2 Visie op verkeerskundig beheer
Een bestuurder kan pas overtuigd worden van verkeerskundig beheer als binnen een organisatie de noodzaak wordt aangetoond. Daarvoor is het hebben van een visie noodzakelijk. Om een visie te kunnen vormen is het goed om eerst vast te stellen hoeveel aandacht de organisatie nu heeft voor verkeerskundig beheer. Door inzichtelijk te maken wat er op dit moment wordt gedaan aan verkeerskundig beheer en de ambitie te bepalen, is het mogelijk om een visie te formuleren. Het door het GGT ontwikkelde ‘Stappenplan naar visie verkeerskundig beheer’ biedt de wegbeheerder handvatten om de huidige positie eenvoudig stap voor stap te bepalen. Nadat dit is gebeurd, kan worden overgegaan tot verbetering en structurele verankering van het verkeerskundig beheer. Hieronder staan de hoofdlijnen van het stappenplan. In bijlage 1 wordt toegelicht hoe met behulp van een Excel-bestand de stappen kunnen worden doorlopen.
Vaststellen huidige aandacht voor verkeerskundig beheer
Om te kunnen bepalen hoeveel aandacht verkeerskundig beheer op dit moment krijgt binnen de organisatie zijn vier verschillende niveaus gedefinieerd. Ieder niveau is gekarakteriseerd met een uitspraak over verkeerskundig beheer: “ver van mijn bed”, “goed is goed genoeg”, “waar een wil is, is een weg” en “de kroon op het werk”. Deze uitspraken staan symbool voor de aandacht die binnen een organisatie aanwezig is voor verkeerskundig beheer.
[ link ]
Figuur A.1. Hoeveel aandacht krijgt uw verkeerskundig beheer?
Het eerste niveau “ver van mijn bed” kenmerkt zich door weinig of vrijwel geen activiteit op het gebied van verkeerskundig beheer en een focus op uitsluitend technisch beheer.
Het tweede niveau “goed is goed genoeg” komt voor bij wegbeheerders bij wie verkeerskundig beheer beperkt is tot het afhandelen van klachten, vaak technisch van aard. Vaak zijn dit wegbeheerders waar de kennis op zich wel aanwezig is, maar waar kleinschaligheid en/of gebrek aan capaciteit een obstakel vormen om stappen te zetten ter verbetering van verkeerskundig beheer.
Bij wegbeheerders met het niveau “waar een wil is, is een weg” is het verkeerskundig beheer al geïntegreerd in het dagelijks werk. Ook is er ervaring met een beheersysteem, gestructureerde monitoring en de evaluatie van verkeerssystemen. Bij deze beheerders ontbreekt vaak de vastlegging van de (beleids-)processen en het beheer in de organisatie en werkprocessen. Reden hiervoor kan zijn het gebrek aan bestuurlijk draagvlak. Het verloren gaan van kennis en kunde door personeelswijzigingen is bij dit niveau een risico.
Tot slot is er het niveau “de kroon op het werk”, waarbij verbetering van het functioneren van verkeerslichten in zowel technische als verkeerskundige zin volledig is geborgd in de organisatie. Beleid, budget en personele inzet zijn geregeld. Dit gaat samen met een actieve rol in de regio en gerichte kennisuitwisseling met collega-wegbeheerders. Vaak is er een actief betrokken bestuurder en werken ambtenaren gericht aan verbetering van het proces verkeerskundig beheer.
Bepalen visie op verkeerskundig beheer
Het vastgestelde huidige niveau van verkeerskundig beheer geeft een goede indicatie voor de aandacht die er nu is voor verkeerskundig beheer. Om een visie te vormen moet verder worden ingezoomd. In het stappenplan worden hiertoe de volgende vier bouwstenen voor verkeerskundig beheer onderscheiden:
- Bewustwording;
- Kennis (deel van Organisatie);
- Middelen (deel van Organisatie);
- Uitvoering.
[ link ]
Figuur A.2. Bouwstenen en niveaus van verkeerskundig beheer
Ga voor iedere bouwsteen als volgt te werk (zie bijlage 1):
- Stel vast welke stelling overeenkomt met de huidige manier van werken. In veel gevallen komt dit overeen met het niveau dat eerder aan een wegbeheerder is toegekend. Meerdere stellingen kunnen van toepassing zijn: neem dan als uitgangspunt het beste (bovenste) niveau dat van toepassing is.
- Bepaal welke resterende stellingen het beste beschrijven wat het gewenste doel binnen 1 à 2 jaar is. Wat wil een wegbeheerder? Dit kunnen meerdere stellingen zijn. Van de gekozen stellingen zal de bestuurder uiteindelijk overtuigd moeten worden. De haalbaarheid is niet van invloed op de beoordeling van een stelling. Stellingen die bij a zijn geselecteerd, kunnen niet nogmaals geselecteerd worden.
- Bepaal eventueel tot slot het lange termijn doel: waar droomt een wegbeheerder van? Deze zogenaamde droom wordt gezien als de stip op de horizon. Voorbereidingen kunnen hiervoor al wel in gang worden gezet, maar bij het overtuigen van een organisatie/bestuurder ligt hier niet de nadruk op. Dit kunnen meerdere stellingen zijn. Stellingen die bij a of b zijn geselecteerd, kunnen niet nogmaals geselecteerd worden.
Van visie naar acties
De visie is inzichtelijk gemaakt. Nu kan gewerkt worden aan het realiseren van de doelstellingen. Wat is er nodig om de gewenste doelen te realiseren? Wordt de kans op succes vergroot als samenwerking wordt gezocht met een andere wegbeheerder? Welke onderdelen van de organisatie moeten betrokken worden in het proces? Het antwoord verschilt per te nemen stap en per bouwsteen. In figuur A.3 zijn opnieuw de bouwstenen en niveaus te zien. In plaats van stellingen is nu bij alle niveaus weergegeven welke hoofdstukken en stappen uit deze publicatie genomen moeten worden om het gewenste niveau te bereiken.
[ link ]
Figuur A.3. Handvatten in deze publicatie om acties uit te kunnen voeren