Bijlage VI Begrippenlijst
De begrippen en definities in deze paragraaf zijn ook opgenomen in de [ link ] .
Achtergrondwaarde (AW)
Bij regeling vastgestelde gehalten aan chemische stoffen voor een goede bodemkwaliteit (landbouw/natuur), waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. Zie ook: Regeling bodemkwaliteit.
Actiewaarde
Waarde waarbij de werkgever actie moet ondernemen (overschrijding van bepaalde concentraties aan gevaarlijke stoffen), maar waarbij men in principe kan blijven doorwerken.
Actief koolfilter
Filter voorzien van speciaal behandelde koolstof die specifieke stoffen aan zich bindt.
Toelichting: Actieve kool is een sterk adsorptiemiddel en heeft na het openen van de verpakking een bepaalde ‘houdbaarheid’ door de blootstelling aan lucht.
Toelichting: Actieve kool is een sterk adsorptiemiddel en heeft na het openen van de verpakking een bepaalde ‘houdbaarheid’ door de blootstelling aan lucht.
Ademlucht
Samengeperste zuivere lucht geschikt voor in een ademluchttoestel.
Toelichting: Bij onafhankelijke adembescherming maakt men gebruik van ademlucht (voorheen perslucht genoemd) of van leeflucht. Bij ademlucht is het masker aangesloten op een luchtcilinder en een ademautomaat.
Toelichting: Bij onafhankelijke adembescherming maakt men gebruik van ademlucht (voorheen perslucht genoemd) of van leeflucht. Bij ademlucht is het masker aangesloten op een luchtcilinder en een ademautomaat.
Toelichting: Voorafgaande dit gebruik dient de gebruiker een arbeidsgezondheidskundig onderzoek C met een positief resultaat te volgen.
Adviseur BRL 12000
In het kwaliteitsmanagementsysteem geregistreerde adviseur bemalingsadvies, met kennis van risicocheck, bandbreedtebepaling en het opstellen van een bemalingsadvies.
Aerosolen
Zeer fijne stofdeeltjes (in bijvoorbeeld rook) of druppeltjes (in bijvoorbeeld wolken, mist of nevel) in de lucht, die schadelijke stoffen bevatten welke zich niet eenvoudig laten scheiden van de vaste stof of vloeistof.
Toelichting: Aerosolen ontstaan onder meer door mechanische processen, condensatie en opwerveling.
Toelichting: Aerosolen ontstaan onder meer door mechanische processen, condensatie en opwerveling.
Afscherming
Afscheiding tussen werkgebied en omgeving.
Afzetting
Effectieve afscherming, waarbij de te gebruiken middelen zijn afgestemd op de werkzaamheden en de omgeving.
Arbeidshygiënische strategie
Hiërarchisch stelsel van maatregelen ter beheersing van risico’s, met als doel het beschermen van de veiligheid en gezondheid van werknemers.
Arbeidshygiënist
Specialist op het gebied van arbeidsomstandigheden en de gezondheidseffecten die daardoor kunnen ontstaan.
Asbest
Verzamelnaam voor een groep vezelvormige silicaten behorend tot de mineralogische groep van de serpentijn- en amfiboolmineralen, die zijn uitgekristalliseerd in de zogenoemde asbestiforme vorm en gemakkelijk splijtbaar zijn tot lange, dunne, flexibele, sterke vezels wanneer ze worden vermalen of verwerkt.
Asbest in kaart
Kaart met plaatsen waar zich mogelijk asbest in de bodem bevindt.
Toelichting: De kaart is het resultaat van historisch onderzoek naar asbestgebruik en geeft aan waar asbest in de bodem wordt vermoed of daadwerkelijk is aangetroffen. De kaart kan dienen om een eerste inschatting verdacht/onverdacht te bepalen.
Toelichting: De kaart is het resultaat van historisch onderzoek naar asbestgebruik en geeft aan waar asbest in de bodem wordt vermoed of daadwerkelijk is aangetroffen. De kaart kan dienen om een eerste inschatting verdacht/onverdacht te bepalen.
Asbestverdachte locatie
Locatie waarvoor op grond van het vooronderzoek concrete aanwijzingen bestaan dat de kwaliteit van de bodem of opgeslagen bodem is beïnvloed door asbesthoudend of asbestverdacht materiaal.
Baggerspecie
Materiaal dat uit de bodem is vrijgekomen via het oppervlaktewater of de voor dat water bestemde ruimte en dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 mm en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 mm.
