Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Toelichting bij Model Basisovereenkomst en UAV-GC 2025
Deze tekst is gepubliceerd op 25-11-24

Hoofdstuk 2 - Algemene verplichtingen van partijen

Inleiding
Dit hoofdstuk regelt de belangrijkste verplichtingen en verantwoordelijkheden van Partijen.

In § 2a is voorzien in een wederzijdse verplichting van Partijen tot proactief gedrag en interactie. Deze verplichting is onderdeel van de meeromvattende systematiek van kwaliteitsmanagement en contractbeheersing waarop de MBO met bijbehorende UAV-GC is gebaseerd. Zie de toelichting op § 2a.

In § 3 en § 4 zijn de verplichtingen en verantwoordelijkheden van de Opdrachtgever, respectievelijk de Opdrachtnemer, geregeld. De bepalingen in deze paragrafen hangen nauw met elkaar samen. De belangrijkste principes waarop die bepalingen zijn gebaseerd, staan hieronder weergegeven. Zie voor een uitleg de toelichtingen op § 3 en § 4.

Het uitgangspunt is dat de Opdrachtnemer Werkzaamheden verricht met het oog op de realisatie van het Werk en, indien dat is overeengekomen, het Meerjarig Onderhoud. De Opdrachtnemer doet dat op basis van de eisen die de Opdrachtgever in de Vraagspecificatie heeft vastgelegd. De Opdrachtnemer is daarom verplicht de Werkzaamheden af te stemmen op de tijdens de realisatie van het Werk of het Meerjarig Onderhoud blijkende toestand (zie § 4 lid 4). Denk hierbij aan de geotechnische bodemgesteldheid, de conditie en ligging van bestaande objecten, kabels en leidingen, ontplofbare oorlogsresten, verontreinigingen of zaken van materiële, historische of wetenschappelijke waarde. Bij het afstemmen van de Werkzaamheden op de bestaande toestand zal de Opdrachtnemer zich baseren op informatie die de Opdrachtgever voorafgaande aan het doen van een Aanbieding (artikel 7 lid 1 MBO) of na de totstandkoming van de Overeenkomst over die toestand aan hem ter beschikking stelt (artikel 7 lid 2 MBO). Voor zover de Opdrachtgever geen of onvolledige informatie aan de Opdrachtnemer ter beschikking stelt, moet de Opdrachtnemer om (aanvullende) informatie vragen en eventueel ook zelf informatie inwinnen. Het is zelfs mogelijk dat hij – bij gebreke aan beschikbaarheid van informatie – een inschatting moet maken van de toestand die hij tijdens het verrichten van de Werkzaamheden verwacht aan te treffen. Zie hierna ook de toelichting op § 3 lid 3 (Reikwijdte zorgvuldigheidsverplichting Opdrachtnemer: gevaltypen).

De Opdrachtgever is conform de uitgangspunten die aan het bouwcontractenrecht ten grondslag liggen verantwoordelijk voor de inhoud van de Vraagspecificatie en voor de juistheid van de informatie die hij aan de Opdrachtnemer ter beschikking heeft gesteld (zie § 3 lid 2 en 5). Uit diezelfde uitgangspunten volgt dat deze verantwoordelijkheid vervolgens wordt begrensd door de waarschuwingsplicht van de Opdrachtnemer (zie § 3 lid 11 en § 4 lid 10).

Als tijdens de uitvoering van de Werkzaamheden blijkt dat de toestand die de Opdrachtnemer aantreft afwijkt van de toestand zoals hij die voorafgaande aan het doen van de Aanbieding heeft ingeschat, is hij in beginsel zelf voor die afwijking verantwoordelijk (§ 4 lid 1 jo. § 4 lid 4 UAV-GC). Die verantwoordelijkheid is echter niet onbegrensd. Wanneer de Opdrachtgever namelijk geen informatie over de bestaande toestand ter beschikking stelt, of ter beschikking gestelde informatie onvolledig is, trekt hij daarmee verantwoordelijkheid naar zich toe. In § 3 lid 3 UAV-GC ligt immers besloten dat de Opdrachtnemer voorafgaande aan het doen van de Aanbieding weliswaar zelf een zorgvuldige inschatting moet maken van de toestand die hij tijdens de uitvoering van de Overeenkomst verwacht aan te treffen, maar de reikwijdte van die zorgvuldigheidsverplichting – en daarmee ook van de verantwoordelijkheid van de Opdrachtnemer voor een eventueel afwijkende toestand – zal mede afhangen van de vraag of, en in hoeverre, de Opdrachtgever zelf informatie over de bestaande toestand aan de Opdrachtnemer ter beschikking heeft gesteld en de mate waarin hij gehoor heeft gegeven aan verzoeken van de Opdrachtnemer tot het ter beschikking stellen van aanvullende informatie. Deze en andere relevante omstandigheden staan in de toelichting op § 3 lid 3 UAV-GC (onder Reikwijdte zorgvuldigheidsverplichting Opdrachtnemer: gezichtspunten). Het voorgaande betekent dat de Opdrachtgever rekening moet houden met de mogelijkheid dat hij op grond van § 3 lid 3 UAV-GC zelf verantwoordelijk is voor de eventuele gevolgen (kostenoverschrijding, vertraging, schade of gebreken) van het niet of onvolledig ter beschikking stellen van (aanvullende) informatie.

De in de vorige alinea uiteengezette risicoregeling van § 3 lid 3– met inbegrip van de hierboven genoemde verplichting van de Opdrachtnemer tot afstemming op grond van § 4 lid 4 – gold onder de UAV-GC 2005 alleen wanneer de Opdrachtnemer zelf een inschatting moest maken van de geotechnische bodemgesteldheid (zie § 13 lid 1 en 2 UAV-GC 2005). Deze regeling is nu verbreed tot alle voor de realisatie van het Werk en het Meerjarig Onderhoud relevante omgevingsfactoren waarvan de Opdrachtnemer geheel of ten dele zelf een inschatting moet maken. Die verbreding is vervolgens de aanleiding geweest om de bepalingen van § 13 UAV-GC 2005 te verwerken in het onderhavige hoofdstuk, zodat de bepalingen van § 13 konden komen te vervallen. Zie voor een toelichting op de verwerking van de bepalingen van § 13 UAV-GC 2005 in de bepalingen van het onderhavige hoofdstuk, de toelichting op de inmiddels vervallen § 13.