Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Selectieve toegang en doseren
Deze tekst is gepubliceerd op 25-01-13

Voetgangerszone

Een voetgangerszone is alleen toegankelijk voor voetgangers. Voertuigen, dus ook fietsers, zijn er niet toegestaan. De inrichting van het gebied moet de functie ervan ondersteunen. Het is mogelijk een bepaald gebruik van het gebied, anders dan door voetgangers, toe te staan. In de praktijk is dit doorgaans geregeld via ontheffingen, bijvoorbeeld voor hulpdiensten en bevoorradend verkeer. Er moet echter voor worden gewaakt dat het gebied als gevolg van te veel ontheffingen alsnog een verkeersfunctie krijgt. In dat geval kan beter voor de oplossing van wegvak/zone worden gekozen. Een belangrijk verschil van een wegvak/zone ten opzichte van een voetgangerszone, is dat het bij een wegvak/zone wel mogelijk is de rijrichting te regelen. Bij een voetgangerszone is dit niet mogelijk.
De voetgangerszone moet worden aangegeven met bord E10 (G7). Het einde van de zone moet worden aangegeven met bord E11 (G7), het zogenaamde eindezonebord.
Als een ander gebruik dan door voetgangers is toegestaan, bijvoorbeeld door ontheffinghouders, dan moet dit op een onderbord zijn aangegeven (zie figuur 5).
[ link ]

Figuur 5. Bord E10 (G7). Het gebruik van onderborden met het woord ‘uitgezonderd’ is onder het bord G7 niet toegestaan

Standaardcriteria voetgangerszone
De functie van de zone moet duidelijk zijn. Een verkeersbesluit is vereist. Het bord E10 moet worden gebruikt om de zone aan te duiden.
Het toelaten van motorvoertuigen is in principe niet toegestaan. In de praktijk is een beperkt gebruik door motorvoertuigen echter wel mogelijk.
Als ander gebruik dan door voetgangers is toegestaan, dan moet dit op een onderbord worden aangegeven. Mogelijke onderbordopties hiervoor zijn:
  • laden en lossen toegestaan van …. tot … uur;
  • ontheffinghouders toegestaan.
[ link ]

Figuur 6. Onderbord laden en lossen

Omdat een voetgangerszone geen verkeersfunctie heeft en geen parkeergelegenheden kent, zal het parkeren binnen deze zone geregeld moeten worden. Als er een (beweegbaar) obstakel is, dan moet de weggebruiker daarvoor worden gewaarschuwd. Hiervoor kan het bestaande of het alternatieve waarschuwingsbord worden gebruikt.
Er moet standaard een voorwaarschuwing worden geplaatst. De daarvoor te hanteren afstanden zijn afhankelijk van de aard van de weg, het wegtype en de geldende maximumsnelheid ter plaatse.

[ link ]

Foto 2. Voorbeeld voetgangerszone