Bal
Besluit activiteiten Leefomgeving. In de Omgevingswet staat wat een milieubelastende activiteit is. Het Bal wijst aan voor welke milieubelastende activiteiten de rijksregels gelden.
Basishygiëne
Set standaardhygiënische regels die bij elk werk van toepassing zijn.
Toelichting: Voorbeelden van deze regels zijn handen wassen, niet met vuile kleding in voertuigen, niet eten en drinken binnen het werkgebied en gebruikmaken van standaard persoonlijke beschermingsmiddelen zoals veiligheidsschoeisel.
Toelichting: Voorbeelden van deze regels zijn handen wassen, niet met vuile kleding in voertuigen, niet eten en drinken binnen het werkgebied en gebruikmaken van standaard persoonlijke beschermingsmiddelen zoals veiligheidsschoeisel.
Beheerder
Degene die het uitgevoerde project onderhoudt.
Bemalen
Kunstmatig verlagen van de grondwaterstand.
Toelichting: Andere benamingen zijn bronneren en bronbemaling.
Toelichting: Andere benamingen zijn bronneren en bronbemaling.
Besloten ruimte
Ruimte met een beperkte verversingsgraad van de omgevingslucht.
Toelichting: Voorbeelden van een besloten ruimte zijn een diepe, nauwe sleuf of een bouwkuip bij windstil weer.
Toelichting: Voorbeelden van een besloten ruimte zijn een diepe, nauwe sleuf of een bouwkuip bij windstil weer.
Bestek
Beschrijving van een werk, de daarbij behorende tekeningen, documenten en de voor het werk gestelde voorwaarden.
Bevoegd gezag
Overheidsorganisatie tot wiens bevoegdheid de uitvoering, vergunningverlening, toezicht en handhaving van een wet, besluit of regeling behoren.
Blootstellingsroutes
Wijzen waarop verontreinigingen (gevaarlijke stoffen) in het lichaam kunnen worden opgenomen.
Toelichting: Voorbeelden van blootstellingsroutes zijn inademen, inslikken en absorptie via de huid.
Toelichting: Voorbeelden van blootstellingsroutes zijn inademen, inslikken en absorptie via de huid.
Bodem
Vaste deel van de aarde met de zich daarin bevindende vloeibare en gasvormige bestanddelen en organismen, inclusief bodemvreemde materialen tot 50% (gewicht).
Bodeminformatiesysteem (BIS)
Systeem dat wordt gebruikt om gegevens over bodemverontreiniging administratief en geografisch bij te houden.
Bodemkwaliteitskaart (Bkk)
Door bevoegd gezag vastgestelde kaart die inzicht biedt in de milieuhygiënische kwaliteit van een bepaald gebied.
Toelichting: De vastgestelde kwaliteit is gebaseerd op resultaten van bodemonderzoek van niet verontreinigde locaties uit dat gebied.
Toelichting: De vastgestelde kwaliteit is gebaseerd op resultaten van bodemonderzoek van niet verontreinigde locaties uit dat gebied.
Bodemloket
Webportaal dat bij de overheid bekende gegevens over de (milieuhygiënische) bodemkwaliteit inzichtelijk maakt.
Bodemsanering
Het beperken en zo veel mogelijk ongedaan maken van verontreiniging en de directe gevolgen daarvan of van dreigende verontreiniging van de bodem.
Bodemverontreiniging
Omstandigheid waarbij zich in de bodem stoffen bevinden die zich met de bodem kunnen vermengen, met de bodem kunnen reageren, zich in de bodem kunnen verspreiden en/of zich ongecontroleerd kunnen verplaatsen én een of meer van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier, verminderen of bedreigen.
BRO
Afkorting van ‘BasisRegistratie Ondergrond’. De Basisregistratie Ondergrond (BRO) is een centrale registratie met publieke gegevens over de Nederlandse ondergrond. Overheden leggen voor dezelfde objecten dezelfde, betrouwbare, algemene gegevens vast. Vanuit één centrale digitale plek, de landelijke voorziening, kunnen gebruikers gegevens opvragen voor informatie over bodem en ondergrond. Op de datasets kunnen ook rekenprogramma’s en modellen uitgevoerd worden.
BTEX
Afkorting voor de combinatie van de aromaten benzeen, tolueen, ethylbenzeen en xyleen.
Calamiteit
Plotseling en onverwacht optredende, ongewenste en ingrijpende gebeurtenis met mogelijk ingrijpende maatschappelijke, milieuhygiënische en/of veiligheidtechnische, dan wel arbeidshygiënische gevolgen.
