende rollen aannemen. Globaal gesteld zijn er vijf belangrijke rollen in het ontwerpproces:
  • actoren die probleemeigenaar of belanghebbende zijn;
  • actoren die zorgen voor de financiering;
  • actoren die de procedures en regels kennen en toepassen;
  • actoren die het ontwerp realiseren;
  • overige, externe actoren.
Verschillende actoren hebben vaak verschillende doelen bij de ontwikkeling van een multimodaal knooppunt. Reizigers willen over het algemeen snel vervoerd worden, een uitbater wil zijn waren verkopen. Doelen van de ene actor kunnen tegenstrijdig zijn aan die van een andere actor. Voor het realiseren van een knooppunt is het van belang dat actoren het minimaal eens zijn met het ontwerp en de bouw van het knooppunt. Onderscheid kan hierbij gemaakt worden tussen commitment en draagvlak. Commitment is breder dan draagvlak: bij draagvlak gaat het erom dat een actor het met de ontwikkelingen eens is, en dit ook wil uitdragen. Bij commitment heeft een actor een duidelijk belang bij de aanleg van het knooppunt. Het is uiterst belangrijk dat de actoren in de rollen probleemeigenaar, financiering en realisatie zitten commitment hebben met het idee een knooppunt aan te leggen, en later met het ontwerp ervan. Voor externe actoren en de procedure-en-regelsmensen is het vooral belangrijk draagvlak te creëren. Voor het verkrijgen van commitment van alle actoren is het belangrijk in een vroeg stadium de belangen (doelen) van de actoren helder te krijgen. Potentiële conflicten moeten zo snel mogelijk duidelijk, en opgelost, worden. Cruciaal is dat men elkaars belangen kent en accepteert. Het inventariseren van doelen en belangen moet tijdens het proces regelmatig herhaald worden.
Wanneer is een knooppunt een succes?
Een succesvol knooppunt voldoet aan de beleidsdoelstelling en is exploitabel. Een beleidsdoelstelling kan zijn dat het knooppunt ervoor zorgt dat er minder auto’s naar de binnenstad rijden, of dat het aantal autokilometers in de regio vermindert. Exploitabel betekent dat het knooppunt minstens evenveel opbrengt als het kost. Of een knooppunt ook aan alle doelen van de verschillende actoren moet voldoen om succesvol te zijn is nog een punt van discussie.
Stap 4: Hoe functioneren knooppunten in de praktijk ?
Door te kijken hoe knooppunten in de praktijk functioneren, kunnen faalfactoren in ontwerp, bouw en beheer voorkomen worden. Voor de knooppunten Amsterdam Arena, Leiden ’t Schouw, Utrecht Westraven en Leiden Haagweg is een aantal kenmerken van het knooppunt in kaart gebracht: om welk knooppunttype gaat het, op welke manier is het knooppunt per auto en per openbaar vervoer ontsloten, welke voorzieningen zijn op het knooppunt aangetroffen, welke bestemmingsvoorzieningen zijn in de directe omgeving van het knooppunt gerealiseerd, hoe is het knooppunt ontstaan en hoe is het proces verlopen? Vervolgens zijn voor deze knooppunten een aantal succes- en faalfactoren geïdentificeerd. Succesfactoren zijn onder meer: naamsbekendheid, goede zichtbaarheid vanaf de snelweg, goede auto-ontsluiting, aanwezigheid parkeergarage met duidelijk aanwezige bewaking en informatie, benutten van parkeerplaats door aanwezigheid meerdere functies (bijvoorbeeld restaurant), duidelijk informatievoorziening over transferium op website.
Faalfactoren zijn bijvoorbeeld: niet-frequente OV-verbinding, grote loopafstanden door schaalgrootte van de voorziening, ondoorzichtige tarieven, afwerking details, sociale veiligheid, de mogelijkheden en voordelen van het transferium zijn de passerende automobilist niet erg duidelijk, rommelige uitvoering van het parkeerterrein.