Voertuigkerende barrier
Voertuigkerende barriers worden gebruikt bij wegwerkzaamheden in de langsafzetting van het werkvak en/of als afbakening van de verkeersruimte. Daarnaast worden voertuigkerende barriers gebruikt als tijdelijke scheiding tussen twee elkaar tegemoetkomende verkeersstromen.
Definitie
Een voertuigkerende barrier is een beveiligingsconstructie, bedoeld voor fysieke geleiding van voertuigen die uit de koers zijn geraakt. De barrier dient ter afscherming van een gevarenzone of ter beperking van de risico’s daarin. De gevarenzone kan bestaan uit een werkvak, een obstakel of een tegemoetkomende verkeersstroom.
Een voertuigkerende barrier is een beveiligingsconstructie, bedoeld voor fysieke geleiding van voertuigen die uit de koers zijn geraakt. De barrier dient ter afscherming van een gevarenzone of ter beperking van de risico’s daarin. De gevarenzone kan bestaan uit een werkvak, een obstakel of een tegemoetkomende verkeersstroom.
De voertuigkerende barrier bestaat uit een geleidingswand met een speciale profilering van het aanrijdingvlak. Voertuigkerende barriers worden zowel in permanente als in tijdelijke situaties toegepast. Er zijn drie risicosituaties te onderscheiden waarin voertuigkerende barriers worden geplaatst:
- als afscheiding tussen verkeer en werkvakTer bescherming van de wegwerkers in het werkvak tegen het langsrijdende verkeer.
- als afscherming van obstakelsTer bescherming van het langsrijdend verkeer tegen (tijdelijke) obstakels direct naast de rijbaan (of de verkeersruimte). Het kan daarbij gaan om tijdelijke obstakels (zoals machines, masten, sleuven, gaten en slingers bij de kop van het werkvak), maar ook om permanente obstakels (viaducten, masten) die door wegverleggingen binnen de obstakelvrije afstand zijn komen te liggen.
- als scheiding tussen twee verkeersstromenTer bescherming van het verkeer tegen verkeer in tegengestelde rijrichting. Het betreft tegengestelde verkeersrichtingen die in de normale situatie fysiek van elkaar gescheiden zijn, maar in de tijdelijke situatie op éé n rijbaan worden afgewikkeld. Ook kan de barrier dienen als scheiding van verkeerssoorten (autoverkeer versus fietsers/voetgangers).
De plaatsingscriteria en specificaties voor voertuigkerende voorzieningen op autosnelwegen zijn opgenomen in ‘Richtlijn Ontwerp Autosnelwegen – Veilige inrichting van bermen’ (Rijkswaterstaat, 2017) [D 12]. Voor toepassing op niet-autosnelwegen zijn de plaatsingscriteria en specificaties opgenomen in het 'Handboek veilige inrichting van bermen – Niet-autosnelwegen buiten de bebouwde kom’ (CROW, 2019) [D13]. De in de praktijk meest gebruikte voertuigkerende barriers zijn afgestemd op de toepassing langs autosnelwegen en worden ook toegepast langs niet-autosnelwegen.
Tenzij anders vermeld, hebben de eisen die gesteld worden aan de voertuigkerende barrier betrekking op de barrier als geheel, dat wil zeggen op een reeks gekoppelde elementen.
Voertuigkerende en voertuigwerende barriers
Bij barriers wordt onderscheid gemaakt in voertuigkerende en voertuigwerende constructies. Een voertuigkerende constructie is ontworpen op het keren van voertuigen die uit koers raken en onder een kleine hoek op de constructie inrijden. Een voertuigkerende barrier wordt gebruikt als afscherming van een gevarenzone in reguliere of tijdelijke situaties. De gevarenzone kan bestaan uit een obstakel, een tegemoetkomende verkeersstroom of een werkvak. Een voertuigwerende constructie is ontworpen om voertuigen die (al dan niet met opzet) onder een grote hoek (haaks of bijna haaks) op de constructie inrijden. Een voertuigwerende barrier (of road-block) is een beveiligingsconstructie, bedoeld voor de fysieke wering van voertuigen en/of volledige afscherming van een gebied of terrein, ter voorkomen van risico’s als gevolg van het al dan niet met opzet negeren van de afsluiting. In deze paragraaf wordt niet ingegaan op de eisen aan voertuigwerende barriers, road-blocks en andere middelen om gebieden en terreinen af te sluiten voor voertuigen.
