Heeft u vragen? U kunt ons ook bellen op tel: 0318-695315

Bebouwdekomgrenzen - Aanbevelingen voor locatie en inrichting
Deze tekst is gepubliceerd op 05-10-11

Bijlage II Duurzaam Veilig en komgrenzen

De informatie in deze bijlage is hoofdzakelijk ontleend aan het ‘Handboek Categorisering wegen op duurzaam veilige basis’ [1]. Met name de functionele en operationele eisen voor overgangen zijn bijzonder relevant, omdat een komgrens wordt beschouwd als een bijzondere vorm van een overgang.
1 Principes van duurzame veiligheid
Voor de verkeersveiligheid is het belangrijk dat vormgeving en gebruik worden aangepast aan de volgende verkeerveiligheidsprincipes [2]:
  1. voorkom onbedoeld gebruik van de infrastructuur;
  2. voorkom ontmoetingen met hoge snelheids- en richtingsverschillen;
  3. voorkom onzeker gedrag van verkeersdeelnemers.
Anders geformuleerd kunnen deze drie principes worden aangeduid als [1]:
  1. functionaliteit van het wegennet;
  2. homogeniteit van het verkeer;
  3. voorspelbaar verkeersgedrag.
Voor komgrenzen is met name het derde veiligheidsprincipe, voorspelbaar verkeersgedrag, van belang. Voorspelbaar verkeersgedrag is te verwezenlijken door rekening te houden met:
  • herkenbaarheid van verkeerssituaties;
  • bereidheid van verkeersdeelnemers om het gewenste verkeersgedrag ook feitelijk te vertonen;
  • eenvoud in de inrichting van de verkeerssituaties.
2 Functies van wegen
Wegen hebben als onderdeel van de openbare ruimte een verkeersfunctie of een verblijfsfunctie.
Binnen de verkeersfunctie worden twee verkeersvormen onderscheiden: stromen en uitwisselen. De praktijk van het gemotoriseerde verkeer heeft uitgewezen dat beide verkeersfuncties niet (meer) te combineren zijn in één voorziening. De boodschap van Duurzaam Veilig is dan ook dat ze strikt gescheiden moeten worden.
Eén wegcategorie is geheel gericht op stromen en één wegcategorie is geheel gericht op uitwisselen:
  1. De stroomweg maakt in het bijzonder voor motorvoertuigen een continue doorstroming met hoge snelheid mogelijk. Dit vereist onder meer: gescheiden rijrichtingen, ontbreken van kruisend en overstekend verkeer, en bij aansluitingen alleen in- en uitvoegend verkeer;
  2. De erftoegangsweg dient, zoals de naam al zegt, voor het toegankelijk maken van erven. Alle manoeuvres die nodig zijn voor het bereiken van de erven, het in- en uitstappen en het laden en lossen van goederen, horen bij het toegankelijk maken. Deze wegcategorie is er in beginsel voor alle vervoerwijzen: voetgangers, motorvoertuigen, fietsen, bromfietsen en overige wegvoertuigen. Zo moet het mogelijk zijn met voertuigen in alle richtingen te manoeuvreren bij in- en uitritten van erven en moet de rijsnelheid overal laag liggen.
De gebiedsontsluitingsweg vormt, binnen het verkeersnetwerk in een gebied, de verbindende schakel tussen erftoegangswegen en stroomwegen. Een weg met een gebiedsontsluitingsfunctie faciliteert zowel het stromen als het uitwisselen, maar deze functies worden naar plaats gescheiden. Het uitwisselen vindt plaats op de kruispunten, het stromen op de wegvakken tussen de kruispunten. Zo nodig kunnen gebiedsontsluitingswegen worden voorzien van parallelwegen.
In tabel 4 is de essentie van bovenstaande functionele categorie-indeling weergegeven.
Tabel 4. Functionele categorie-indeling volgens Duurzaam Veilig
Wegcategorie Wegvak Kruispunt Typering
Stroomweg Verkeersaders
Gebiedsontsluitingsweg
Erftoegangsweg Wegen in verblijfsgebied
Stromen
Uitwisselen
Is er sprake van 'stromen', dan bestaat er behoefte aan een vlotte en veilige afwikkeling van het verkeer. Bij 'uitwisselen' is er behoefte om (met lage snelheid) een weg op of af te rijden.
Erftoegangswegen vallen, zoals in de definities vastgelegd, binnen het verblijfsgebied, evenals (woon)erven. Deze laatste ‘categorie’ wordt in de context van Duurzaam Veilig echter niet verder uitgewerkt.
3 Functionele eisen bij de overgang tussen categorieën
In het ‘Handboek Categorisering wegen op duurzaam veilige basis’ [1] zijn functionele eisen voor een duurzaam veilig wegennet geformuleerd. Met betrekking tot overgangen zijn twee functionele eisen genoemd. Het betreft de eisen 6 en 7:
6 Wegcategorieën herkenbaar maken;
7 Aantal verkeersoplossingen beperken en uniformeren.
De komgrens wordt beschouwd als een bijzondere vorm van een overgang, zodat deze beide functionele eisen hierop van toepassing zijn. Daarnaast zijn aanvullende functionele eisen en overwegingen van toepassing, onder meer de volgende:
  • een overgang moet voor de weggebruiker duidelijk herkenbaar zijn;
  • overgangen worden niet verwacht in wegvakken;
  • door de hiërarchische volgorde stroomweg - gebiedsontsluitingsweg - erftoegangsweg verandert de snelheid van het gemotoriseerde verkeer trapsgewijs.
4 Operationele eisen bij de overgang tussen categorieën
De operationele eisen voor overgangen zijn afgeleid van de operationele eisen voor wegvakken en kruispunten, voor situaties zowel binnen als buiten de bebouwde kom. Aangezien bij een overgang in categorie grote verschillen in functionele snelheid kunnen ontstaan, is de locatie van een overgang in wegcategorie bij voorkeur een kruispunt. Bij geringe verschillen in functionele snelheid kan een overgang ook op een wegvak plaatsvinden. De directe omgeving van dit type overgang moet aanleiding geven tot een overgang in functie. Veelal zal een duidelijke komgrens deze taak kunnen vervullen. Bij de overgang van 80 km/h naar 30 km/h is extra aandacht nodig voor de verlaging van de snelheid. In tabel 5 worden de operationele eisen voor overgangen weergegeven.
Tabel 5. Operationele eisen voor overgangen
Overgang Stroomweg Gebiedsontsluitingsweg
bubeko
Erftoegangsweg
bubeko
Gebiedsontsluitingsweg
bibeko
Erftoegangsweg
bibeko
Stroomweg kruispunt - - -
Gebiedsontsluitingsweg
bubeko
kruispunt kruispunt komgrens of kruispunt komgrens en/of kruispunt
Erftoegangsweg
bubeko
- kruispunt komgrens of kruispunt komgrens of kruispunt
Gebiedsontsluitingsweg
bibeko
- komgrens of kruispunt komgrens of kruispunt kruispunt
Erftoegangsweg
bibeko
- komgrens en/of kruispunt komgrens of kruispunt kruispunt