Scheepvaartbegeleiding
Op basis van zijn inzicht en kennis van het vaargebied en de intensiteit van de scheepvaart, kan de vaarwegbeheerder de inzet van scheepvaartbegeleiding eisen als hij dit uit oogpunt van de veiligheid noodzakelijk acht. In de regel wordt op grotere wateren als eerste ingezet op scheepvaartbegeleiding. Op deze, veelal Rijkswateren gelden dan de kaders: Kader afweging inzet vaartuigen marktpartijen voor verkeersbegeleiding [] en Kader eisen aan marktpartijen voor verkeersbegeleiding met vaartuigen [].
Voor het nemen van een beslissing spelen onder andere de volgende factoren een rol:
- Werkzaamheden waarbij door versmalling van de vaarstrook een tijdelijk ontmoetingsverbod moet worden ingesteld.
- Overgebleven breedte van het vaarwater (met voldoende diepte) ten opzichte van het maatgevende schip. - Overgebleven doorvaarthoogte ten opzichte van het maatgevende schip - Lengte van de versmalling. - Zichtlijnen.
- Intensiteit vaarweggebruikers; pleziervaart kan beter worden bereikt doormiddel van scheepvaartbegeleiding (sterk afhankelijk van seizoen).
- Verkeerssituatie; kruisende wateren, bochten, bruggen, kunstwerken, natuurlijke versmallingen, vaarsnelheid.
- Werkzaamheden waarvoor scheepvaart op afstand moet worden gehouden.
- Voorkomen van hinderlijke golfbeweging bij bijvoorbeeld hijsoperaties of zwemwedstrijden. - Houden van veilige afstand. Niet varen in de buurt van duikwerkzaamheden of onder een hijslast bijvoorbeeld.
- De kosten voor inzet van scheepvaartbegeleiding ten opzichte van de kosten voor het plaatsen van tijdelijke verkeerstekens.
Het gaat hier uitsluitend om de inzet van scheepvaartbegeleiding ten behoeve van het geven van aanwijzingen aan de vaarweggebruikers bij de werkzaamheden. De scheepvaartbegeleider kan dan ook alle verkeerstekens en gedragsregels overrulen.
Het gaat hier uitdrukkelijk niet om begeleiding van bijzondere transporten. Op vaarwegen waar VTS (Vessel Traffic Service) is gebeurd scheepvaartbegeleiding feitelijk vanaf afstand, ook in tijdelijke situaties.