Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Handleiding onderhoud verkeersregelinstallaties
Deze tekst is gepubliceerd op 02-08-16

Storingsmeldingen

Storingen kunnen op verschillende manieren worden gemeld, bijvoorbeeld:
  • klachten die telefonisch of via de mail binnen komen bij de wegbeheerder (weggebruikerstevredenheid);
  • automatische storingsmeldingen door de verkeersregelautomaat doorgestuurd naar de beheercentrale;
  • bevinding tijdens periodieke inspectie.
Aanbevolen wordt om één ingang te hebben voor het melden van storingen. Duidelijke afspraken moeten worden gemaakt over wie de storing binnenkrijgt en hoe dit vervolgens wordt doorgeven aan de partij die gaat reageren op de storingsmelding. Indien er meerdere ingangen zijn, bestaat de kans dat meerdere partijen gaan reageren op de storingsmelding. Deze ene ingang kan bijvoorbeeld de partij zijn die het eerstelijnsonderhoud aan de buiteninstallatie en de regelautomaat verzorgt.
Er kunnen verschillende typen storingen worden onderscheiden. Storingsmeldingen kunnen bijvoorbeeld conform de volgende categorisering worden ingedeeld en geregistreerd:
  • detectiestoring;
  • lampstoring;
  • kabelstoring;
  • automaatstoring;
  • schade;
  • klachten.
Afhankelijk van het type storing kan worden besloten om deze mee te nemen tijdens de periodieke inspectie of om direct actie te ondernemen en correctief onderhoud uit te voeren. De kruispunten zijn in te delen in categorieën op basis van bijvoorbeeld de regelnoodzaak en/of de veiligheid. Per categorie is een verschillend serviceniveau aan te houden. Deze categorisering biedt houvast voor het bepalen de hersteltermijn voor het uit te voeren onderhoud. Het is raadzaam de volgende aspecten op te nemen in de categorie-indeling:
  • de reactiesnelheid tussen het signaleren en het melden van een storing en de aanvang van het herstel;
  • de vereiste verkeersmaatregelen en de verkeersregelaars die eventueel nodig zijn;
  • eventuele voorwaarden voor het uitschakelen van de verkeersregelinstallatie tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.
De wegbeheerder kan het signaleren en herstellen van schade en storingen overdragen aan de installatieleverancier of een andere externe partij. In dat geval worden vaak eisen gesteld aan het correctief onderhoud in de vorm van responsetijden, hersteltijden en storingsanalyses. Hierbij kan worden gekozen voor twee vormen:
  • pro-actieve storingsmeldingen, waarbij de externe partij de wegbeheerder informeert over storingen;
  • re-actieve storingsmeldingen, waarbij de wegbeheerder de externe partij informeert.
Zie het praktijkvoorbeeld: Omgaan met storingen bij de provincie Utrecht.
Zie ook het praktijkvoorbeeld Regionaal ketenbeheer (ga voor de vergrote afbeelding direct naar paragraaf 8.2 via de inhoudsopgave links).