Algemeen
Bij tijdelijke verlichting voor wegwerkzaamheden wordt onderscheid gemaakt in verlichting van de verkeersruimte en verlichting van het werkvak. Tijdelijke verlichting van de verkeersruimte heeft betrekking op het verlichten van de rijbaan voor en langs de werkzaamheden. Deze tijdelijke rijbaanverlichting heeft als doel de afzetting en het verloop van de (tijdelijke) rijbaan ook bij duisternis voldoende zichtbaar te maken voor de weggebruikers. Rijbaanverlichting kan dus ook noodzakelijk zijn bij langdurige werkzaamheden waarbij er niet bij duisternis wordt gewerkt, maar de afzetting wel bij duisternis blijft staan.
Duisternis is gedefinieerd als de periode tussen zonsondergang en zonsopkomst.
Werkvakverlichting heeft als doel dat de werkzaamheden ook bij duisternis goed en veilig kunnen worden uitgevoerd. Werkvakverlichting moet ook voorkomen dat weggebruikers die het werkvak naderen en passeren, in verwarring worden gebracht of worden verblind door schijnwerpers en/of de eigen verlichting van werkvoertuigen in het werkvak. Werkvakverlichting is een verantwoordelijkheid voor de uitvoerende partij en vormt als zodanig geen onderdeel van de verkeersmaatregelen bij wegwerkzaamheden. In veel situaties kunnen werkvakverlichting en tijdelijke rijbaanverlichting worden gecombineerd. Werkvakverlichting die tevens dienst doet als tijdelijke rijbaanverlichting moet dan voldoen aan de eisen die gelden voor tijdelijke rijbaanverlichting wat betreft plaatsing en verlichtingskwaliteit. Bovendien moet de verlichting ook ingeschakeld zijn als dat niet nodig is vanuit de functie als werkvakverlichting, maar wel vanuit de functie als rijbaanverlichting. Op deze plaats wordt niet ingegaan op de specifieke eisen aan lichtsterkte, lichtpunthoogte en onderlinge afstand, en ook niet op de lichttechnische berekeningen. Hiervoor wordt verwezen naar de vigerende richtlijnen voor permanente verlichting, de relevante NEN-EN-normen en de 'Voorschriften tijdelijke rijbaanverlichting' (4 maart 2016) [E 06].
Tijdelijke rijbaanverlichting wordt uitgevoerd met tijdelijke lichtmasten of mobiele lichtmasten. Bij nachtelijke werkzaamheden die langer duren dan éé n nacht wordt tijdelijke rijbaanverlichting geplaatst in de vorm van tijdelijke lichtmasten. Duren de nachtelijke werkzaamheden éé n nacht of korter, dan mogen ook mobiele tijdelijke lichtmasten worden toegepast. Dit zijn lichtmasten met een of meer lichtarmaturen met een hoge lichtsterkte. Het belangrijkste voordeel van deze lichtmasten is de eenvoudige plaatsing en verwijdering in combinatie met een eigen energievoorziening.
