Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

ASVV 2021
Deze tekst is gepubliceerd op 06-07-20

Parkeerregulering

Het nemen van parkeerregulerende maatregelen is onder meer gewenst als het voor bepaalde groepen parkeerders (bijvoorbeeld bewoners of kortparkerende bezoekers) moeilijk wordt een parkeerplaats te vinden doordat anderen (bijvoorbeeld langparkerende werkers) de parkeerplaatsen bij woningen of winkels in beslag nemen. ​
Een gemeente kan het parkeren op straat op verschillende manieren reguleren: parkeren verbieden, lang parkeren ontmoedigen, kort parkeren stimuleren, enzovoort. Deze doelen zijn via uiteenlopende reguleringsmaatregelen te bereiken. Echter, het besef moet steeds aanwezig zijn dat parkeerbeleid en bereikbaarheid een nauwe onderlinge relatie kennen. Parkeerbeleid wordt daarom in belangrijke mate gevormd in samenhang met het beleid voor de fiets en het openbaar vervoer. Per gebied moeten keuzes worden gemaakt tussen de ruimte die men aan auto’s ter beschikking wil stellen (rijdend en stilstaand) en de ruimte die er voor andere functies moet zijn. De mogelijkheden kunnen per gemeente worden ingevuld, afhankelijk van de gegeven situatie en wensen.
Parkeerregulering
Parkeerregulering is een uitvoeringsaspect van parkeerbeleid. Parkeerregulering houdt in dat door tijd- en/of geldgebonden maatregelen en door het invoeren van belanghebbendenparkeren wordt getracht de beschikbare parkeerplaatsen zo goed mogelijk te laten gebruiken. Ook het beschikbaar stellen van privéparkeerplaatsen bij bedrijven als openbare parkeerplaatsen is mogelijk.

Als zich op een bepaalde locatie parkeerproblemen voordoen waarvoor (bijvoorbeeld door ruimtegebrek) geen capaciteitsmaatregelen kunnen worden getroffen, is het mogelijk om met regulerende maatregelen de problemen voor bepaalde doelgroepen op te lossen of te verminderen. In principe zijn (in een stads- of dorpscentrum) drie groepen parkeerders aan te wijzen:
  • Bewoners en zakelijk belanghebbenden/ondernemers (langparkeerders): deze willen zo veel mogelijk op korte loopafstand van hun woning of zaak de auto kunnen parkeren.
  • Bezoekers (kortparkeerders): hiervoor moeten adequate voorzieningen op acceptabele loopafstand worden getroffen. De maximaal geaccepteerde loopafstand is afhankelijk van het bezoekmotief: mensen die recreatief gaan winkelen accepteren grotere afstanden dan mensen die doelgericht boodschappen komen doen. De omvang van de parkeervoorzieningen moet zodanig zijn dat aan de parkeerbehoefte op de reguliere piekmomenten kan worden voldaan.
  • Werkers (langparkeerders): het parkeren op eigen terrein en het parkeren op enige afstand van de winkels, maar buiten de woongebieden, heeft de voorkeur.
Het nemen van parkeerregulerende maatregelen alleen is nooit voldoende. Er zal ook op moeten worden toegezien dat de maatregelen worden nageleefd (parkeercontrole).
Als wegbeheerder kan een gemeente parkeerverboden instellen of parkeerplaatsen voor bepaalde doelgroepen reserveren (bijvoorbeeld voor elektrische voertuigen, eventueel in combinatie met oplaadpalen). Daarnaast kan een gemeente door het instellen van parkeerschijfzones (blauwe zones) het langparkeren tegengaan. Een andere mogelijkheid is het instellen van betaald parkeren, eventueel gedifferentieerd naar gebied. Betaald parkeren kent twee vormen:
  • met parkeerapparatuur;
  • met een systeem van vergunningen.