Toelichting: Voorbeelden van een calamiteit zijn een ontploffing, een ernstige lekkage van een transportleiding of het kantelen van een procesvat of transportmiddel.
Toelichting: Voorbeelden van een calamiteit zijn een ontploffing, een ernstige lekkage van een transportleiding of het kantelen van een procesvat of transportmiddel.
Carcinogeen
Kankerverwekkend.
Cg
Dampconcentratie in de lucht, gemeten in ppm of%vol.
Dampspanning (dampdruk)
Druk die de damp van een stof uitoefent op de wanden van een gesloten ruimte.
Toelichting: De hoogte van de dampspanning bepaalt in welke mate een stof als vluchtig mag worden gezien. In de praktijk wordt voornamelijk de maximale dampspanning Pd(max) gehanteerd.
Zie ook: Maximale dampspanning.
Toelichting: De hoogte van de dampspanning bepaalt in welke mate een stof als vluchtig mag worden gezien. In de praktijk wordt voornamelijk de maximale dampspanning Pd(max) gehanteerd.
Zie ook: Maximale dampspanning.
Directievoerder
Degene die namens de Opdrachtgever toezicht uitoefent op de naleving van het contract met de aannemer.
Drijflaag
Laag bestaande uit een of meer slecht oplosbare verontreinigende stof(fen) puur product met een soortelijke massa die lager is dan die van water, waardoor de laag blijft drijven op het grondwater.
Effluent
Uitstromend water (van een waterzuivering).
Erkende kwaliteitsverklaring
Schriftelijke verklaring die is afgegeven door een instelling die daartoe beschikt over een erkenning, waarin wordt verklaard dat de bijbehorende partij bouwstoffen, bodem of bagger die afkomstig is van een persoon of instelling die is erkend voor het produceren op basis van een nationale beoordelingsrichtlijn, voldoet aan de bij of krachtens het Besluit bodemkwaliteit gestelde eisen met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit, mits toegepast op de in de verklaring aangegeven wijze.
Filteroverdruksysteem
Systeem conform NEN 4444 voorzien van specifieke filters, meestal op materieel geplaatst waarbij overdruk wordt gecreëerd in de cabine van de machinist of in verblijven.
Functieprofiel
Bij de bodemroerende activiteiten zijn een viertal generieke functieprofielen geïdentificeerd:
- Werknemer die actief iets doet met een object in de grond;
- Werknemer die een hulpmiddel gebruikt om de grond te roeren;
- Werknemer die een machine gebruikt om de grond te roeren;
- Werknemer die toezicht houdt of leiding geeft.
Aan de hand van het functieprofiel kan de veiligheidskundige gerichter eenduidige maatregelen pakketten definiëren die overeenkomen met de werkelijke activiteiten.1)CROW rapportage [Blootstellingsprofielen verontreinigde bodem. Een rekentool voor risico-gestuurd werken in het kader van CROW 400 voor “niet-vluchtige” stoffen]
Gebiedsinformatie
Geheel van informatie over een bepaalde gebiedseenheid, ontvangen op basis van een oriëntatieverzoek, graaf- of calamiteitenmelding via het Kadaster.
Gebiedsspecifiek beleid
Beleid dat is opgesteld voor een afgebakend gebied.
Geschiktheidsverklaring
Verklaring, afgegeven door een arts, dat een persoon in staat is om de fysieke werkzaamheden te kunnen verrichten, eventueel met inachtneming van persoonlijke beschermingsmiddelen.
Graafmelding
Melding van het voornemen tot het verrichten van graafwerkzaamheden door grondroerder bij Kadaster voor het verkrijgen van gebiedsinformatie.
Grond
Vast materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 mm en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 mm, niet zijnde baggerspecie.
Grondroerder
Degene onder wiens verantwoordelijkheid of leiding het grondroeren wordt verricht.
Grondroeren
Het handmatig of mechanisch verrichten van werkzaamheden in de ondergrond.
Toelichting: Onder grondroeren valt een breed scala aan werkzaamheden. Voorbeelden zijn: aanleg, verplaatsing en verwijdering van kabels en leidingen; het heien van palen; het slaan van damwanden; gestuurd boren en raketboren; het graven met een graafmachine; ploegen; baggeren; het machinaal indrijven van verankeringen.
Werkzaamheden in constructies gelegen op de ondergrond waarbij deze ondergrond niet wordt ‘geroerd’ en handmatig bodemonderzoek vallen niet onder grondroeren.
