Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

2023 – Modules – Werken in en met verontreinigde bodem
Deze tekst is gepubliceerd op 15-05-17

Onafhankelijke adembescherming

Onafhankelijke adembescherming wil zeggen dat men lucht krijgt toegediend die niet uit de directe omgeving afkomstig is. Hiertoe wordt gebruikgemaakt van ademlucht (voorheen perslucht genoemd) of van leeflucht. Bij ademlucht (EN 12021) is het masker aangesloten op een luchtcilinder, met een ademautomaat. Leeflucht (EN 14594) is ademlucht die door een speciale luchtcompressor via een slang en ademautomaat aan de gebruiker wordt aangeboden. De luchtcompressor moet zich bevinden buiten het gebied waar verontreinigingen in de lucht aanwezig zijn.
Bij onafhankelijke adembescherming moet worden geborgd dat de ademlucht niet verontreinigd is. Er mogen geen verontreinigingen in de lucht aanwezig zijn vanuit de omgeving. Ook moet worden voorkomen dat water of olie tijdens het compressieproces in de aangeboden lucht kunnen komen. De temperatuur van de aangeboden lucht moet circa 20°C zijn en een comfortabele luchtvochtigheid hebben.
Werknemers die met ademlucht moeten gaan werken, moeten hiervoor medisch geschikt zijn bevonden (zie Module 7.3 ‘Gezondheidskundige zorg’). Omdat onafhankelijke adembescherming een specifiek arbeidsmiddel is, mag dit alleen worden toegepast als de gebruiker hiervoor voldoende is getraind. De SSVV-opleidingengids heeft voor onafhankelijke adembescherming de minimale opleidingscriteria gedefinieerd. De gebruiker dient in het bezit te zijn van een certificaat dat voldoet aan deze eisen.
Bij aanwezigheid van vluchtige en/of CM-stoffen die kunnen worden opgenomen door de huid (achter de grenswaarde is dan een H opgenomen), moet een volgelaatsmasker worden gedragen en moet de capuchon van de overall aansluitend op het masker worden gedragen. De veiligheidskundige kan bij hogere concentraties het gebruik van een gaspak voorschrijven. Eventuele aanvullende maatregelen, zoals het afplakken van de overall met tape, zullen door de veiligheidskundige zo nodig worden voorgeschreven. Een dergelijke bijzondere situatie kan zich voordoen als er concentraties aanwezig zijn boven de actiewaarde en het contact met de huid op geen andere wijze kan worden voorkomen.