Algemene eisen voertuigkerende barrier
| Eis-ID | Eistitel | Eistekst | Toelichting | |
|---|---|---|---|---|
| VTKB-01- | 01 | Algemene eisen aan voertuigkerende barrier | De voertuigkerende barrier voldoet aan NEN-EN 1317. | |
| VTKB-01- | 02 | Maatgevend voertuig voertuigkerende barrier | Een voertuigkerende barrier moet het maatgevende (ontwerp)voertuig kunnen keren. | Verificatie van de prestatieklassen en de werkende breedte vindt plaats aan de hand van botsproeven, zie tabel 15 en 16. |
| VTKB-01- | 03 | Voertuigvertraging door voertuigkerende barrier | Bij aanrijding door het maatgevende (ontwerp)voertuig reduceert de voertuigkerende barrier de voertuigvertraging zodanig dat inzittenden van het voertuig geen (ernstig) letsel oplopen. | |
| VTKB-01- | 04 | Constructie conform testcondities | De constructie van de voertuigkerende barrier komt overeen met de constructie tijdens de test. | Deze informatie wordt ontleend aan de testrapporten van de leverancier of fabrikant. |
| VTKB-01- | 05 | Verankering conform testcondities | De wijze van verankering van de voertuigkerende barrier komt overeen met de wijze tijdens de test. | Indien bij uitvoering van de full-scale tests een eventuele verankering van de barrierconstructie de maximale laterale uitbuiging hiervan heeft beperkt, is bij plaatsing tevens verankering met een gelijke verankeringsafstand noodzakelijk. Indien bij de tests niet alle onverankerde barrierelementen zijn verschoven, heeft een bij de test toegepaste verankering de laterale verplaatsing niet beperkt en kan de barrier dus als onverankerd systeem worden toegepast. |
| VTKB-01- | 06 | Plaatsing conform testcondities | De voertuigkerende barrier wordt geplaatst conform de instructies van de leverancier of fabrikant. | |
| VTKB-01- | 07 | Koppeling elementen conform testcondities | De voertuigkerende barrier wordt gekoppeld conform de instructies van de leverancier of fabrikant. | |
| VTKB-01- | 08 | Lengte conform testcondities | De minimale lengte van de te plaatsen voertuigkerende barrier komt overeen met de lengte tijdens de test. | Deze informatie wordt ontleend aan de testrapporten van de leverancier of fabrikant. |
| VTKB-01- | 09 | Snelheid plaatsen en verwijderen | De voertuigkerende barrier moet snel en eenvoudig kunnen worden geplaatst, verplaatst en verwijderd. | Deze eisen moeten voorkomen dat wegwerkers en weggebruikers worden blootgesteld aan onevenredig hoge risico’s. |
| VTKB-01- | 10 | Herstel na aanrijding | De constructie is na een aanrijding snel en eenvoudig herstelbaar. | Barrierelementen die na een aanrijding niet meer functioneren, dienen onmiddellijk vervangen te worden. |
| VTKB-01- | 11 | Vervanging na aanrijding | Bij schade aan de constructie wordt deze in zijn geheel vervangen door een nieuwe of gereviseerde barrier. | Beschadigde barrierelementen mogen niet opnieuw worden ingezet. Pas na het herstel van de schade kunnen deze barriers worden ingezet. |
| VTKB-01- | 12 | Afvoer na aanrijding | Een beschadigde barrier moet snel kunnen worden afgevoerd. | |
| VTKB-01- | 13 | Productiekenmerk op barriers | Barrierelementen zijn voorzien van een productiekenmerk met daarin naam producent, productiedatum, materiaalsoort, informatie testrapport en testinstituut. | In de praktijk bestaat dit kenmerk uit een code op (onderdelen van) de barrier en (papieren) documentatie, VTKB-01- aan te leveren door leverancier/fabrikant. |
