Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

WIU 2020 – Werken op niet-autosnelwegen
Deze tekst is gepubliceerd op 28-06-20

Principe 1100P02 - Rijdende afzetting op voetpad

Dynamische werkzaamheden op voetpaden en in voetgangersgebieden kunnen worden afgezet met stationaire of rijdende afzettingen. Bij rijdende afzettingen op voetpaden speelt het probleem dat deze afzettingen zich op voetpad soms moeilijk kunnen verplaatsen (smalle verhardingsbreedte, obstakels, zachte berm, verharding met onvoldoende draagkracht etc.). Ook in voetgangersgebieden kunnen rijdende afzettingen niet zonder meer worden toegepast. In sommige gevallen moet dan ook met stationaire afzettingen worden gewerkt.
Het principe van een rijdende afzetting voor werkzaamheden op of naast voetpaden en in voetgangersgebieden bestaat uit een (klein) werkvoertuig (geen machines) met zwaailicht en eigen bebakening. De eigen bebakening bestaat uit een klein actieraam (of gelijkwaardig), zonder gele alternerende lichten.
Bij voetpaden naast een hoofdrijbaan rijden de voertuigen rechts van de hoofdrijbaan.
[ link ]

Figuur 21. Principe 1100P02 Rijdende afzetting op voetpad

Uitvoering en voorwaarden:
  • Rijdende afzettingen op voetpaden en in voetgangersgebieden worden alleen toegepast onder goede zicht- en weersomstandigheden en als de voetgangers de rijdende afzetting veilig kunnen passeren. Als de werkvoertuigen of machines een gevaar kunnen opleveren voor de voetgangers, moet worden voorkomen dat voetgangers in de werkruimte kunnen komen.
  • De lengte van rijdende afzettingen moet worden beperkt tot maximaal 20 meter om veilig passeren nog redelijkerwijs mogelijk te maken. Ook moet worden voorkomen dat passerende voetgangers vroegtijdig denken dat de afzetting al is beëindigd omdat de afstand tussen het werkvoertuig en het einde van het werkvak te groot is.
  • Op voetpaden en in voetgangersgebieden kan veelal worden volstaan met een werkvoertuig met een klein aangepast actieraam (zonder gele alternerende lichten). Bij dynamische werkzaamheden op voetpaden en in voetgangersgebieden die geen gevaar opleveren voor de voetgangers, is het dragen van signaalkleding voldoende (zoals bij het straatvegen).
  • Bij gebruik van elektrisch aangedreven werkvoertuigen, dienen deze te zijn voorzien van een akoestisch signaal, zodat voetgangers ook kunnen horen dat een werkvoertuig zich op het voetpad of in het voetgangersgebied verplaatst.
  • Tot slot moeten rijdende afzettingen op voetpaden en in voetgangersgebieden, in verband met de meestal beperkte draagkracht van de verharding, bestaan uit (werk)voertuigen met een geringe aslast.