4.5. Uitvoeren maatregeltoets
De maatregeltoets is bedoeld om de betrouwbaarheid van de planning en de maatregelen voor de korte termijn te vergroten door het onderhoud in deze periode daadwerkelijk vast te stellen. De maatregeltoets is voorwaarde voor het genereren van een betrouwbare planning. Indien de resultaten van de maatregeltoets niet in het systeem verwerkt worden geeft het systeem hier melding van.
De maatregeltoets houdt in dat de beheerder controleert of de voorgestelde maatregelen overeenkomen met dat wat daadwerkelijk zal worden uitgevoerd. Het uitvoeren van de maatregeltoets vereist wegbouwkundige kennis en vakmanschap. De methode genereert op basis van de input de optimale maatregelen en planjaren voor wegvakonderdelen. Het is echter voor de beheerder mogelijk andere maatregelen en planjaren te kiezen.
De maatregeltoets houdt in dat de beheerder controleert of de voorgestelde maatregelen overeenkomen met dat wat daadwerkelijk zal worden uitgevoerd. Het uitvoeren van de maatregeltoets vereist wegbouwkundige kennis en vakmanschap. De methode genereert op basis van de input de optimale maatregelen en planjaren voor wegvakonderdelen. Het is echter voor de beheerder mogelijk andere maatregelen en planjaren te kiezen.
Voor de maatregeltoets worden de volgende stappen uitgevoerd:
- Het maken van een selectie van de te toetsen wegvakonderdelen
- Het uitvoeren van de toets buiten
- Het afstemmen op andere plannenen budgettair afstemmen van de maatregelen
Om de inspanning van de maatregeltoets niet al te groot te laten worden maakt de wegbeheerder een selectie van wegvakonderdelen die voor de korte termijn (1 – 2 jaar) in de basisbegroting staan ingepland. Mogelijke selectiecriteria die gebruikt kunnen worden zijn de afspraken (kaders) die gemaakt zijn voor het klein onderhoud, onderhoud dat reeds gepland staat voor onderhoud op de korte termijn, etc.
Na de selectie controleert de wegbeheerder buiten de wegvakonderdelen voor de korte termijn op planjaar, soort maatregel en omvang van de maatregel. Er kunnen verschillende redenen zijn om de maatregelen of planjaren aan te passen. Het kan zijn dat de beheerder het niet eens is met de maatregel of de omvang. De afstemming met andere wegvakonderdelen en wegvakken en/of andere plannen, bijvoorbeeld de renovatie van de riolering, kan ertoe leiden dat maatregelen en planjaren moeten worden gewijzigd. Maar ook bestuurlijke of maatschappelijke keuzes kunnen invloed hebben op de maatregelen en planjaren in de begroting.
Na de selectie controleert de wegbeheerder buiten de wegvakonderdelen voor de korte termijn op planjaar, soort maatregel en omvang van de maatregel. Er kunnen verschillende redenen zijn om de maatregelen of planjaren aan te passen. Het kan zijn dat de beheerder het niet eens is met de maatregel of de omvang. De afstemming met andere wegvakonderdelen en wegvakken en/of andere plannen, bijvoorbeeld de renovatie van de riolering, kan ertoe leiden dat maatregelen en planjaren moeten worden gewijzigd. Maar ook bestuurlijke of maatschappelijke keuzes kunnen invloed hebben op de maatregelen en planjaren in de begroting.
De argumenten voor de wijziging van de voorgestelde maatregel wordt door de beheerder vastgelegd en het systeem houdt deze beschikbaar. Het kan bijvoorbeeld nuttig zijn om de argumenten voor het bepalen van het voorgaande jaar erbij te hebben.
De beheerder stelt door het uitvoeren van de maatregeltoets het onderhoud voor de korte termijn vast en vergroot daarmee de betrouwbaarheid van de korte termijnplanning.
Wanneer de wegbeheerder de door de methode voorgestelde maatregel niet overneemt, zijn er vier situaties met hun gevolgen mogelijk:
Na het uitvoeren van de maatregeltoets is de betrouwbaarheid van het uit te voeren onderhoud voor de korte termijn groot, maar van gelijkmatige budgetten is nog geen sprake.- De wegbeheerder kiest een andere maatregel uit dezelfde maatregelgroep.
De methode gaat er per definitie van uit dat als de maatregelgroep gelijk is, ook het effect van de maatregel gelijk is. Alleen de prijs die bij de gekozen maatregel hoort, kan verschillen. - De wegbeheerder kiest een andere maatregel uit een lichtere maatregelgroep.
Nu gaat de methode ervan uit dat de maatregel in het geheel geen effect heeft op de kwaliteit van de verharding. De kwaliteit verbetert dus niet. - De wegbeheerder kiest een andere maatregel uit een zwaardere maatregelgroep.
Nu gaat de methode ervan uit dat deze maatregel hetzelfde effect heeft als de maatregel uit de door de methode gegenereerde maatregelgroep. - De wegbeheerder kiest een eigen maatregel.
Met andere woorden een maatregel die de methode niet automatisch kiest. Door toekenning van de maatregel aan een maatregelgroep is het effect van de maatregel op de kwaliteit van de verharding bekend. In het algemeen zullen eigen maatregelen slechts incidenteel voorkomen.
Efficiëntie
De maatregeltoets is een belangrijke en intensieve activiteit. Afhankelijk van de grootte van het areaal, de indeling van het areaal en de onderhoudstoestand kan de hoeveelheid wegvakonderdelen erg groot zijn die voor planjaar 1 en 2 gecontroleerd moeten worden.
Het efficiënter maken van de maatregeltoets kan samenhangen met de definitie van groot- en klein onderhoud en hoe men daar mee om gaat. Als voorbeeld kunnen bijvoorbeeld alle parkeerstroken eruit gefilterd worden als men in de regel hier toch alleen maar klein onderhoud op uitvoert.