Afgestrooide asfaltverhardingen
Ter voorkoming van een te lage aanvangsstroefheid werd in het verleden (vóór het bestaan van sma-mengsels) reeds voorgeschreven [25] dat alle nieuwe asfaltverhardingen moesten worden afgestrooid met steenslag. Door de asfaltdeklaag af te walsen met niet omhulde steenslag werd de vereiste aanvangsstroefheid verkregen. Indien deze steenslag bij een juiste temperatuur is ingewalst zijn de korrels goed ingebed en steken deze deels uit boven het oppervlak van de asfaltdeklaag. Hierdoor wordt de macrotextuur vergroot en kan de microtextuur van het afstrooimateriaal zijn functie verrichten. De aanvangsstroefheid zal daarom bij afgestrooide asfaltverhardingen hoger zijn dan bij niet afgestrooide deklagen.
Om verzekerd te zijn van een goede inbedding van het afstrooimateriaal moet de maximale korreldiameter van het afstrooimateriaal worden afgestemd op de maximale korreldiameter in de asfaltdeklaag. Indien bijvoorbeeld een deklaag van sma 0/8 wordt afgestrooid met steenslag 2/6 kan er geen sprake zijn van een goede inbedding en bestaat de kans dat het mineraal aggregaat aan het oppervlak van de asfaltdeklaag wordt verpulverd. Een te kleine diameter van het afstrooimateriaal levert ook niet het gewenste effect op, omdat hierbij de kans bestaat dat het afstrooimateriaal geheel in de asfaltdeklaag wordt weggedrukt en zijn functie niet kan vervullen.
Na openstelling van een afgestrooid wegdek zal het afstrooimateriaal geleidelijk uit het wegoppervlak worden gereden of verder in de deklaag worden vastgedrukt. Het bitumenhuidje slijt vervolgens van het mineraal aggregaat waarbij de functie van het afstrooimateriaal geleidelijk wordt overgenomen door het mineraal aggregaat van de asfaltdeklaag