Toelichting: Onder grondroeren valt een breed scala aan werkzaamheden. Voorbeelden zijn: aanleg, verplaatsing en verwijdering van kabels en leidingen; het heien van palen; het slaan van damwanden; gestuurd boren en raketboren; het graven met een graafmachine; ploegen; baggeren; het machinaal indrijven van verankeringen.
Werkzaamheden in constructies gelegen op de ondergrond waarbij deze ondergrond niet wordt ‘geroerd’ en handmatig bodemonderzoek vallen niet onder grondroeren.
Grondwater
Water dat zich onder het bodemoppervlak in de verzadigde zone bevindt en dat in direct contact met de bodem of ondergrond staat.
Handhaver/toezichthouder
Persoon of instantie die toezicht houdt op de naleving van voorschriften en/of bepalingen en/of voorwaarden en deze waar nodig handhaaft, door controle en het toepassen van bestuursrechtelijke en/of strafrechtelijke (machts)middelen.
Hecht gebonden asbest
Zodanig in een product opgenomen asbest dat de asbestvezels volledig zijn opgenomen in de matrix.
Humane ernstig risicowaarde (ookwel aangeduid als SRChumaan)
Concentratie van een (niet-vluchtige) stof, die aangeeft dat bij overschrijding sprake is van ernstige risico’s voor de veiligheid en gezondheid van volwassen personen, zoals bepaald door het RIVM.
Toelichting: Er gelden verschillende humane ernstig risicowaarden voor verontreinigende stoffen in achtereenvolgens bodem, grondwater en waterbodem. Bij het vaststellen van de van toepassing zijnde referentiewaarde moet hiermee rekening worden gehouden.
Toelichting: Er gelden verschillende humane ernstig risicowaarden voor verontreinigende stoffen in achtereenvolgens bodem, grondwater en waterbodem. Bij het vaststellen van de van toepassing zijnde referentiewaarde moet hiermee rekening worden gehouden.
Immobiele verontreiniging
Situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich niet (significant) hebben verspreid naar het (freatisch) grondwater.
Infiltreren
Het in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater.
Initiatiefnemer
Degene die verantwoordelijk is voor het budget voor het totale project waarbinnen grondroerende activiteiten kunnen plaatsvinden.
Influent
Instromend water (van een waterzuivering).
In-situ-systemen
Bodemsaneringstechnieken die verontreinigingen uit de bodem verwijderen zonder dat grondverzet noodzakelijk is.
Toelichting: Het gebruik van in-situ-systemen is met name geschikt voor locaties waar sanering via afgraven problemen met zich mee kan brengen, bijvoorbeeld door aanwezigheid van infrastructuur of bebouwing. Doordat in-si-tu-technieken met een beperkte verstoring van de bodem kunnen worden ingezet, blijven de bodemopbouw en structuur behouden. In-situ-technieken kunnen worden onderscheiden naar behandelingsprincipes waarbij verontreinigende stoffen worden verwijderd via het grondwater, via de bodemlucht of door biologische of chemische omzetting.
Toelichting: Het gebruik van in-situ-systemen is met name geschikt voor locaties waar sanering via afgraven problemen met zich mee kan brengen, bijvoorbeeld door aanwezigheid van infrastructuur of bebouwing. Doordat in-si-tu-technieken met een beperkte verstoring van de bodem kunnen worden ingezet, blijven de bodemopbouw en structuur behouden. In-situ-technieken kunnen worden onderscheiden naar behandelingsprincipes waarbij verontreinigende stoffen worden verwijderd via het grondwater, via de bodemlucht of door biologische of chemische omzetting.
Interventiewaarde
In bijlage IIa van het Bal vastgestelde generieke milieukundige waarde die aangeeft dat bij overschrijding sprake is van potentiële ernstige vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier of plant.
Interventiewaarde asbest
Generieke waarde voor asbest die aangeeft dat bij overschrijding sprake is van potentieel ernstige vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier. De Interventiewaarde van 100 mg/kg gewogen gemiddelde wordt bepaald door de serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie.
Kadaster
Het Kadaster is een Zelfstandig Bestuursorgaan dat gegevens verzamelt over registergoederen in Nederland. Het Kadaster houdt deze gegevens bij in openbare registers en op kadastrale kaarten en stelt deze gegevens tegen een vergoeding beschikbaar (o.a. netwerken van kabels en leidingen).
Kookpunt
Temperatuur waarbij een vloeistof overgaat in damp (ofwel de maximale temperatuur van een stof in vloeibare vorm).
Toelichting: Het kookpunt wordt bepaald bij een luchtdruk van 1.013 mbar (1 atmosfeer) en uitgedrukt in hele graden Celsius.
