Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

ASVV 2021
Deze tekst is gepubliceerd op 29-10-12

De reguliere voetganger

Gemiddeld genomen heeft een voetganger een profiel van vrije ruimte nodig van 1,0 tot 1,5 meter. Deze vuistregel is een grove uitleg van de hierna weergegeven maten.
Een volwassen voetganger is gemiddeld 70 centimeter breed, inclusief armslag bij het lopen en passeren. De gemiddelde ooghoogte van een volwassen man is 170,5 centimeter en van een volwassen vrouw 156,3 centimeter. Soms wordt bij het lopen gebruikgemaakt van hulpmiddelen, zoals een rollator of een stok. Dan heeft de voetganger iets meer ruimte nodig bij het verplaatsen. Ook bij het gebruik van vervoermiddelen van zeer kleine kinderen, zoals een kinderwagen, heeft een voetganger meer ruimte nodig. Kinderwagens zijn gemiddeld 1,10 meter lang, 0,80 meter breed en 1 meter hoog. Bij het ontwerp van middengeleiders moet voor een veilig gebruik ervan met dit grotere ruimtebeslag rekening worden gehouden. Als de middenberm als oversteekplaats voor fietsers en voetgangers functioneert, is een breedte van 2,50 meter gewenst.
Figuur 5.2/1 toont de karakteristieken van de voetganger.
[ link ]

Figuur 5.2/1. Lopen in normale pas en marcheren

[ link ]

Figuur 5.2/2. Voetganger met kinderwagen

Voor voetgangers (ook slechtlopenden of slechtzienden, voor zover zij geen hulpmiddelen gebruiken) heeft het gewenste profiel van vrije ruimte een breedte van 1,00 meter. Bij vernauwingen in de looproute kunnen de marges eventueel achterwege worden gelaten. Betreft het een puntvernauwing, bijvoorbeeld bij lichtmasten, verkeersborden, paaltjes of bomen, dan kan met een minimumbreedte van 0,90 meter worden volstaan. Op tram- en bushaltes moet de obstakelvrije ruimte ten minste 1,50 meter breed zijn om te voldoen aan de toegankelijkheidseisen.
Is er voldoende ruimte, dan houdt een voetganger een afstand van 0,30 à 0,45 meter van een gebouw, een trottoirrand en dergelijke.
Ook zonder de aanwezigheid van obstakels lopen voetgangers niet in een rechte, maar in een slingerende lijn. Bij sterk slingerende paden (met bochten van meer dan 30°) neigen zij er toe om de bochten te gaan afsnijden. Wanneer een voetganger om een rechte hoek loopt, maakt hij een boog met een straal van 1,80 à 3,00 meter.