Veiligheidsruimte en vrije ruimte
De veiligheidsruimte vormt het gebied binnen het werkvak dat is gelegen voor, naast en voorbij de werkruimte, en waarin zich geen wegwerkers, materiaal en/of materieel mogen bevinden, met uitzondering van het werkverkeer dat naar of van de werkruimte rijdt en wegwerkers die de afzetting plaatsen, onderhouden of verwijderen.
De veiligheidsruimte is bedoeld ter bescherming van wegwerkers tegen voertuigen die door de afzetting rijden (zowel aan het begin als langs de werkruimte) en tegen rondslingerend materiaal als gevolg van een eventuele aanrijding.
De veiligheidsruimte tussen de werkruimte en de langsafzetting in een werkvak wordt ook aangeduid als vrije ruimte. Het doel van de vrije ruimte is het vergroten van de indirecte veiligheid van de wegwerker. De vrije ruimte vergroot de afstand tussen langsrijdend verkeer en de wegwerker en voorkomt dat wegwerkers bij een misstap in het verkeer terechtkomen. De noodzaak van vrije ruimte is afhankelijk van het type afzetting. Bij een open langsafzetting tussen werkruimte en verkeersruimte (geleidebakens of verkeerskegels) bestaat het risico dat wegwerkers die per ongeluk een stap naar achteren doen, tussen het langsrijdende verkeer terechtkomen en dat wegwerkers die elkaar passeren, per ongeluk aan de verkeerszijde van de geleidebakens of verkeerskegels terechtkomen. Bij een open scheiding is daarom altijd een vrije ruimte nodig van minimaal 0,60 m breed (behalve op voetpaden).
Vrije ruimte altijd vereist
Er kan geen enkel excuus worden aangevoerd voor het niet toepassen van de vrije ruimte. Desnoods moet een andere afzetting worden gekozen of zelfs een volledig wegvak worden afgesloten en het verkeer worden omgeleid.
Bij een gesloten fysieke langsafzetting tussen werkruimte en verkeersruimte (geleidebarrier of (bouw)hek) is bovengenoemd risico niet aanwezig. De gesloten scheiding moet dan wel voldoende hoog en stevig zijn, zodat wegwerkers er niet gemakkelijk overheen kunnen stappen of vallen.
Bij toepassing van tijdelijke barriers als langsafzetting moet ook rekening worden gehouden met een veiligheidsruimte tussen barrier en werkruimte in verband met de werkende breedte (uitbuiging) van de barrier. In de werkende breedte van een tijdelijke barrier mag alleen gewerkt worden als de prestatieklasse en hoogte van de barrier dit toestaan.