Toelichting: Het kookpunt wordt bepaald bij een luchtdruk van 1.013 mbar (1 atmosfeer) en uitgedrukt in hele graden Celsius.
Kwaliteitsborging in het bodembeheer (Kwalibo)
Maatregel om het bodembeheer te verbeteren, toegespitst op kwaliteitsverbetering bij de overheid, versterking van toezicht en handhaving, en een erkenningsregeling voor bodemintermediairs.
Toelichting: Kwalibo bij bodemintermediairs heeft als doel het vergroten van de betrouwbaarheid van het werk van bodemintermediairs. Kwalibo is opgenomen als hoofdstuk 2 van het Besluit bodemkwaliteit. Een erkenning bodemkwaliteit is in bijlage I van het Bal omschreven als een erkenning als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit. Het Besluit bodemkwaliteit omschrijft een erkenning als beschikking van de minister van Infrastructuur en Waterstaat. Daarin staat dat een persoon of een instelling voor een werkzaamheid voldoet aan de voorwaarden uit het Besluit bodemkwaliteit.
Toelichting: Kwalibo bij bodemintermediairs heeft als doel het vergroten van de betrouwbaarheid van het werk van bodemintermediairs. Kwalibo is opgenomen als hoofdstuk 2 van het Besluit bodemkwaliteit. Een erkenning bodemkwaliteit is in bijlage I van het Bal omschreven als een erkenning als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit. Het Besluit bodemkwaliteit omschrijft een erkenning als beschikking van de minister van Infrastructuur en Waterstaat. Daarin staat dat een persoon of een instelling voor een werkzaamheid voldoet aan de voorwaarden uit het Besluit bodemkwaliteit.
Leeflucht
Ademlucht die door een luchtcompressor via een slang en een ademautomaat aan de gebruiker wordt aangeboden.
Toelichting: De luchtcompressor moet zich bevinden buiten het gebied waar verontreinigingen in de lucht aanwezig zijn.
Toelichting: De luchtcompressor moet zich bevinden buiten het gebied waar verontreinigingen in de lucht aanwezig zijn.
Locatie
Projectlocatie of ontgravingslocatie.
Lower Explosion Limit (LEL)
Laagste verzadiging van de lucht met betreffende stof die kan leiden tot explosie.
Toelichting: De LEL (of onderste explosiegrens) wordt gebruikt bij meting van de kans op explosiegevaar/brandgevaar. Om voldoende veiligheid in te bouwen, wordt meetapparatuur altijd afgesteld op 10% van deze limiet.
Toelichting: De LEL (of onderste explosiegrens) wordt gebruikt bij meting van de kans op explosiegevaar/brandgevaar. Om voldoende veiligheid in te bouwen, wordt meetapparatuur altijd afgesteld op 10% van deze limiet.
Lozen
Het brengen van stoffen in een oppervlaktelichaam of het brengen van water of stoffen op een zuiveringstechnisch werk.
Maximale dampspanning (Pd(max))
Maximale hoeveelheid vloeistof die bij 20 °C kan worden opgenomen in de lucht en daarmee maximale druk uitoefent op de wanden van een gesloten ruimte.
Toelichting: Dampspanning wordt uitgedrukt met het symbool Pd.
Toelichting: Dampspanning wordt uitgedrukt met het symbool Pd.
MBA
Milieu belastende activiteit
Een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit.
mg/kg d.s.
Afkorting van ‘milligram per kilogram droge stof’.
Toelichting: Bij het bepalen van de hoeveelheid verontreiniging wordt alles teruggerekend naar een basiseenheid. Deze basiseenheid is milligram per kilogram droge stof. Deze geeft aan hoeveel milligram verontreinig(en)de stof is aangetroffen in 1 kilogram gedroogd bodemmateriaal.
Bij verontreiniging door asbest wordt ook gesproken van gewogen gemiddelde (g.g.) om de diversiteit van asbestsoorten terug te brengen tot een werkbare eenheidswaarde.
Toelichting: Bij het bepalen van de hoeveelheid verontreiniging wordt alles teruggerekend naar een basiseenheid. Deze basiseenheid is milligram per kilogram droge stof. Deze geeft aan hoeveel milligram verontreinig(en)de stof is aangetroffen in 1 kilogram gedroogd bodemmateriaal.
Bij verontreiniging door asbest wordt ook gesproken van gewogen gemiddelde (g.g.) om de diversiteit van asbestsoorten terug te brengen tot een werkbare eenheidswaarde.
mg/m3
Afkorting van ‘milligram per kubieke meter’.
