Asbest
Op asbest zijn specifieke regels van toepassing. In de wet- en regelgeving is vastgelegd dat bodem als verontreinigd met asbest moet worden aangemerkt wanneer de asbestconcentratie 100 mg/kg d.s. g.g. (gewogen gehalte) of meer bedraagt. Bij aanwezigheid van respirabele vezels geldt zelfs een maximale concentratie van 10 mg/kg d.s. g.g. Het vaststellen van de daadwerkelijke concentratie geschiedt volgende de NEN 5707 of de NEN 5897 (afhankelijk van het percentage bodemvreemd materiaal). Voor waterbodemonderzoek geldt NTA 5727.
Omdat de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal minder voorspelbaar is dan de meeste andere verontreinigingen, is het noodzakelijk dat de betrokken veiligheidskundige passend onderzoek laat uitvoeren in samenspraak met belanghebbenden. Ditzelfde geldt ook als er tijdens graafwerkzaamheden onverwacht asbestverdacht materiaal wordt aangetroffen. Men kan in dezen met het lokale bevoegd gezag komen tot een geaccepteerde werkwijze.1)Wet- en regelgeving aangaande asbest wil nog wel eens wijzigen. Het is van belang dat men in geval van het aantreffen van asbest op een locatie, verifieert wat er op dat moment expliciet is vereist.
Het betreft hier asbest dat geen onderdeel uitmaakt van een herleidbaar (voormalig) object of asbestcementleidingen in het ondergrondse openbare waterleiding- en gasnet. In het geval van deze beide is deze publicatie niet van toepassing. Voor (voormalig) objectgerelateerd asbest is het procescertificatieschema “Certificatieschema voor de Procescertificaten Asbestinventarisatie en Asbestverwijdering” van toepassing. Voor het verwijderen van asbestcementleidingen kan men het AC-werkplan gebruiken, opgesteld door de vakgroep Ondergrondse Netwerken en Grondwaterbeheer (onderdeel van Koninklijke Bouwend Nederland) of de door SZW goed getoetste
Arbocatalogus Netwerkbedrijven.
Indien het gaat om asbest in puinhoudende bodem is er reeds een handreiking qua werkwijze opgesteld, zie hiervoor document “Richtlijn voor risicogestuurd werken bij tijdelijk uitplaatsen (zonder afvoer van grond) met betrekking tot asbest in puinhoudende bodem.” gepubliceerd op www.bodemplus.nl.
Werkzaamheden moeten worden uitgevoerd volgens de eisen van veiligheidsklasse ‘Zwart niet-vluchtig’. De deskundige bepaalt het maatregelenpakket. Bij werkzaamheden in den natte is meten van het vochtpercentage niet noodzakelijk.
Voor asbest gelden diverse aanvullende of specifieke eisen. Hierna worden enkele aandachtspunten aangestipt.
[ link ]
Figuur 11-1. Asbest in bodem
Bewerken op locatie
Soms resulteert de bewerking van één grondstroom in twee grondstromen (bijvoorbeeld gereinigde grond en verontreinigd reinigingsresidu). Het is zeer goed mogelijk dat de concentratie van asbest in de gereinigde grond na keuring onder de 100 mg/kg d.s. gg ligt. Voor de verdere behandeling kan de veiligheidsklasse voor deze grondstroom dan worden aangepast (dit uiteraard afhankelijk van eventuele overige verontreinigingen).
Beheersmaatregelen
Als de bewerking zorgt voor een verhoogde kans op het vrijkomen van asbest, moeten de door de deskundige bepaalde maatregelen worden getroffen die passen bij de bewerking en de omstandigheden ter plaatse.
Vervoer
Asbesthoudende grond dient als gevaarlijk afval beschouwd te worden vanaf concentraties van 1.000 mg/kg d.s. In dat geval is het niet meer toegestaan om asbesthoudende grond onverpakt te vervoeren in een afgesloten vrachtwagen; het materiaal moet dan bijvoorbeeld worden vervoerd in gesloten bigbags of in een lekdichte laadruimte met een stofdicht afsluitsysteem.
Stofvorming
Stofvorming moet worden voorkomen. Aan deze eis wordt voldaan als het asbesthoudende bodemmateriaal of puin minimaal 10% vocht bevat.
[ link ]
Figuur 11-2. Asbest vloeiveld