Bepalen of er een bebouwde kom is
Allereerst moet worden vastgesteld of er daadwerkelijk sprake is van een bebouwde kom. Hiertoe worden de stappen 1 tot en met 4 doorlopen. Alleen als aan alle eisen uit deze vier stappen wordt voldaan, is er sprake van een bebouwde kom.
Stap 1 Wordt voldaan aan het afstandscriterium?
Het aansluiten van de grens van de bebouwde kom op dicht aan de weg gelegen bebouwing verdient de voorkeur. De gedachte hierbij is dat het profiel van vrije ruimte van het wegvak buiten de bebouwde kom door de bebouwing zo wordt vernauwd, dat het voor de weggebruiker duidelijk is dat hij (met name bij het binnengaan van de bebouwde kom) zijn gedrag en snelheid moet aanpassen aan de gewijzigde omgeving. Uit literatuur [4] blijkt dat een weggebruiker het idee heeft een gesloten ruimte in te rijden als de afstand van de as van de weg tot aan de bebouwing niet groter is dan driemaal de hoogte van de aangrenzende bebouwing. Als de bebouwing meer dan 25 m uit de as van de weg ligt, wordt de beleving van de bebouwde kom belangrijk minder.
Het aansluiten van de grens van de bebouwde kom op dicht aan de weg gelegen bebouwing verdient de voorkeur. De gedachte hierbij is dat het profiel van vrije ruimte van het wegvak buiten de bebouwde kom door de bebouwing zo wordt vernauwd, dat het voor de weggebruiker duidelijk is dat hij (met name bij het binnengaan van de bebouwde kom) zijn gedrag en snelheid moet aanpassen aan de gewijzigde omgeving. Uit literatuur [4] blijkt dat een weggebruiker het idee heeft een gesloten ruimte in te rijden als de afstand van de as van de weg tot aan de bebouwing niet groter is dan driemaal de hoogte van de aangrenzende bebouwing. Als de bebouwing meer dan 25 m uit de as van de weg ligt, wordt de beleving van de bebouwde kom belangrijk minder.
[ link ]
Figuur 6. Voor de beleving van een gesloten ruimte moet de afstand tussen de wegas en de bebouwing kleiner zijn dan driemaal de hoogte van de bebouwing en niet meer bedragen dan 25 m
In de praktijk kan het voorkomen dat wordt voldaan aan dit afstandscriterium, maar dat het zicht op de bebouwing wordt ontnomen door geluidwerende voorzieningen. In dergelijke situaties is het ongewenst ter plaatse een komgrens in te stellen.
Aanbeveling
Houd bij het bepalen van de bebouwde kom het volgende criterium aan: de afstand van de bebouwing tot de as van de weg bedraagt maximaal drie keer de hoogte van de aangrenzende bebouwing, de genoemde afstand is niet groter dan 25 m en er is een zichtrelatie met de bebouwing.
Houd bij het bepalen van de bebouwde kom het volgende criterium aan: de afstand van de bebouwing tot de as van de weg bedraagt maximaal drie keer de hoogte van de aangrenzende bebouwing, de genoemde afstand is niet groter dan 25 m en er is een zichtrelatie met de bebouwing.
Stap 2 Is de lengte van de kom > 400 m?
Het bebouwde lint moet van een bepaalde lengte zijn, wil het de weggebruiker de indruk van een bebouwd gebied geven. Voorts mag aan het begin van de bebouwde kom niet het eind van diezelfde bebouwde kom te zien zijn. Als het einde wel te zien is, zal de weggebruiker veel minder geneigd zijn om zijn snelheid en gedrag aan te passen. Daarnaast moet de weggebruiker gedurende een bepaalde tijd het gevoel hebben binnen de bebouwde kom te rijden (ook als het einde van de kom niet te zien is). Op grond van deze overwegingen dient de lengte van de bebouwde kom ten minste 400 m te bedragen.