Toelichting: In deze eenheid worden vluchtige stoffen gemeten. Ook grenswaarden worden over het algemeen uitgedrukt in mg/m3.
Toelichting: In deze eenheid worden vluchtige stoffen gemeten. Ook grenswaarden worden over het algemeen uitgedrukt in mg/m3.
Milieuverklaring bodemkwaliteit
Schriftelijk document waaruit blijkt dat de kwaliteit van de toe te passen bouwstof, bodem of baggerspecie voldoet aan de kwaliteitseisen uit het Besluit bodemkwaliteit.
Milieukundige verificatie
Beoogt het bevoegde gezag in staat te stellen om (op basis van de verslaglegging) te beoordelen of de saneringsdoelstelling is bereikt.
Mobiele verontreiniging
Situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich (significant) hebben verspreid naar het (freatisch) grondwater.
μg/l
Microgram per liter.
Toelichting: Concentratie waarin verontreinigingen in (grond)water worden gemeten.
Toelichting: Concentratie waarin verontreinigingen in (grond)water worden gemeten.
Mutagene stof
Chemische stof die het DNA beschadigt en hierdoor erfelijke veranderingen (mutaties) kan veroorzaken.
Niet hecht gebonden asbest
Zodanig in een product opgenomen asbest dat de asbestvezels niet of onvolledig zijn opgenomen in de matrix.
Onttrekken
Oppompen van grondwater.
Ontwerper
Degene die het initiatief voor een project uitwerkt tot een uitvoeringsontwerp.
Onverdachte locatie
Locatie waarvoor het vooronderzoek geen concrete aanwijzingen heeft opgeleverd dat de locatie (of een deel daarvan) is verontreinigd met een of meer stoffen.
Onvoorziene verontreiniging
Aangetroffen verontreiniging die op basis van historisch onderzoek of bodemonderzoek niet werd verwacht.
Toelichting: Een onvoorziene verontreiniging kan ook aangetroffen worden tijdens graafwerkzaamheden waarvoor uitsluitend vooronderzoek is uitgevoerd en waarvoor geen verontreiniging werd verwacht.
Toelichting: Een onvoorziene verontreiniging kan ook aangetroffen worden tijdens graafwerkzaamheden waarvoor uitsluitend vooronderzoek is uitgevoerd en waarvoor geen verontreiniging werd verwacht.
Opdrachtgever
Degene die opdracht geeft tot het voorbereiden en/of uitvoeren van een werk waarbij grondroeren nodig is.
Opdrachtnemer
Degene aan wie een werk of dienst is opgedragen waarbij grondroeren nodig is.
Overgangsrecht
Voor oude wet- en regelgeving geldt overgangsrecht voor de overgang naar de Omgevingswet. Het gaat om instrumenten in ruim 70 wetten, besluiten en regelingen. Overgangsrecht is van toepassing op onder meer gedoogplicht, vergunning, ontheffing, en diverse plannen en besluiten.
Pd
Symbool waarmee de dampspanning wordt uitgedrukt.
Zie ook: Dampspanning.
Zie ook: Dampspanning.
P-waarde
Percentielwaarde, zijnde een kengetal van de kwaliteit van de bodem binnen een bodemkwaliteitszone, welke per stof wordt uitgedrukt in een gehalte (mg/kg droge stof), betreffende de waarde waarvoor geldt dat ten minste xx % van de meetwaarden voor de stof binnen de bodemkwaliteitszone een waarde heeft die kleiner dan of gelijk is aan deze waarde, berekend met de ‘Empirical distribution function with interpolation method.
ppm
Afkorting van ‘parts per million’.
Toelichting: Deze eenheid drukt de hoeveelheid verontreinigde deeltjes per miljoen deeltjes uit. Luchtkwaliteitsmeters geven vaak waarden in ppm.
Toelichting: Deze eenheid drukt de hoeveelheid verontreinigde deeltjes per miljoen deeltjes uit. Luchtkwaliteitsmeters geven vaak waarden in ppm.
Project-RI&E
Risicoinventarisatie en -evaluatie die is afgestemd op een project en de daarbinnen plaatsvindende activiteiten.
RAW(-systematiek)
Systematiek die Opdrachtgevers en Opdrachtnemers in staat stelt duidelijke afspraken te maken over bouwcontracten en deze eenduidig vast te leggen.