| 14 | Behoud functionaliteit in combinatie met andere voorzieningen | Optioneel aan of op de barrier aangebrachte onderdelen, zoals leuningen, antiverblindingsschermen, verkeersborden, barriermarkering en overstapconstructies die niet tot de functionele constructie behoren, hebben geen nadelige invloed op de primaire functie van de barrier. | De Europese norm NEN-EN 1317 regelt de toetsing van de functionele vereisten van de (tijdelijke) barrier, inclusief eventueel loskomende onderdelen bij aanrijding van de barrier. Aan deze onderdelen is een gewicht verbonden en een ruimte waarbuiten deze niet terecht mogen komen. | |
| VTKB-01- | 15 | Zichtbare geleiding voertuigkerende barrier | De voertuigkerende barrier is voorzien van barriermarkering. | Barriermarkering verbetert de zichtbaarheid van de barrier en het verloop van de weg (met name tijdens duisternis, schemer en slechtweercondities) en maakt het mogelijk dat weggebruikers de afstand tussen voertuig en barrier goed kunnen inschatten. Zie TMK-01-06. |
| VTKB-01- | 16 | Uitvoering barriermarkering | De barriermarkering is niet afleidend en/of misleidend. | |
| VTKB-01- | 17 | Gebruik van barriermarkering | Over de totale lengte van de voertuigkerende barrier wordt één type barriermarkering gebruikt. | |
| VTKB-01- | 18 | Gebruik van wegmarkering | Het aanbrengen van tijdelijke (gele) wegmarkering op de barrier is niet toegestaan | Tijdelijke wegmarkering dient altijd op de verharding te worden aangebracht. |
Uitvoering voertuigkerende barrier
| Eis-ID | Eistitel | Eistekst | Toelichting | |
|---|---|---|---|---|
| VTKB-02- | 01 | Prestatieklasse | De prestatieklasse van de voertuigkerende barrier voldoet minimaal aan de eisen in de tabellen 15 en 16. | Afwijken van de voorgeschreven prestatieklasse is alleen mogelijk in afstemming met de wegbeheerder. Dit geldt bijvoorbeeld voor het toepassen van een barrier die alleen voldoet aan de botsproeven voor personenauto’s in een situatie waar alleen personenauto’s langs de barrier rijden. |
| VTKB-02- | 02 | Inrijhoek | De klasse barrier wordt, binnen de technische mogelijkheden, afgestemd op de inrijhoek. | De in tabel 15 en 16 genoemde minimum waarden zijn gebaseerd op een beperkte inrijhoek. Uitbuigingen en slingers, bijvoorbeeld bij de kop van het werkvak, kunnen binnen de technische mogelijkheden een zwaardere klasse nodig maken. |
| VTKB-02- | 03 | Werkende breedte | De klasse barrier en bijbehorende werkende breedte wordt, binnen de technische mogelijkheden, afgestemd op de obstakels ter plaatse. | Als er sprake is van een verhoogd risico door obstakels (bijvoorbeeld diepe sleuven of gaten direct naast de verkeersruimte), kan een kleinere werkende breedte noodzakelijk zijn. Dit is afhankelijk van de beschikbare afstand achter de barrier en de technische mogelijkheden naar de stand van de techniek. |