Het bebouwde lint moet van een bepaalde lengte zijn, wil het de weggebruiker de indruk van een bebouwd gebied geven. Voorts mag aan het begin van de bebouwde kom niet het eind van diezelfde bebouwde kom te zien zijn. Als het einde wel te zien is, zal de weggebruiker veel minder geneigd zijn om zijn snelheid en gedrag aan te passen. Daarnaast moet de weggebruiker gedurende een bepaalde tijd het gevoel hebben binnen de bebouwde kom te rijden (ook als het einde van de kom niet te zien is). Op grond van deze overwegingen dient de lengte van de bebouwde kom ten minste 400 m te bedragen.
[ link ]
Figuur 7. De lengte van de bebouwde kom moet ten minste 400 m bedragen
Aanbeveling
Houd bij het bepalen van de bebouwde kom als criterium aan dat de lengte van de bebouwde kom ten minste 400 m bedraagt.
Houd bij het bepalen van de bebouwde kom als criterium aan dat de lengte van de bebouwde kom ten minste 400 m bedraagt.
Stap 3 Eenzijdige of tweezijdige bebouwing?
Om de gewenste dichtheid van de bebouwing te kunnen vaststellen, moet eerst bepaald worden of er sprake is van eenzijdige of tweezijdige bebouwing.
Om de gewenste dichtheid van de bebouwing te kunnen vaststellen, moet eerst bepaald worden of er sprake is van eenzijdige of tweezijdige bebouwing.
Stap 4 Wat is de dichtheid van de bebouwing?
De weggebruiker zal zijn omgeving pas als een bebouwde kom ervaren, wanneer de bebouwing een zekere dichtheid heeft. Voor het bepalen van de bebouwingsdichtheid wordt in de literatuur de lengte van de gevel gemeten (in meters), waarna deze waarde wordt gerelateerd aan de lengte van het desbetreffende wegvak. Aanbevolen wordt om (conform stap 2) voor het meetvak een lengte aan te houden van 400 m, waarbij het meetvak begint bij de komgrens. Bij eenzijdige bebouwing dient de bebouwingsdichtheid groter of gelijk aan 50% te zijn. Bij tweezijdige bebouwing dient de bebouwingsdichtheid groter of gelijk aan 30% te zijn.
De weggebruiker zal zijn omgeving pas als een bebouwde kom ervaren, wanneer de bebouwing een zekere dichtheid heeft. Voor het bepalen van de bebouwingsdichtheid wordt in de literatuur de lengte van de gevel gemeten (in meters), waarna deze waarde wordt gerelateerd aan de lengte van het desbetreffende wegvak. Aanbevolen wordt om (conform stap 2) voor het meetvak een lengte aan te houden van 400 m, waarbij het meetvak begint bij de komgrens. Bij eenzijdige bebouwing dient de bebouwingsdichtheid groter of gelijk aan 50% te zijn. Bij tweezijdige bebouwing dient de bebouwingsdichtheid groter of gelijk aan 30% te zijn.
In figuur 8 is een voorbeeld gegeven van het meten van de bebouwingsdichtheid bij eenzijdige bebouwing. De bebouwingsdichtheid van 127/400 voldoet niet aan het 50%-criterium: er is hier geen sprake van een bebouwde kom. Figuur 9 toont een voorbeeld van het meten van de bebouwingsdichtheid bij tweezijdige bebouwing. De bebouwingsdichtheid van 122/400 voldoet wel aan het 30%-criterium: hier is wel sprake van een bebouwde kom.
[ link ]
Figuur 8. Meten bebouwingsdichtheid bij eenzijdige bebouwing (weergave niet op schaal)
[ link ]
Figuur 9. Meten bebouwingsdichtheid bij tweezijdige bebouwing (weergave niet op schaal)
Aanbeveling
Houd bij het bepalen van de bebouwde kom de volgende criteria aan:
Houd bij het bepalen van de bebouwde kom de volgende criteria aan:
- bij eenzijdige bebouwing is de bebouwingsdichtheid groter of gelijk aan 50%;
- bij tweezijdige bebouwing is de bebouwingsdichtheid groter of gelijk aan 30%.