Looproutes en geleiding
De meerderheid van de bezoekers legt het laatste deel van de verplaatsing lopend af: vanaf een parkeerlocatie, een halte van het openbaar vervoer of de pendelbussen, of een nabijgelegen station. Het aantal lopende bezoekers in relatie tot de beschikbare ruimte, is de publieksdichtheid. Als die te hoog wordt, komt de doorstroming in gedrang en kunnen gevaarlijke situaties ontstaan. Een hoge publieksdichtheid op looproutes, bij haltes van het openbaar vervoer, in- en uitgangen van de evenementenlocatie, evenals op de evenementenlocatie zelf brengt een verhoogde kans op incidenten met zich mee. Door congestie kan op een specifiek moment en op een specifieke plaats een te hoge publieksdichtheid ontstaan. Deze congestie kan ontstaan door:
- Een te hoge intensiteit van publieksstromen;
- Onvoldoende verwerkingscapaciteit op onderdelen van de verplaatsingsketen (bijvoorbeeld een te smalle tunnel);
- Verandering van de richting van publieksstromen;
- Door paniek en vluchtgedrag (onverwachte gebeurtenissen);
- Door competitieve drang (bijvoorbeeld: iedereen wil zo dicht mogelijk bij het podium staan).
Mogelijke maatregelen
Spreiding van bezoekers, zowel in tijd als ruimte, en voldoende doorstroomcapaciteit van de looproutes en de in- en uitgangen zijn de belangrijkste middelen om dit te voorkomen.
Aankomstspreiding
Bekeken moet worden welke mogelijkheden er zijn om de aankomst van bezoekers te spreiden, bijvoorbeeld door een voorprogramma of de mogelijkheid te bieden van tevoren te kunnen eten of drinken. Zie ook paragraaf 3.1.2.
Aangepaste loop- en noodroutes
Aanbevolen wordt een looproute een minimale breedte van 7 meter te geven waardoor er naast de bezoekers ook hulp- en nooddiensten langs kunnen. Het is immers nodig dat iedereen de evenenementenlocatie bij een calamiteit snel en veilig kan verlaten. De routes moeten goed bewegwijzerd zijn, zonder obstakels of barrières waar opstoppingen kunnen ontstaan. Bij een maximale publieksdichtheid van 70% kan de massa blijven lopen en heeft men het gevoel ‘weg te kunnen’.
De snelheid van ontruiming is mede afhankelijk van het profiel van de bezoekers en de staat waarin zij verkeren voor wat betreft alcohol en drugs. Ook de aanwezigheid van bijvoorbeeld rolstoelen en kinderwagens kan van invloed zijn. Als algemeen uitgangspunt voor de capaciteit van vluchtroutes geldt:
- 135 personen per meter (nood)uitgang per minuut bij ‘vrije in- en uitstroom’ van de locatie.
- 90 personen per meter (nood)uitgang per minuut als er geen sprake is van vrije in- en uitstroom.
Daarbij moet altijd rekening worden gehouden met factoren die de doorstroomsnelheid kunnen beïnvloeden, zoals publieksdichtheid en/of obstakels verderop op de looproute. Bij voorkeur worden meerdere loop- en noodroutes gecreëerd om de kans op congestie door tegengestelde of samenkomende bezoekersstromen te voorkomen.
Aandacht voor veilige toe- en uitgang evenementenlocatie
Aantal, spreiding en verwerkingscapaciteit van de toegangen en (nood-)uitgangen dienen voldoende te zijn, ook bij calamiteiten.
Vertrekspreiding
Aanbevolen wordt niet ineens alle activiteit te stoppen, maar geleidelijk af te bouwen, bijvoorbeeld door bars open te laten, of nog korte tijd muziek te spelen.