| VTKB-02- | 04 | Kerend vermogen bij tijdelijke situaties vergelijkbaar met permanente situaties | In tijdelijke situaties die vergelijkbaar zijn met permanente situaties wordt een voertuigkerende barrier met hoog kerend vermogen (H2) geplaatst. | Deze eis geldt voor tijdelijke situaties op autosnelwegen die vanwege de tijdsduur moeten voldoen aan de vigerende ontwerprichtlijnen ‘Veilige inrichting van bermen’ voor permanente situaties met V max ≥ 100 km/h. De risico’s zijn dan vergelijkbaar met de risico’s in permanente situaties. |
| VTKB-02- | 05 | Werkende breedte in tijdelijke situaties vergelijkbaar met permanente situaties | In tijdelijke situaties die vergelijkbaar zijn met permanente situaties voldoet de werkende breedte van de voertuigkerende barrier aan de eisen in de vigerende ontwerprichtlijnen ‘Veilige inrichting van bermen’. |
Tabel 15. Eisen aan prestatieklassen en werkende breedte voor voertuigkerende barriers bij wegwerkzaamheden op autosnelwegen
| Toepassing op autosnelwegen | Prestatieklasse (minimaal) |
| scheiding tussen (tegemoetkomende) verkeersstromen - V wiu = 70 km/h- V wiu = 90 km/h met 1 rijstrook per richting- V wiu = 90 km/h met 2 of meer rijstroken per richting | T3 (TB21/TB41) H1 (TB11/TB42) H2 (TB 11/TB51) |
| afscherming werkvak: bij werken binnen de werkende breedte - V wiu = 70 km/h- V wiu = 90 km/hbij werken buiten de werkende breedte - V wiu = 70 km/h- V wiu = 90 km/h met 1 of minder dan 1 rijstrook verkeersruimte- V wiu = 90 km/h met 2 of meer dan 2 rijstrook verkeersruimte | T3 (TB21/TB41) H2 (TB11/TB51) T3 (TB21/TB41) H1 (TB11/TB42) H2 (TB11/TB51) |
Tabel 16. Eisen aan prestatieklassen en werkende breedte voor voertuigkerende barriers bij wegwerkzaamheden op niet-autosnelweg
| Toepassing op niet-autosnelwegen | Prestatieklasse (minimaal) | Werkende breedte bij botsproef met: | |
|---|---|---|---|
| personenauto | vrachtauto | ||
| scheiding tussen (tegemoetkomende) verkeersstromen en afscherming werkvak of obstakel | |||
| - bij relatief veel vrachtverkeer (richtwaarde > 10%) | T3 (TB21/TB41) | W2 (≤ 0,80 m) | W5 (≤ 1,70 m) |
| - bij relatief weinig vrachtverkeer (richtwaarde ≤ 10%) | T1 (TB21) | W2 (≤ 0,80 m) | |
| bij werkzaamheden zonder beperking van de normale verkeersruimte en zonder tijdelijke snelheidsbeperking | |||
| - V ≤ 100 km/h | T3 (TB21/TB41) | W2 (≤ 0,80 m) | W5 (≤ 1,70 m) |
| - V ≤ 80 km/h | T1 (TB21) | W2 (≤ 0,80 m) | |
| - V = snelheid langs werkvak | |||
Uitvoering voertuigkerende barrier (vervolg)
| Eis-ID | Eistitel | Eistekst | Toelichting | |
|---|---|---|---|---|
| VTKB-02- | 06 | Voertuigvertraging door voertuigkerende barrier | Bij de vereiste botsproeven voldoen tijdelijke voertuigkerende barriers aan onderstaande eisen: - ASI (acceleration severity index): ≤ 1,4; - THIV (theoretical head impact velocity): ≤ 33 km/h; - PHD (post-impact head deceleration): ≤ 20 m/s 2 . | Voertuigkerende barriers die aan deze eisen voldoen, reduceren de voertuigvertraging zodanig dat inzittenden van het voertuig geen (ernstig) letsel oplopen. |
| VTKB-02- | 07 | Oppervlak van de barrier | Het oppervlak moet glad zijn in verband met de optredende wrijvingen bij aanrijding. | Hoe kleiner de wrijvingsweerstand tussen voertuig en constructie, hoe kleiner de voertuigvertragingen en hoe kleiner de ‘opklimhoogte’ van het voertuig. |
| VTKB-02- | 08 | Uitstekende onderdelen | De barrier bevat geen scherpe uitstekende onderdelen. | |