Regeling Bodemkwaliteit (Rbk)
Het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) en de Regeling bodemkwaliteit 2022 (Rbk 2022) stellen regels aan kwaliteitsborging bij bodembeheer, de milieuverklaringen bodemkwaliteit en regels voor het verhandelen van bouwstoffen. De regels hebben te maken met de milieubelastende activiteiten toepassen van bouwstoffen en toepassen van grond of baggerspecie uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).
Relatieve dampdichtheid
Soortelijk gewicht van een verzadigd gas of verzadigde damp bij een bepaalde temperatuur ten opzichte van lucht, afgerond op tienden.
Toelichting: De dichtheid van lucht is 1. Indien de relatieve dampdichtheid tussen 0,90 en 1,10 ligt, vindt afronding op honderdsten plaats. Is de waarde kleiner dan 1, dan betekent dit dat het gas of de damp de neiging zal hebben om in de lucht op te stijgen. Is de relatieve dampdichtheid groter dan 1, dan zal het gas of de damp de neiging hebben zich over de bodem te verspreiden.
Toelichting: De dichtheid van lucht is 1. Indien de relatieve dampdichtheid tussen 0,90 en 1,10 ligt, vindt afronding op honderdsten plaats. Is de waarde kleiner dan 1, dan betekent dit dat het gas of de damp de neiging zal hebben om in de lucht op te stijgen. Is de relatieve dampdichtheid groter dan 1, dan zal het gas of de damp de neiging hebben zich over de bodem te verspreiden.
Respirabel asbest
Asbestvezels die gemakkelijk worden ingeademd.
Toelichting: Voor deze vezels geldt dat ze langer zijn dan 5 micrometer, dat hun diameter kleiner is dan 3 micrometer en dat de lengte/breedteverhouding meer dan 3:1 bedraagt.
Toelichting: Voor deze vezels geldt dat ze langer zijn dan 5 micrometer, dat hun diameter kleiner is dan 3 micrometer en dat de lengte/breedteverhouding meer dan 3:1 bedraagt.
Reprotoxische stoffen
Stoffen die op enigerlei wijze een schadelijke invloed hebben op het voortplantingssysteem en de vruchtbaarheid van werknemers (m/v) en/of op de ontwikkeling van hun nageslacht, zowel tijdens de zwangerschap als daarvoor en daarna.
Saneren
Uitvoeren van maatregelen om (de gevolgen van) bodemverontreiniging weg te nemen en/of te beperken of de risico’s van bodemverontreiniging te beheersen. Zie bodemsanering.
Saneringsplan
Beschrijving van de bij een sanering te nemen maatregelen, de doelstelling en het gewenste eindresultaat.
Signalering
Bebording waarmee de omgeving wordt gewaarschuwd voor werkzaamheden binnen het werkgebied.
Niet-verontreinigde bodem
Bodem waarin zich geen verontreinigingen bevinden die de milieukundige achtergrondwaarde overschrijden.
Schone zone
Gebied binnen het werkterrein waarvan de (water)bodem niet is verontreinigd.
Semibesloten ruimte
Ruimte met een beperkte verversingsgraad van de omgevingslucht.
Toelichting: Voorbeelden van semibesloten ruimtes zijn een ruim van een schip, een diepe sleuf en een kruipruimte.
Toelichting: Voorbeelden van semibesloten ruimtes zijn een ruim van een schip, een diepe sleuf en een kruipruimte.
SRCarbo
SRC is een afkorting van ‘Serious Risk Concentration’, ofwel ernstig risicowaarde. De SRCarbo is afgeleid van de humane ernstig risicowaarde.
Verontreinigd(e) grond(water)
Grond(water) met gehalten boven de Interventiewaarde.
Stortlaag
Bodemlaag die bestaat uit meer dan 50% bodemvreemd materiaal, die in het verleden is aangebracht door (illegale) storting van afvalstoffen.
Tb
Temperatuur van de buitenlucht.
Toelichting: Deze temperatuur is onder meer van belang bij het bepalen van de kans op explosie.
Toelichting: Deze temperatuur is onder meer van belang bij het bepalen van de kans op explosie.
Terugsaneerwaarde
Afgesproken kwaliteit van de bodem of het grondwater na sanering.
Tijdelijke uitname
Het tijdelijk verplaatsen of uit de toepassing wegnemen van bouwstoffen, bodem of baggerspecie en deze vervolgens, zonder te zijn bewerkt, op of nabij dezelfde plaats en onder dezelfde condities opnieuw in die toepassing terugbrengen.
Bevoegd gezag
Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan dat een vergunningaanvraag behandelt, meldingen ontvangt en bevoegd is voor toezicht en handhaving.
