4.9.2. Vaststellen budget lange termijn
Het budget lange termijn voor de instandhouding van het wegennet zonder dat daarbij achterstand in onderhoud ontstaat. Om het benodigde budget te kunnen vaststellen, zijn onderhoudscycli opgesteld. In een onderhoudscyclus zijn alle maatregelen vastgelegd die naar verwachting tijdens de gehele levensduur van de verharding zullen worden uitgevoerd. Het einde van de levensduur is het moment waarop de gehele constructie wordt gerehabiliteerd, gereconstrueerd of vervangen. Er bestaan onderhoudscycli voor elke combinatie van wegtype, verhardingstype en ondergrondtype.
Het doel van de onderhoudscycli is dat op netwerkniveau de jaarbudgetten voor onderhoud op de lange termijn kunnen worden vastgesteld. Uitgangspunt hierbij is dat er geen achterstand in onderhoud is. Welk onderhoud daadwerkelijk zal worden uitgevoerd, hangt af van de actuele onderhoudstoestand. In een onderhoudscyclus zijn maatregelen opgenomen die gebruikelijk zijn voor het betreffende wegtype. In de praktijk kan de beheerder heel andere maatregelen kiezen. De onderhoudscycli hebben niet als doel het onderhoud op lange termijn te voorspellen.
De onderhoudscycli zijn afhankelijk van:
- Het wegtype;
- Het verhardingstype;
- De ondergrond.
Elk van deze factoren wordt hierna toegelicht.
Wegtype
De onderhoudscyclus van een verharding is onder meer afhankelijk van het gebruik en de verkeersbelasting van de verharding. Een intensief bereden verharding zal meer onderhoud nodig hebben dan een verharding met weinig verkeer. De zeven wegtypen hebben elk een eigen onderhoudscyclus.
In het algemeen wordt vermeden om bij een verharding met veel verkeer een oppervlakbehandeling toe te passen. Als er echter maar weinig verkeer voorkomt, dan kan een oppervlakbehandeling uitstekend voldoen. Daarnaast is per wegtype ook de frequentie van het uitvoeren van onderhoud anders. Zo kan in het geval van de druk bereden weg om de acht jaar onderhoud noodzakelijk zijn, terwijl bij een rustige weg onderhoud om de elf jaar volstaat.
Verhardingstype
Het spreekt voor zich dat de onderhoudscyclus van een verharding ook afhankelijk is van het verhardingstype. De maatregelen en de frequentie van onderhoud zijn voor asfalt-, elementen- en cementbetonverhardingen immers compleet verschillend. Voor het bepalen van de budgetten op netwerkniveau is uitsplitsing naar de drie verhardingstypen per wegtype niet altijd voldoende.
In de onderhoudscyclus van een elementenverharding is altijd herstraten opgenomen. Dit kan geheel maar ook gedeeltelijk herstraten zijn. Om onderscheid te kunnen maken tussen herstraten cementbetonstraatstenen en herstraten gebakken klinkers, is het nodig afzonderlijke onderhoudscycli op te stellen.
Ondergrond
De onderhoudscyclus van een verharding is ook afhankelijk van de ondergrond. Op weinig draagkrachtige ondergronden zullen sneller zettingen en oneffenheden ontstaan, zodat daar vaker en ingrijpender onderhoud nodig is. Uiteraard wordt de constructie afgestemd op de ondergrond. Dit kan op twee manieren. Er kan voor een hoogwaardige en relatief kostbare constructie worden gekozen die zo lang mogelijk meegaat. Er kan ook voor een laagwaardige en relatief goedkope constructie worden gekozen in de wetenschap dat deze relatief snel aan onderhoud toe zal zijn. Hiermee moet dan rekening worden gehouden in de onderhoudscyclus.
Als een verhardingsconstructie optimaal wordt afgestemd op de lage draagkracht van de ondergrond, hoeft een constructie zich niet of nauwelijks anders te gedragen dan een constructie op een goede ondergrond. In zulke gevallen geldt op netwerkniveau de gemiddelde ondergrond. Er kan echter ook bewust zijn gekozen voor een minder hoogwaardige constructie. Als wordt voorzien dat er ten gevolge van de zettingen elke acht jaar volledig moet worden herstraat, is het onnodig een dure hoogwaardige constructie toe te passen, die bovendien nog extra zettingen oplevert.
In CROW-publicatie 145 ‘Beheerkosten openbare ruimte’ [3] is een nadere onderbouwing gegeven van de onderhoudscycli. In principe worden de relevante resultaten van deze publicatie overgenomen. Het resultaat van een onderhoudscyclus is het gemiddeld benodigde bedrag per vierkante meter per jaar, ofwel het cyclusbedrag. Als dit bedrag jaarlijks per vierkante meter voor onderhoud wordt uitgetrokken, dan blijft de verharding tot in lengte van jaren in stand. De totale benodigde kosten voor groot onderhoud en/of rehabilitatie per jaar zijn eenvoudig te berekenen door de oppervlakten uit het gegevensbestand te vermenigvuldigen met het cyclus bedrag. Het resultaat van deze vermenigvuldiging is het cyclusbudget.
Voor een elementenverharding van wegtype 3 op een goede ondergrond kan de volgende berekening worden gemaakt. In jaar 0 vindt aanleg plaats, in jaar 30 wordt volledig herstraat. Tussentijds wordt een keer gedeeltelijk herstraat (30%). Volledig herstraten kost € 21,60 per m2, gedeeltelijk herstraten kost € 36,– per m2. De totale kosten bedragen dan € 21,60 + 30% x € 36,– = € 32,40 per m2 per 30 jaar. Dit is per jaar € 1,08 per m2. Het gegevensbestand vermeldt 400.000 m2 elementenverharding van wegtype 3 op een goede ondergrond. Voor de instandhouding hiervan is jaarlijks dus 400.000 x € 1,08 = € 432.000,– nodig.