Functie-eisen voor tijdelijke rijbaanverlichting
| Eis-ID | Eistitel | Eistekst | Toelichting | |
|---|---|---|---|---|
| TRV-01- | 01 | Duisternis | De tijdelijke rijbaanverlichting moet zijn ingeschakeld bij duisternis. | Duisternis is de periode tussen zonsondergang en zonsopkomst. |
| TRV-01- | 02 | Informeren weggebruiker | Tijdelijke rijbaanverlichting vereenvoudigt het bij duisternis waarnemen van de weg- en verkeerssituatie. | Rijbaanverlichting maakt het wegverloop, de rijbaan, de markering, de bebakening, de objecten en de andere weggebruikers bij duisternis eerder als zodanig waarneembaar en herkenbaar dan met uitsluitend de voorgeschreven voertuigverlichting. |
| TRV-01- | 03 | Informeren weggebruiker | De weggebruiker wordt bij duisternis adequaat geïnformeerd over het verloop van de tijdelijke verkeersruimte. | Rijbaanverlichting draagt bij aan de zichtbaarheid van de inrichting en het verloop van de verkeersruimte, zodat de weggebruiker zijn gedrag kan afstemmen op de tijdelijke wegsituatie. |
| TRV-01- | 04 | Attentieniveau | Tijdelijke rijbaanverlichting accentueert de aanwezige discontinuïteiten en maakt de beslispunten herkenbaar. | Het extra aanduiden van discontinuïteiten en beslispunten verhoogt het attentieniveau van de weggebruiker en bevordert het juiste rijgedrag. |
| TRV-01- | 05 | Comfort | Tijdelijke rijbaanverlichting vereenvoudigt de rijtaak van de weggebruiker. | |
| TRV-01- | 06 | Verblinding en misleiding | Tijdelijke rijbaanverlichting draagt bij aan het voorkomen van misleiding en/of verblinding van de weggebruiker. | Bij wegwerkzaamheden kunnen weggebruikers misleid of verblind worden door in het werkvak aanwezige werkvakverlichting en/of voertuigverlichting van de werkvoertuigen. Rijbaanverlichting vermindert de kans op misleiding en verblinding. |
| TRV-01- | 07 | Behoud functionaliteit | De functionaliteit van de tijdelijke rijbaanverlichting is gedurende de duur van het gebruik van de tijdelijke verkeersruimte gewaarborgd. | Wanneer tijdelijke rijbaanverlichting niet meer voldoet aan de gestelde minimumeisen, dient deze direct na melding hersteld of vervangen te worden. |
| TRV-01- | 08 | Combinatie permanente verlichtingsinstallatie | Bij gebruik van de tijdelijke rijbaanverlichting in combinatie met een permanente verlichtingsinstallatie moet de in- en uitschakeling gesynchroniseerd worden met de aanwezige schakelregime. |
Raakvlakeisen voor tijdelijke rijbaanverlichting
| Eis-ID | Eistitel | Eistekst | Toelichting | |
|---|---|---|---|---|
| TRV-02- | 01 | Lichtsterkte | Tijdelijke rijbaanverlichting zorgt voor een gelijkmatige luminantie over het te verlichten wegoppervlak. | Zie eis TRV-03-05. |
| TRV-02- | 02 | Lichtkleur | Tijdelijke rijbaanverlichting wordt uitgevoerd in een uniforme kleurstelling. |
Uitvoering tijdelijke rijbaanverlichting
| Eis-ID | Eistitel | Eistekst | Toelichting | |
|---|---|---|---|---|
| TRV-03- | 01 | Normen | Tijdelijke rijbaanverlichting voldoet aan de onderstaande normen voor permanente en tijdelijke rijbaanverlichting: - NEN-EN 40 (lichtmasten); - NEN-EN 12767 (passieve veiligheid wegmeubilair); - NPR 13201 (straatverlichting); - NEN 1010; - NEN 3140. | |
| TRV-03- | 02 | Normen | Het aansluiten van tijdelijke rijbaanverlichting op het laagspanningsnet voldoet aan de NEN 1010 en NEN 3140. | |
| TRV-03- | 03 | Richtlijnen | Tijdelijke rijbaanverlichting voldoet aan de richtlijnen voor permanente en tijdelijke rijbaanverlichting zoals die onder andere zijn opgenomen in: - Handboek Wegontwerp, CROW-publicaties 164b t/m 164d; - Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom (ASVV). | |
| TRV-03- | 04 | Eisen Rijkswaterstaat | Tijdelijke rijbaanverlichting op rijkswegen voldoet aan: - Voorschriften tijdelijke rijbaanverlichting (4 maart 2016) | |
| TRV-03- | 05 | Verlichtingsklasse | Tijdelijke rijbaanverlichting bewerkstelligt een gelijkmatige wegdekluminantie en verlichtingssterkte, die minimaal gelijk zijn aan die van permanente rijbaanverlichting. | |
| TRV-03- | 06 | Uitvoering in relatie tot plaatsen en verwijderen | Bij de uitvoering van tijdelijke rijbaanverlichting wordt rekening gehouden met de verplaatsbaarheid en hanteerbaarheid van de lichtmasten, kabels en energievoorziening. |