Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Wegbeheer 2019
Deze tekst is gepubliceerd op 28-08-18

3.2. Variabele gegevens

De variabele gegevens betreffen de kwaliteit van het wegennet. De kwaliteit kan worden beoordeeld aan de hand van een globale inspectie en door metingen.
Globale inspectie
Bij de globale inspectie worden de schades uniform beoordeeld volgens de ‘Handleiding globale visuele inspectie 2011’ [2]. Voor ieder wegvakonderdeel en voor alle schades die worden beoordeeld bij de globale inspectie, geeft de inspecteur de ernst en omvang aan door middel van de schadebeoordeling. De wijze van inspecteren en de definities van ernst en omvang van de schade zijn beschreven in de genoemde handleiding.
De beheerder kan ervoor kiezen om de inspanning van een inspectie aan te passen door bijvoorbeeld gericht wegvakonderdelen te inspecteren of de frequentie van de inspectie aan te passen. Bijvoorbeeld ieder jaar de asfaltverhardingen en om het jaar de elementenverhardingen. Hierbij is de actualiteit van de gegevens zeer belangrijk. Het verlagen van de inspectiefrequentie heeft direct invloed op aansprakelijkheidsvraagstukken binnen de beheerorganisatie.
De globale inspectiegegevens zijn categorie a-gegevens. Tabel A6 geeft een overzicht van de schades die bij de globale inspectie worden beoordeeld.
Tabel A6. Schades die bij de globale inspectie worden beoordeeld
AsfaltElementenCementbeton
RafelingDwarsonvlakheidOneffenheden
DwarsonvlakheidOneffenhedenScheurvorming
OneffenhedenVoegwijdte
1)
Voegvulling
ScheurvormingZetting
1)
Zetting
Zetting
1)
1) facultatief
Tabel A7. Mogelijke metingen
MetingCategorie
gegevens
Opmerking
a
1)
b
2)
Langsonvlakheidx
Spoorvormingx
Comfortx Alleen voor fietspaden
Structurele waarde (draagkracht)x
Deflectie x
Stroefheid x
Doorlatendheid xAlleen voor zoab en open deklagen
Lastoverdracht xAlleen voor cementbeton
1) worden met de methode in planning verwerkt indien beschikbaar
2) worden niet met de methode in de planning verwerkt
Kaders klein onderhoud
Voor het uitvoeren van een globale inspectie is het belangrijk om als beheerorganisatie duidelijk te hebben wat verstaan wordt onder klein onderhoud en op welke wijze dit geregistreerd wordt, voordat de globale inspectie wordt uitgevoerd. Hierdoor treedt minder vervuiling op van de binnenkomende data en is daardoor minder nabewerking tijdens de maatregeltoets nodig. Als richtlijn voor de omvang kan een oppervlak van 50m² tot 200m² gekozen worden als kader voor klein onderhoud.
Metingen
Naast de globale inspectie kunnen metingen onderdeel uitmaken van de methode. In tabel A7 is een overzicht gegeven van de mogelijke metingen. De metingen zijn aanvullend op de resultaten van de globale inspectie. Metingen van categorie a-gegevens vormen, naast de resultaten van de globale inspectie, input voor het opstellen van de planning en begroting. De resultaten van de categorie b-metingen past de gebruiker handmatig toe op projectniveau.
Waterdoorlatendheid
Specifieke metingen op netwerkniveau voor de waterdoorlatendheid van de open deklagen en water passerende verhardingen, inclusief richtlijnen en waarschuwingsgrenzen worden vooralsnog niet gebruikt. De visuele beoordeling van de technische staat is voldoende ondervangen in de huidige inspectiemethodiek, maar deze specifieke functies zijn geen onderdeel van de systematiek. Zolang deze uitwerking er niet is moet de beheerder putten uit klachten en meldingen over deze deklagen. De richtlijnen voor de technische schades van deze nieuwe materialen zijn gelijk aan die van de huidige elementenrichtlijnen.
Draagkracht
De wijze waarop deflectiemetingen op netwerkniveau kunnen worden toegepast is uitgewerkt in de publicatie “Valgewichtdeflectiemetingen voor de Wegbeheerder”. De basis is dat de 85-percentiel waarde van de IDK600 gebruikt wordt als indicatie over het draagvermogen. Dit is weergegeven in onderstaande tabel. De beoordeling ‘onvoldoende’ helpt de beheerder tijdens het uitvoeren van de maatregeltoets bij het bepalen van de maatregel.
Toetsing IDK
600
Draagkracht
IDK
600
≤ IDK
600 referentie
voldoende
IDK
600 referentie
< IDK
600
≤ 1,8 × IDK
600 referentie
in balans
IDK
600
> 1,8 × IDK
600 referentie
onvoldoende
Toetsen van globale inspectie
Bij het uitvoeren van de globale inspectie zijn de inspectiegegevens van het voorgaande jaar niet zichtbaar. Dit wordt bewust gedaan om de inspectie objectief te houden. Bij het inlezen van de inspectiegegevens wordt de vigerende inspectie als toets gebruikt. Bij grote afwijkingen (bijvoorbeeld meer dan 1 klasse verschil) geeft het systeem hier een melding van. De beheerder controleert de verschillen en neemt waar nodig actie. Een verschil kan bijvoorbeeld ontstaan doordat onderhoud is uitgevoerd, maar dat deze nog niet is ingevoerd in wegbeheer.)
Historische informatie
Het beschikbaar zijn van historische informatie, zoals meet- en inspectiegegevens van voorgaande jaren, kan helpen in het betrouwbaar maken van de voorspelling van het onderhoud. Door deze informatie met elkaar te vergelijken kan de beheerder inzicht krijgen in bijvoorbeeld de ontwikkeling van de schade of het effect van een onderhoudsmaatregel. Deze kennis kan vervolgens gebruikt worden voor het vaststellen van het gedrag van verhardingen. Daarmee kunnen eigen onderhoudscycli opgebouwd worden.