Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

ASVV 2021
Deze tekst is gepubliceerd op 15-10-12

Methoden

Deze paragraaf gaat over elf gangbare onderzoeksmethoden voor het verzamelen van gegevens via observeren of tellen. Om uit deze methoden de meest geschikte methode te kunnen selecteren, staan de toepassingsgebieden en de resultaatgegevens per methode overzichtelijk op een rij in tabel 3.1/1. Het uitgangspunt bij elke beschrijving is dat de observatie of telling uit te voeren is door waarnemers en/of technische hulpmiddelen als camera’s, detectielussen, radar of een andere inwintechniek. Tegenwoordig staat de onderzoeker naast de traditionele observatie en verkeerstelling een scala aan nieuwe inwintechnieken ter beschikking [3.2].
Tabel 3.1/1. Relatie onderzoeksmethode, toepassingsgebied en resultaatgegevens
OnderzoeksmethodeToepassingGegevens
1. Kruispunt-/rotondetelling
  • schatten of bepalen van de etmaalintensiteit
  • bepalen van de intensiteiten per rijrichting
  • bepalen van de verkeerssamenstelling
  • input voor milieuberekeningen (geluid en lucht)
  • input voor modelberekeningen
  • input voor ontwerp en bijstellen van een verkeerslichtenregeling
  • dimensioneren van het kruispuntontwerp
Intensiteiten op kruispunten/rotondes:
  • per voertuigcategorie
  • per rijrichting (rechtsaf, rechtdoor, linksaf/kwart, half, driekwart)
  • per tijdsperiode
2. Doorsnedetelling
  • schatten of bepalen van de etmaalintensiteit
  • bepalen van de intensiteiten per rijrichting
  • bepalen van de verkeerssamenstelling
  • input voor milieuberekeningen (geluid en lucht)
  • input voor modelberekeningen
Intensiteiten op wegvakken:
  • per voertuigcategorie
  • per rijrichting (heen/terug)
  • per tijdsperiode
3. Kentekenonderzoek
  • bepalen van de herkomsten, bestemmingen en routes van voertuigen
  • vaststellen van de aanwezigheid van sluipverkeer
  • bereikbaarheidsonderzoek voor vastgestelde gebieden
  • in beeld brengen van de voertuigbewegingen op grote (onoverzichtelijke) rotondes of kruisingen of op gekoppelde kruisingen
Intensiteiten per relatie:
  • per voertuigcategorie
  • per tijdsperiode
  • routes door een gebied
  • omvang doorgaand-/herkomst-/bestemmingsverkeer
  • reistijden en trajectsnelheden
4. Snelheidsmeting
  • bepalen van hoe groot een eventueel snelheidsprobleem is, naar aanleiding van klachten of ongevallen
  • vaststellen van relatie tussen snelheidslimiet, veilige/geloofwaardige snelheid en gereden snelheid
  • evalueren van de effecten na beperkende maatregelen
  • input voor verkeersmodel
Snelheden:
  • per voertuigcategorie
  • per rijrichting
  • per tijdsperiode
5. Wachtrijmeting
  • evalueren van een verkeerslichtenregeling
  • evalueren van een rotonde
  • evalueren van overige (tijdelijke) verkeersmaatregelen
Wachtrijlengte:
  • in aantal voertuigen (naar categorie)
  • in meters
6. Wachttijdmeting
  • bepalen van de noodzaak tot plaatsing van verkeerslichten of aanleg van een rotonde
  • evalueren van getroffen maatregelen ter verkorting van de wachtrijen
  • evalueren van de werking van verkeerslichtenregelingen
  • bepalen van de noodzaak van aanleg van een voetgangersoversteekplaats
Gemiddelde wacht- en verliestijd:
  • percentage stoppende verkeersdeelnemers;
  • maximale wachtrijlengte
7. Reistijdenmeting
  • bepalen van de kwaliteit van het verkeersnetwerk
  • achterhalen waar eventuele vertragende factoren in een netwerk zitten
Reistijden:
  • rijtijden
  • vertragingstijd
  • snelheden
8. Oversteekbaarheidsmeting
  • ontwerpen, bijstellen en evalueren van een verkeerslichtenregeling
  • bepalen van de verliestijd bij het oversteken van een geregelde of ongeregelde oversteek
  • vaststellen van de veiligheid van een wegoversteek
Wachttijden:
  • oversteekkans
  • intensiteit op wegvakken
9. Parkeerdrukmeting
  • bepalen van de parkeercapaciteit, eventueel onderverdeeld naar categorie
  • bepalen van de parkeerdruk, onderverdeeld naar straatsectie en/of naar parkeercategorie
  • parkeerbezetting per straatsectie en/of per parkeercategorie
  • bezettingsgraad van de parkeerplaatsen per straatsectie en/of per parkeercategorie
  • aantal voertuigen dat in een gebied gedurende de meetperiode geparkeerd heeft
  • gebruik van parkeergarages
Parkeercapaciteit:
  • parkeerbezettingsgraad
  • aantal geparkeerde voertuigen
10. Parkeerduur-/parkeermotiefmeting
  • parkeerduur per straatsectie en/of per parkeercategorie
  • achterhalen van de parkeermotieven
  • turn-over, het aantal parkeerbewegingen per parkeerplaats gedurende de meetperiode
  • aantal voertuigen dat in een gebied gedurende de meetperiode geparkeerd heeft
Parkeercapaciteit:
  • parkeerbezettingsgraad
  • aantal geparkeerde voertuigen
  • parkeermotieven
  • parkeerduur
  • turn-over (aantal geparkeerde voertuigen per parkeerplaats in een periode).
11. Ongevallenanalyse
  • in beeld brengen van de objectieve verkeersonveiligheid
  • achterhalen van de meest onveilige kruispunten/tracés/gebieden
  • bepalen van de dominante groepen betrokken bij ongevallen
  • achterhalen van meest voorkomende oorzaken ('in dieptestudies')
  • vaststellen ongevallenconcentraties (zie paragraaf 9.6.5)
Ongevalgegevens
12. Risicoanalyse
  • in beeld brengen van risico’s die besloten liggen in het wegontwerp
  • achterhalen waar vorm, functie en gebruik van de weg niet overeenstemmen
  • achterhalen van risicovol gedrag (afleiding, rijden onder invloed, snelheid, helm- en gordelgebruik)
Risico-indicatoren ('safety performance indicators')
Specifiek voor onderzoek naar verkeersveilige weginfrastructuur biedt het Kennisnetwerk Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV) een overzicht van methoden. Deze staan in de factsheet ' [ link ] ' [3.20]. Per methode wordt beschreven welke data nodig is, waar het instrument is toegepast, wie het beheert en waar meer informatie is te vinden.