| Trappen en treden zijn vooral voor mensen met een motorische beperking moeilijk of niet te overbruggen. Deze moeten daarom zoveel mogelijk worden vermeden of er moet een goed alternatief zijn (hellingbaan/lift). |
| Treden | Optrede 0,15 - 0,18 m; aantrede ≥ 0,30 m. In principe geldt de vuistregel dat de som van de aantrede plus 2 maal de optrede 0,60 à 0,65 m moet zijn. | |
| Tussenbordes | Er is een tussenbordes nodig bij trappen hoger dan 1,80 m | |
| Vrije ruimte | De vrije ruimte aan het begin en het einde van de trap is ≥ 1,5 m | |
| Slipvrij materiaal | De trap is voorzien van slipvrij materiaal, in ieder geval op een deel van elke trede. | |
| Leuning | De trap is voorzien van een leuning | |
| Geleidelijnen | Trappen moeten worden voorzien van een waarschuwingsmarkering bovenaan de trap en de geleidelijn sluit bovenaan de trap altijd aan de rechterzijde aan; aan de onderzijde aan de linkerkant. | |