Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Hoe specificeer je dat? (deel 1) Specificeren van duurzaamheid
Deze tekst is gepubliceerd op 21-06-15

2. Duurzaamheid, een definitie en een gedachtelijn

Voor het zich steeds verder ontwikkelende onderwerp duurzaamheid is het lastig een sluitende definitie te geven. Daarom is het wellicht ook beter te spreken over de ont­wikkeling zelf: duurzame ontwikkeling.
Reeds in 1972 ontwikkelde de commissie Brundtland de internationaal geaccepteerde definitie van duurzame ontwikkeling:
“Een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie, zonder het vermogen van toekomstige generaties in gevaar te brengen om in hun eigen behoeften te voorzien.”
Uitgangspunt bij deze definitie is het realiseren van bestaanscontinuïteit. Hoe de in de definitie genoemde ontwikkeling eruit ziet is afhankelijk van tijd, locatie, omgeving en, belangrijk, van het perspectief van de betrokkenen. Verschillende belangen zoals op het gebied van klimaat, energie, biodiversiteit, sociale participatie, benutting van arbeid, arbeids- en mensenrechten, regionale ontwikkelingen, onderwijs, gezondheid, veiligheid en economie wedijveren met elkaar op zowel de korte als de langere termijn. De invulling van duurzaamheid is daarmee een publiek én politiek domein. Het ontwikkelen van een duurzame samenleving vraagt om interactie tussen mensen over waarden, belangen, oplossingen en keuzes.
Een duurzame ontwikkeling of duurzaamheid is dus, afhankelijk van tijd (nu of in de toekomst) plaats en locatie, op zoek naar een balans/afweging tussen een aantal essentiële randvoorwaarden voor bestaanscontinuïteit. Deze generieke randvoorwaarden kunnen onder het concept van de 3 P’s worden samengevat:
P van People, wat zich in het Nederlands als ‘sociaal’ laat vertalen;
P van Planet, wat zich in het Nederlands als ‘milieu-aspecten’ laat vertalen;
P van Profit, wat zich in het Nederlands als ‘economie/ondernemerschap’ laat vertalen.
[ link ]

Figuur 2. Het 3P-model

Het 3P-concept is een praktisch en veel toe­gepast hulpmiddel geworden om het abstracte begrip duurzaamheid handen en voeten te geven. Het vindt ook toepassing in de bouwsector, reden waarom het ook hier gekozen is om duurzaamheid verder te kunnen ontleden en definiëren.
De werkgroep heeft ook andere hulpmiddelen voor en perspectieven op een duurzame ontwikkeling beschouwd. Er zijn vele positieve initiatieven waarvan ‘Cradle to Cradle’ (C2C) een heel bekende is die tevens goed past bij de lifecycle-gedachte van Systems Engineering. Vandaar een korte beschouwing van het C2C-concept ter inspiratie.
Cradle to Cradle
Cradle to Cradle (C2C) is een kansrijk concept voor het realiseren van duurzame ontwikkeling. Kern van de C2C­benadering van architect McDonough en chemicus Braungart is dat we niet langer moeten streven naar ‘minder slecht’ produceren en consumeren, maar dat in de interactie tussen mens en milieu waarde toegevoegd moet worden. Door uit te gaan van ‘de dingen beter doen’ in plaats van ‘minder slecht’ biedt C2C een positieve agenda, die stimulerend werkt voor innovatie en creativiteit. Praktijkcases in Nederland laten inmiddels zien dat C2C een impuls geeft aan de onderneming en de mensen die er werken. Anders dan het traditionele duurzaamheidsdenken (normen en regels voor minder slecht handelen), is C2C een businessconcept.
Cradle to Cradle is letterlijk van wieg tot wieg. Daarmee agendeert de titel direct tegen de huidige maatschappelijke ordening waarbij van wieg tot graf gebruikelijk is. Na jaren van consuminderen kun je concluderen dat dit principe niet werkt. We doen inmiddels alles veel zuiniger dan vijftig jaar geleden, maar verbruiken intussen veel meer energie en grondstoffen. Deze paradox probeert Cradle to Cradle te doorbreken. De natuur is hierbij het voorbeeld. Een goed ontwerp, zo stelt Cradle to Cradle, houdt zich aan drie ontwerpprincipes:
1 Sluit kringlopen
Hiermee wordt onderscheid gemaakt tussen een biologische kringloop (hernieuwbare biologische oorsprong zoals hout) en de technische kringloop (eindige geologische oorsprong zoals metalen). Biologische materialen kunnen zonder gevaar de ‘natuur’ in. Materialen van de technische kringlopen mogen dit niet, omdat ze daar schade kunnen aanrichten en omdat de voorraad van deze materialen eindig is. Van technische materialen moet de kringloop dus geheel worden gesloten om beschikbaarheid te kunnen garanderen. C2C ziet technische materialen dan ook liever in een gesloten huurconstructie. Als consument mag je even van koper of zilver gebruikmaken, maar dit waardevolle metaal blijft eigendom van de fabrikant. Daarmee huur je een functionaliteit, in plaats van dat je een product koopt.
2 Gebruik alleen vernieuwbare energie
De zon en zwaartekracht leveren hier dagelijks genoeg van. We hoeven het alleen maar te oogsten. Stimuleer dus de transitie van het ‘boeren’ van energie in plaats van het jagen en verzamelen van energie.
3 Stimuleer diversiteit
Het gaat daarbij om het stimuleren van de biodiversiteit (soortenrijkdom), culturele diversiteit (locale identiteit) en conceptuele diversiteit (ideeën en methode) De achterliggende gedachte hierbij is dat diversiteit het gehele systeem sterker maakt. Een samenleving wordt daarmee beter bestand tegen veranderingen in de toekomst. Iedereen begrijpt wel dat het op dit moment niet mogelijk is om de Cradle to Cradle-principes voor 100% toe te passen. Het gebruiken van roadmaps maakt het mogelijk om hiermee om te gaan. Wat is er nu al te doen, wat over vijf jaar en wat over tien jaar. Het wenkend perspectief is daarbij het volgende: “Our goal is a delightfully diverse, safe, healthy and just world, with clean air, water, soil and power – economically, equitably, ecologically and elegantly enjoyed.”
Bij het ontwerp gaat het ook om een zeker vakmanschap, de kwaliteit van het ontwerp, bijvoorbeeld de scheppende kracht van een architect. Of het ontwerp ook deze kwaliteit bezit, is via een paar eenvoudige vragen te controleren: Zou ik hier willen trouwen? Kan ik mijn kinderen hier vrij laten spelen? Zou ik hier mijn groente verbouwen? Bij een positief antwoord is aan deze kwaliteit voldaan.
Een Cradle to Cradle-ontwerp voldoet aan de gewenste functie, hanteert de drie ontwerpprincipes en beschikt over een eigen innerlijke kwaliteit.

