Gebiedstypen
Elk gebiedstype heeft zijn eigen type gebruiker (fietser). De behoefte van een fietser verschilt daarom per gebiedstype. Voor ‘wonen’ heeft een fietser (deels) andere wensen dan voor ‘winkelen’. Hieronder staan voor enkele gebiedstypen de behoeften van fietsers. Gedragsmaatregelen en goede informatievoorziening kunnen fietsers verleiden en/of verwijzen naar de juiste fietsparkeervoorziening. Een doelgroepenaanpak (zie paragraaf 4.2.2.2) kan helpen om te bepalen welke groep(en) fietsers zijn te bewegen om hun fiets elders te parkeren.
Gebiedsfunctie: Wonen
Gebiedsfunctie: Werken
Gebiedsfunctie: Winkelen
| Behoeften : | droog, veilig (diefstalpreventie), liefst inpandig, mogelijkheid om elektrische fiets te kunnen laden, korte loopafstanden |
| Toelichting : | Idealiter voorziet een woning in een eigen fietsenberging, of - in wooncomplexen - in een gemeenschappelijke stalling, bij voorkeur inpandig. Het Bouwbesluit (zie paragraaf 4.2.1) schrijft dit voor bij nieuwbouw. In de publicatie ‘Fietsparkeren bij grootschalige wooncomplexen’ staat meer informatie (CROW-Fietsberaad, 2020b). De kwaliteit van bergingen bij nieuwbouw laat regelmatig te wensen over. Een slechte toegankelijkheid vanaf de straat en onvoldoende beveiliging tegen inbrekers zijn de belangrijkste klachten. Veel klachten komen deels doordat er onvoldoende is geïnvesteerd om een goede fietsenberging te maken. In bestaande woongebieden, waar de individuele woningen niet of nauwelijks over bergingen beschikken, zijn aanleunsystemen (voorzieningenblad V2), fietstrommels (voorzieningenblad V6) en buurtstallingen het meest geschikt. Vooral in oudere woonbuurten met etagewoningen kan een fietsparkeerprobleem zijn, wanneer de woningen geen berging hebben waarin de bewoners hun fietsen veilig kunnen stallen. Meestal gaat dit probleem gepaard met fietsparkeerproblemen voor fietsers die op bezoek komen: zij moeten hun fiets in de openbare ruimte plaatsen. |
| Behoeften: | droog, comfortabel, veilig (diefstalpreventie), liefst inpandig, omkleed- en douchemogelijkheid, mogelijkheid om elektrische fiets te kunnen laden |
| Toelichting: | Het Bouwbesluit (zie paragraaf 4.2.1) schrijft een fietsenstalling voor werknemers voor. Mensen die met hun fiets naar het werk gaan, gebruiken hiervoor meestal een wat luxere standaardfiets of een elektrische fiets. Een bij voorkeur (niet openbare) inpandige voorziening op eigen terrein is ideaal. In gebieden met veel relatief kleine bedrijven die niet of nauwelijks kunnen voorzien in eigen fietsparkeervoorzieningen voor het personeel, zoals winkelcentra, kunnen bewaakte stallingen een uitkomst bieden, al dan niet met plaatsreservering. |
| Behoeften: | gebruiksgemak, korte loopafstanden, veilig (diefstalpreventie), aansluitende openingstijden, eventueel extra service |
| Toelichting: | Voor het winkelend publiek zijn bijna alle voorzieningen geschikt, behalve de fietstrommels en buurtstallingen. Langparkeerders (funshoppers) en eigenaren van kwalitatief goede, dure fietsen geven al snel de voorkeur aan bewaakte stallingen. Voor kort parkeren (runshoppers) verdienen aanleunsystemen (voorzieningenblad V2), klemmen (voorzieningenblad V3) en fietsparkeervakken (voorzieningenblad V1) de voorkeur. Als tijdelijke voorziening kunnen pop-upstallingen dienst doen. |
Gebiedsfunctie: Cultuur en recreatie
| Behoeften: | gebruiksgemak, veilig (diefstalpreventie), aansluitende openingstijden, eventueel extra service |
| Toelichting: | Locaties met cultuur of recreatie kenmerken zich door een enorme verscheidenheid, van binnenstedelijke bestemmingen zoals een museum of een bioscoop met een grote piekbelasting, tot recreatieplassen met veel ruimte. Daarom is het bij dit type locatie belangrijk om maatwerk in het fietsparkeren toe te passen. Een fietsparkeeronderzoek kan daarbij helpen. |
Gebiedsfunctie: Scholen
| Behoeften: | gebruiksgemak, korte loopafstanden |
| Toelichting: | Scholen stellen specifieke eisen aan fietsparkeervoorzieningen. Houd rekening met de belangrijkste kenmerken:
|
Gebiedsfunctie: Openbaar vervoerlocatie (OV-hub)
| Behoeften: | gebruiksgemak, korte loopafstanden, veilig (diefstalpreventie), aansluitende openingstijden/(gedeeltelijk) geautomatiseerde toegang, eventueel fietsenmaker |
| Toelichting: | Stationsgebieden (trein) Mensen die vrijwel dagelijks met de fiets naar de trein gaan, gebruiken hiervoor meestal een wat goedkopere, oudere fiets. Ongeveer de helft van alle reizigers komt met de fiets naar het station. In stationsgebieden zijn daarom grote concentraties geparkeerde fietsen. De fietsen staan er vaak voor langere tijd (ten minste acht uur) geparkeerd. Bovendien staan bij treinstations ook in de nachtelijke uren veel fietsen. Dit zijn fietsen die voornamelijk gebruikt worden in het natransport. Goede fietsparkeervoorzieningen op stations dragen bij aan vermindering van de verrommeling en diefstal. Bus-, tram- en metrohaltes De kwaliteit en de locatie van de fietsparkeervoorziening zijn van invloed op de mate van gebruik. Meestal zijn er bij streekvervoerhaltes hoofdzakelijk onbewaakte fietsparkeervoorzieningen. Deze moeten in ieder geval over goede aanbindmogelijkheden beschikken. Voor de gebruikersvriendelijkheid is het bovendien wenselijk dat de rekken overkapt zijn. Door overkappingen te gebruiken die kunnen worden geschakeld, is het eenvoudig om de capaciteit aan overdekte voorzieningen uit te breiden. Voor de locatie gelden de volgende richtlijnen:
[ link ] Figuur 4.4. Een bushalte met grote fietsenstalling aan een zijde van de weg |