Bijlage I: Voorbeelden meetmethoden
In deze bijlage staat voor een aantal situaties aangegeven hoe rijlijnen kunnen worden getekend. De voorbeelden geven antwoord op de volgende vragen:
- Hoe moeten de rijlijnen van het fietsverkeer worden getekend wanneer op een rijstrook sprake is van gemengd verkeer?
- Hoe breed moet ik een voetgangersoversteek tekenen als er geen markering aanwezig is?
- Hoe moet worden omgegaan met meer rijstroken voor een richting?
- Hoe moet worden omgegaan met de rijlijnen van vrachtverkeer en autoverkeer bij een krappe of ruime bocht?
- Wat moet worden gedaan als rijlijnen elkaar kruisen?
- Hoe moet worden omgegaan met een stopstreep die niet haaks op de rijrichting staat?
Rijlijnen fietsverkeer
In stedelijke gebieden is vaak sprake van gecombineerde rijstroken voor auto- en fietsverkeer. Bij verkeerslichten maken beide verkeerssoorten vaak deel uit van dezelfde signaalgroep, waarbij in sommige gevallen beide verkeerssoorten een eigen stopstreep hebben (zoals bij een OFOS).
In stedelijke gebieden is vaak sprake van gecombineerde rijstroken voor auto- en fietsverkeer. Bij verkeerslichten maken beide verkeerssoorten vaak deel uit van dezelfde signaalgroep, waarbij in sommige gevallen beide verkeerssoorten een eigen stopstreep hebben (zoals bij een OFOS).
[ link ]
Hoe de rijlijnen van het fietsverkeer worden getekend, hangt samen met de verkeerssituatie. Wanneer er veel fietsers op een richting aanwezig zijn, is het aannemelijk dat ze de volle breedte van de rijstrook gebruiken. Fietsers die links afslaan, kiezen in sommige situaties voor de kortste route.Figuur 12. Voorbeeld 1, rijlijnen fietsers
[ link ]
In de figuren 12 en 13 staan voorbeelden hoe rijlijnen getekend kunnen worden. Voorbeeld 1 (figuur 12) heeft betrekking op een situatie met een beperkt aantal fietsers. Deze fietsers houden de rechterkant van de rijstrook aan. In voorbeeld 2 (figuur 13) is het aantal fietsers groter en maakt het rechtdoorgaande fietsverkeer gebruik van de volle rijstrookbreedte. Het links afslaande fietsverkeer kiest meer de kortste weg omdat het minder de rechterkant van de rijstrook aanhoudt.Figuur 13. Voorbeeld 2, rijlijnen fietsers
Breedte voetgangersoversteekplaats
In sommige situaties is bij de voetgangersoversteekplaatsen geen markering aanwezig op het wegdek. In deze gevallen is de manier waarop voetgangers gebruik maken van de oversteek leidend voor de manier waarop rijlijnen getekend worden.
In sommige situaties is bij de voetgangersoversteekplaatsen geen markering aanwezig op het wegdek. In deze gevallen is de manier waarop voetgangers gebruik maken van de oversteek leidend voor de manier waarop rijlijnen getekend worden.
De breedte van de oversteekplaats kan bijvoorbeeld gelijk gesteld worden aan de breedte van het toeleidende voetpad. Een voetgangersoversteekplaats is vaak 2 tot 4 meter breed.
Meer rijstroken
Bij kruispunten komt het regelmatig voor dat een richting meer rijstroken heeft. Voor iedere rijstrook wordt vanaf de stopstreep één rijlijn naar de afvoerende rijstrook opgenomen. Wanneer er meer afvoerende rijstroken dan toevoerende rijstroken zijn, wordt voor iedere logische beweging een rijlijn opgenomen.Rijstrookwisselingen worden niet meegenomen: bestuurders hebben de verplichting om deze op een veilige wijze uit te voeren.