| VTKB-02- | 09 | Brandwerendheid van het materiaal | Indien ander materiaal wordt toegepast dan staal of beton, is aangetoond dat dit voldoende brandwerend en brandvertragend is. | Bij een aanrijding door motorvoertuigen moet worden voorkomen dat het vuur van een brandend voertuig via de barrier overslaat naar andere voertuigen. |
| VTKB-02- | 10 | Plaatsing op verharding | Voertuigkerende barriers worden los op de verharding geplaatst om schade aan de deklaag van de weg te voorkomen. | Deze eis heeft een relatie met plaatsing conform testcondities (zie Algemene eisen). Plaatsing op constructies die de verharding beschermen voldoet niet aan de eisen. |
| VTKB-02- | 11 | Koppeling aan permanente voorziening | Voertuigkerende barriers worden gekoppeld aan een permanente afschermingsvoorziening. | Deze eis vloeit voort uit plaatsing en koppeling conform testcondities en dient om het kerend vermogen bij het begin van de barrier te waarborgen. |
| VTKB-02- | 12 | Uitbuigen van beginpunt barrier | Indien koppeling aan een permanente afschermingsvoorziening niet mogelijk is, wordt het beginpunt van de barrier op de verharding maximaal uitgebogen. | Deze eis dient om de gevolgen van een aanrijding van het beginpunt zo veel mogelijk te beperken. |
| VTKB-02- | 13 | Afstand uitbuiging beginpunt | De uitbuiging van het beginpunt van de barrier is minimaal 1,50 m, gemeten vanuit de kantstreep van de naastliggende rijstrook. | |
| VTKB-02- | 14 | Uitbuigingshoek beginpunt | De uitbuigingshoek van het beginpunt van de barrier is 1:20 of flauwer. | |
| VTKB-02- | 15 | Koppeling aan tijdelijke obstakelbeveiliger | Indien koppeling aan een permanente voorziening en uitbuigen niet mogelijk zijn, wordt de voertuigkerende barrier gekoppeld aan een tijdelijke obstakelbeveiliger. | Deze eis vloeit voort uit plaatsing en koppeling conform testcondities en dient om de gevolgen van een aanrijding van het beginpunt zo veel mogelijk te beperken. |
| VTKB-02- | 16 | Overlengte beginpunt barrier | Bij koppeling aan een permanente voorziening en bij uitbuigen van het beginpunt van de barrier wordt rekening gehouden met een overlengte ten opzichte van de werkruimte. | |
| VTKB-02- | 17 | Overlengte eindpunt barrier | Bij het eindpunt van de barrier wordt rekening gehouden met een overlengte ten opzichte van de werkruimte. |
Maatvoering voertuigkerende barrier
| Eis-ID | Eistitel | Eistekst | Toelichting | |
|---|---|---|---|---|
| VTKB-03- | 01 | Hoogte bij afscherming van werkruimte | Bij afscherming tussen verkeer en wegwerkers is een voertuigkerende barrier minimaal 0,80 m hoog. | Deze hoogte is nodig om te voorkomen dat wegwerkers te gemakkelijk over de barrier kunnen vallen of struikelen. Bij afscherming tussen twee verkeersstromen is deze eis niet van toepassing. |
| VTKB-03- | 02 | Hoogte bij afscherming obstakels | Bij afscherming van obstakels zoals diepe gaten en sleuven, is een voertuigkerende barrier minimaal 0,80 m hoog. | Deze hoogte is nodig om te voorkomen dat weggebruikers over de barrier heen stappen. |
| VTKB-03- | 03 | Overlengte betonnen barrier | Bij een betonnen barrier is de overlengte minimaal 20 m. | Deze overlengte is van toepassing bij begin- en eindpunt van de barrier, conform de eisen van VTKB-02-16 en -17. |
| VTKB-03- | 04 | Overlengte stalen barrier | Bij een stalen barrier is de overlengte minimaal 50 m. |