Veiligheidsinformatieblad
Gestructureerd document met informatie over onder meer de eigenschappen en risico’s van een stof (of een mengsel van stoffen) en met aanwijzingen voor een professioneel gebruik van de stof.
Toelichting: Veiligheidsinformatiebladen worden opgesteld door de producenten van de desbetreffende (mengsels van) stoffen.
Toelichting: Veiligheidsinformatiebladen worden opgesteld door de producenten van de desbetreffende (mengsels van) stoffen.
Veiligheidskundige
Persoon die een in Nederland erkende opleiding tot veiligheidskundige met succes heeft afgerond.
Toelichting: In Module 5.4 wordt nader ingegaan op de eisen aan een veiligheidskundige.
Toelichting: In Module 5.4 wordt nader ingegaan op de eisen aan een veiligheidskundige.
Veiligheidsklasse
Aanduiding van de mate van verontreiniging in combinatie met de verwachting van de op het project aanwezige mate van ventilatie van vluchtige stoffen, op grond waarvan passende arbo-beheersmaatregelen dienen te worden genomen.
Verdachte locatie
Locatie waarvoor het vooronderzoek concrete aanwijzingen heeft opgeleverd dat de locatie (of een deel daarvan) is verontreinigd met een of meer stoffen.
Verhoogde concentratie
Gehalte dat hoger is dan de milieukundige achtergrondwaarde (bodem) of de milieukundige streefwaarde (grondwater).
Vlampunt
Laagste temperatuur waarbij een vloeistof zo veel brandbare damp afgeeft dat deze damp, intensief met lucht gemengd, een brandbaar mengsel vormt.
Toelichting: Het vlampunt wordt bepaald bij een luchtdruk van 1.013 mbar (1 atmosfeer) en uitgedrukt in hele graden Celsius.
Toelichting: Het vlampunt wordt bepaald bij een luchtdruk van 1.013 mbar (1 atmosfeer) en uitgedrukt in hele graden Celsius.
Vluchtige stof
Vluchtige organische stoffen zijn in grote lijnen organische verbindingen en mengsels hiervan, die bij een kamertemperatuur van 20 °C een dampspanning hebben van ten minste 0,01 kPa.
Toelichting: De dampdruk is afhankelijk van de temperatuur en de vluchtigheid van de (vloei)stof. Bij een voldoende hoge temperatuur (het kookpunt) zal de dampdruk één atmosfeer bedragen. Zuivere stoffen met een kookpunt hoger dan 350 graden Celsius worden als ‘niet vluchtig’ aangemerkt. De dampspanning van stoffen met een kookpunt hoger dan 350 graden Celsius is zeer laag en wordt op fiches veelal zelfs niet vermeld omdat bij deze stoffen de verdamping doorgaans verwaarloosbaar is. De vluchtigheid wordt normaliter beoordeeld op basis van de Henry constante en de dampdruk. De Henry-constante geeft de verhouding tussen de gasconcentratie en de concentratie van de oplossing. Vluchtige stoffen hebben bij een kamertemperatuur van 20 graden Celsius een dampspanning van ten minste 0,01 kPa.
Voor organische zuren geldt dat er ook gekeken moet worden naar de dissociatieconstante (pKa). Dit geldt voor stoffen zoals PFOS/PFOA.
Waterbodem
Bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam.
Toelichting: Tot waterbodems behoren ook zogenaamde droge oevergebieden die op een kaart in de Waterregeling zijn vastgelegd.
Toelichting: Tot waterbodems behoren ook zogenaamde droge oevergebieden die op een kaart in de Waterregeling zijn vastgelegd.
Waterbodemsanering
Het wegnemen van onaanvaardbare risico’s via verwijdering van de verontreiniging dan wel het (natuurlijk) afdekken van de verontreiniging, al dan niet in combinatie met gedeeltelijke verwijdering van de verontreiniging in de waterbodem, of een andere methode, tot een vooraf vastgestelde saneringsdoelstelling of tot een vooraf vastgesteld niveau (diepte of hoeveelheid).
Werkgebied
Door de uitvoerende partij afgezet of gedefinieerd gebied waarbinnen werkzaamheden plaatsvinden.
Zelfontbrandingstemperatuur
Laagste temperatuur waarbij een stof spontaan ontbrandt aan de lucht en waarbij de verbranding doorgaat zonder dat een ontstekingsbron aanwezig is.
Toelichting: De zelfontbrandingstemperatuur wordt uitgedrukt in hele graden Celsius.
Toelichting: De zelfontbrandingstemperatuur wordt uitgedrukt in hele graden Celsius.