Hoofdeisen fietsinfrastructuur
Bij het streven naar een fietsvriendelijke infrastructuur kunnen drie ruimtelijke niveaus worden onderscheiden: netwerk, verbinding (route) en voorziening. De specifieke fietsvoorzieningen worden behandeld in de voorzieningenbladen (bijvoorbeeld in paragraaf 14.2).
Alle eisen en wensen van fietsers ten aanzien van netwerk en verbinding kunnen worden ondergebracht in vijf hoofdeisen. Deze kunnen worden aangeduid met de volgende trefwoorden:
- Samenhang: de fietsinfrastructuur vormt een samenhangend geheel en sluit aan op alle herkomsten en bestemmingen van fietsers.
- Directheid: de fietsinfrastructuur biedt de fietser steeds een zo direct mogelijke route (omrijden blijft dus tot het minimum beperkt).
- Aantrekkelijkheid: de fietsinfrastructuur is zodanig vormgegeven en in de omgeving ingepast dat fietsen aantrekkelijk is.
- Veiligheid: de fietsinfrastructuur waarborgt de verkeersveiligheid van fietsers en overige weggebruikers.
- Comfort: de fietsinfrastructuur maakt een vlotte en comfortabele doorstroming van het fietsverkeer mogelijk.
Het realiseren van een afzonderlijke maatregel, zoals alleen het aanleggen van een vrijliggend fietspad, zal er niet voor zorgen dat de fiets een volwaardig alternatief wordt voor de auto. Een samenhangend pakket van maatregelen kan dat wel. Als de fiets een volwaardig alternatief wordt voor de auto, dan kan een deel van de automobilisten besluiten om voortaan de fiets te nemen. Dit draagt tevens bij aan een verbetering van de luchtkwaliteit.
De hoofdeis samenhang omvat alle eisen die verband houden met de noodzaak om op de plaats van bestemming te komen. Op netwerkniveau betekent dit dat er verbindingen moeten zijn die aansluiten op de plaatsen van herkomst en bestemming van de fietsers. Samenhang is lastig te concretiseren. Het gaat erom een compleet stelsel van verbindingen te realiseren, waarbij alle herkomsten en bestemmingen worden ontsloten: iedere woning, ieder bedrijf en iedere voorziening moet per fiets bereikbaar zijn.
Wanneer de reistijd per fiets langer is dan die per auto, vormt dit een belangrijke reden om de auto te gebruiken en de fiets te laten staan. Anderzijds blijken veel automobilisten bereid voor korte ritten op de fiets te stappen wanneer dat sneller en handiger is. Alle factoren die de reistijd beïnvloeden, zijn samengebracht onder de hoofdeis directheid. Op netwerkniveau zijn wat betreft de eis van directheid twee componenten van belang: de directheid in afstand en de directheid in tijd.
Fietsgedrag wordt bepaald door een groot aantal factoren. Per individu kunnen deze factoren echter van een zeer verschillende betekenis zijn voor de keuze om (wel of niet) te gaan fietsen en ook bij de keuze van de fietsroute. Bepaalde aspecten van het fietsen kunnen door de ene persoon positief en door een ander negatief worden gewaardeerd.
Onder de hoofdeis aantrekkelijkheid zijn de psychologische factoren samengevat die in het algemeen in termen van 'beleving' zijn uit te drukken. Er zijn persoonlijke factoren die de beleving kleuren. De belangrijkste factoren op een rij:
- Individuele verschillen zoals smaak, lengte, bouw
- Situationele verschillen zoals de plek waar men zich bevindt.
- Sociale factoren zoals de hoeveel heid mensen die zich om het individu bevinden
- Culturele achtergrond zoals geloof of etniciteit
Dit neemt niet weg dat er enkele elementen of parameter te beschrijven zijn die van invloed zijn op de aantrekkelijkheid van fietsroutes. De volgende parameters beïnvloeden de aantrekkelijkheid van een fietsroute of fietsvoorziening:
- afwisseling en verrassing;
- prettige plekken/activiteiten;
- prettige prikkels voor de zintuigen;
- onderhoud (verzorgd, schoon en heel);
- kwaliteit van de ruimtelijke omgeving.
Onder de hoofdeis aantrekkelijkheid valt ook het criterium 'sociale veiligheid'. Bekend is dat de (beleving van) sociale veiligheid in belangrijke mate bepalend is voor het gebruik van de fiets, vooral in de avonduren. Maatregelen om de sociale onveiligheid op routes weg te nemen moeten gericht zijn op:
- Het optimaliseren van het informele toezicht op en uitzicht van de fietsers.
- Het ontmoedigen van gelegenheidsmisdrijven.
- Het aanbieden van een alternatieve route als een aanvaardbaar niveau van sociale veiligheid niet haalbaar is.
De hoofdeis veiligheid heeft alleen betrekking op de verkeersveiligheid (objectief en subjectief). Sociale veiligheid (objectief en subjectief) is als criterium ondergebracht bij de hoofdeis aantrekkelijkheid.
Bij de evaluatie van een verkeerssituatie en bij de keuring van bestaande voorzieningen is het zich voordoen van verkeersongevallen een belangrijk criterium voor de beoordeling van de hoofdeis veiligheid. Echter, Duurzaam Veilig vraagt om een andere benadering: preventief in plaats van curatief. Bij de inrichting van de (fiets)infrastructuur moet geprobeerd worden de kans op ernstige fietsongevallen met en fietsongevallen zonder motorvoertuigen zo veel mogelijk te beperken.
Om de kans op ernstige fietsongevallen met motorvoertuigen te beperken, is het belangrijk om bij hogere snelheden het fietsverkeer te scheiden van het autoverkeer. De kans op een dodelijke afloop van een ongeval neemt namelijk sterk toe bij een botssnelheid vanaf ongeveer 30 km/h. Wegen waar fietsverkeer gemengd wordt met autoverkeer, moeten zo zijn ingericht dat de rijsnelheid niet hoger is dan 30 km/h. Oversteken gebeurt bij voorkeur op kruispunten waar de snelheid beperkt wordt tot 30 km/h of eventueel op oversteekvoorzieningen waar de snelheid van het autoverkeer ook geremd wordt.
Om de kans op fietsongevallen zonder motorvoertuigen te beperken, is het belangrijk dat fietsvoorzieningen voldoende breed en vrij van obstakels (zoals paaltjes) zijn, dat de verharding vlak, stroef, vrij van scheuren en schoon is, dat het wegverloop visueel geleid is met bijvoorbeeld kant- en asmarkering op fietspaden, en dat de bermen en randen vergevingsgezind zijn.
De hoofdeis comfort heeft op netwerkniveau betrekking op de mate waarin het geheel aan verbindingen op een comfortabele wijze door de fietser kan worden gebruikt. Hinder, vindbaarheid en begrijpelijkheid zijn belangrijke elementen. Aanvullend hierop speelt de onderhoudstoestand een rol. Het comfort voor de fietser neemt toe als fietsroutes zijn voorzien van een gesloten verharding (asfalt of cementbeton). Als tegelverharding wordt toegepast, is het belangrijk dat de tegels goed op elkaar aansluiten en dat losliggende tegels worden voorkomen [8.28].