Bij kruispunten komt het regelmatig voor dat een richting meer rijstroken heeft. Voor iedere rijstrook wordt vanaf de stopstreep één rijlijn naar de afvoerende rijstrook opgenomen. Wanneer er meer afvoerende rijstroken dan toevoerende rijstroken zijn, wordt voor iedere logische beweging een rijlijn opgenomen.Rijstrookwisselingen worden niet meegenomen: bestuurders hebben de verplichting om deze op een veilige wijze uit te voeren.
Meer rijlijnen
Bij krappe of ruime bogen hebben auto’s meer vrijheid in de manier waarop de bocht gereden wordt dan vrachtauto’s. Vrachtauto’s rijden vaak een ruimere boog dan personenauto’s. Om hiermee goed om te gaan, kunnen verschillende rijlijnen voor verschillende verkeerssoorten worden gebruikt. In figuur 14 staat een voorbeeld van een extra set rijlijnen voor signaalgroep 12. De buitenste rijlijn is bedoeld voor al het verkeer, inclusief het vrachtverkeer. De stippellijn is bedoeld voor personenauto’s. De kenmerken van de betreffende voertuigsoorten moeten worden gehanteerd in de berekeningen. Deze situatie kan ook worden toegepast bij rechts afslaand verkeer. In het betreffende voorbeeld kan het gebruik van de krappere boog voor personenauto's tot een hogere en meer realistische ontruimingstijd van signaalgroep 8 naar signaalgroep 12.
Bij krappe of ruime bogen hebben auto’s meer vrijheid in de manier waarop de bocht gereden wordt dan vrachtauto’s. Vrachtauto’s rijden vaak een ruimere boog dan personenauto’s. Om hiermee goed om te gaan, kunnen verschillende rijlijnen voor verschillende verkeerssoorten worden gebruikt. In figuur 14 staat een voorbeeld van een extra set rijlijnen voor signaalgroep 12. De buitenste rijlijn is bedoeld voor al het verkeer, inclusief het vrachtverkeer. De stippellijn is bedoeld voor personenauto’s. De kenmerken van de betreffende voertuigsoorten moeten worden gehanteerd in de berekeningen. Deze situatie kan ook worden toegepast bij rechts afslaand verkeer. In het betreffende voorbeeld kan het gebruik van de krappere boog voor personenauto's tot een hogere en meer realistische ontruimingstijd van signaalgroep 8 naar signaalgroep 12.
[ link ]
Kruisende rijlijnen Figuur 14. Meer rijlijnen voor een richting
Richtingen die gelijktijdig groen krijgen, moeten ook gelijktijdig het kruispunt kunnen gebruiken. De rijlijnen van deze richtingen mogen elkaar dus niet kruisen.
De situatie van kruisende lijnen kan zich bijvoorbeeld voordoen bij linksafbewegingen die voor elkaar langs moeten kruisen. Als de rijlijnen worden getekend zoals in figuur 15, dan kunnen de signaalgroepen 6 en 12 niet veilig gelijktijdig groen krijgen.
[ link ]
Dit voorbeeld is ter illustratie omdat de rijlijn van richting 6 in werkelijkheid meer naar binnen zal liggen. Als er op een kruispunt onvoldoende ruimte is om de rijlijnen zo te tekenen dat ze elkaar niet kruisen, kan een aantal acties worden ondernomen. Allereerst kan het ontwerp van het kruispunt zo worden aangepast dat de voertuigbewegingen gelijktijdig kunnen plaatsvinden. Een andere mogelijkheid is het toestaan van een deelconflict of het niet toestaan van gelijktijdig groen.Figuur 15. Kruisende rijlijnen
In de praktijk komt het voor dat stopstrepen niet haaks op de rijrichting staan. Een voertuig moet voor de stopstreep tot stilstand komen.Wanneer sprake is van een schuin liggende stopstreep kan een denkbeeldige lijn worden getekend die haaks op de rijrichting staat en op het voorste punt van de stopstreep ligt. Deze denkbeeldige lijn is de lijn vanwaar uit de ontruimingstijden worden berekend. In figuur 16 staat een voorbeeld van deze situatie.
[ link ]
Figuur16.Schuin liggende stopstreep