Milieu versus duurzaamheid
Duurzaamheid is een breder perspectief dan milieu. Naast de P van Planet/milieu wordt daar nog de People- en de Profitkant aan toegevoegd. Daarnaast is er nog een verschil. Duurzaamheid en duurzame ontwikkeling richten zich op het toevoegen van bestaansrecht ten opzichte van de huidige situatie, het beoogt waarden toe te voegen door de dingen anders en doelmatig goed te doen (eco-effectiviteit). Het milieudenken in historisch perspectief kun je samenvatten in het streven naar de dingen minder slecht te doen (eco-efficiency).
Erosie van duurzaamheid
Opdrachtgevers in de infrasector hebben duurzaamheidsambities vertaald in beleidsdoelstellingen, generiek en specifiek. Geconstateerd wordt dat gedurende de ontwikkeling van projecten een groot deel van deze duurzaamheidsambities verloren gaan. De hypothese waar hierbij van wordt uitgegaan is dat het aspect duurzaamheid nog onvoldoende expliciet wordt meegenomen in de ontwikkeling van een project. De ontwikkeling van projecten is opgeknipt in fasen, waarbij ook verantwoordelijkheden (belangen) per fase verschillend zijn georganiseerd. Duurzaamheid is het meest effectief te beschouwen vanuit het perspectief van de volledige lifecycle. De kosten en baten van duurzaamheid worden daarom door verschillende belanghebbenden gevoeld. Met als gevolg suboptimale duurzaamheidskeuzes (per fase), en een erosie van de duurzaamheidsambitie.
[ link ]

Figuur 3. Erosie van de duurzaamheidsambitie voorkomen

Hoe dit te voorkomen?
Bewustwording bij de ketenpartners, dat is het basisidee. Bewustwording creëer je door communicatie over expliciete informatie. Met name bij de faseovergangen zal de eventueel optredende duurzaamheids­erosie in zicht moeten komen, bijvoorbeeld door per fase aan het begin een aantal duurzaamheidsgerelateerde vragen te stellen zoals ‘Heb ik kansen in beeld die meer duurzaamheid toevoegen aan het project?’. Hierna duurzaamheid in de betreffende fase te monitoren en bij het einde van een fase op dit aspect te evalueren met de hamvraag: ‘Is de duurzaamheidsdoelstelling gerealiseerd?’. Simpel toch? Vaak een goed teken van een werkend instrument!
Ook als andere oorzaken ten grondslag liggen aan ambitie-erosie, worden deze zichtbaar door middel van deze aanpak. Als de vragen niet leiden tot een open beeld, dan kan dieper worden geanalyseerd door middel van een aspectsysteemanalyse (zie het nieuwe Handboek specificeren [4]).
Het idee is dus om bewustwording te organiseren door gericht op duurzaamheid een aantal vragen en antwoorden in het proces vast te leggen en hierop actie te ondernemen.
Tip! Op [ link ] is een stapsgewijze vragenlijst beschikbaar met de titel ‘Beheersen van het aspect duurzaamheid bij faseovergangen’.

Positief handelingsperspectief
Het begrip duurzaamheid reikt een positief handelingsperspectief aan om de dingen anders en goed te doen, om een duurzame ontwikkeling te bewerkstelligen. Dit geeft een positieve agenda voor vernieuwing en ontwikkeling, een platform voor innovatie en creativiteit en daagt ondernemerschap op een positieve manier uit. Systems Engineering kan daarbij ondersteunen om betrokkenen inzicht te geven in de beelden en belangen, oplossingsrichtingen en de te nemen keuzes.
Vasthouden van het concept, procesbeheersing
Vanuit het 3P concept wordt u in deze publicatie een proces aangeboden om sturing te geven aan uw ambitie en deze ambitie vast te houden in het ontwikkelproces. Dit proces start met het kiezen van thema’s en gaat verder door het iteratieve Systems Engineering-proces te volgen. Hierbij is beheersing van faseovergangen tussen mensen en partijen essentieel om het oorspronkelijke ambitieniveau vast te houden. De kans op ‘erosie’ van duurzaamheid zit met name in de faseovergangen, bijvoorbeeld bij aan­bestedingen. Om dit te beheersen is een bewust­wordingsinstrument ontwikkeld. Lees het document Beheersen van het aspect duurzaamheid bij faseovergangen (Vragen en acties).