Jongeren
Over jongeren in de puberleeftijd en jonge adolescenten is de afgelopen jaren steeds meer kennis beschikbaar gekomen. Het is een leeftijdsgroep waarbij het deel van de hersenen dat zorgt voor impulscontrole en beheersing nog niet volledig is ontwikkeld. Verder is er sprake van experimenteren met nieuwe vervoersmiddelen (brommers en scooters, de auto) die meer vragen van voertuigbeheersing, risico-inschatting en zelfbeheersing.
Uit onderzoek blijkt dat er in het algemeen een zwak verband is tussen gedragsintentie en het uiteindelijk vertoonde gedrag. Nu is dat bij jongeren waarschijnlijk nog zwakker dan bij volwassenen. Ten eerste komt dat doordat jongeren impulsiever zijn (niet denken, maar wel doen) en ten tweede doordat hun gedrag minder geautomatiseerd en intuïtief is vanwege een gebrek aan ervaring en routine. Jongeren maken nog bewuste afwegingen, terwijl volwassenen op basis van eerdere ervaringen zonder nadenken vrijwel meteen weten wat voor hen de juiste beslissing is [9.16]. Er is ook verschil in gedrag geconstateerd tussen jongens en meisjes: jongens vinden vaker dan meisjes het bijvoorbeeld niet zo belangrijk zich aan de regels te houden, vinden het niet zo erg onder invloed van alcohol of drugs aan het verkeer deel te nemen en voelen zich minder verantwoordelijk voor de veiligheid van anderen [9.17].
[ link ]
Figuur 78. Nabootsen van een verkeerssituatie heeft als doel inzicht krijgen in het eigen gedrag en de invloed op andere weggebruikers (bron: Stichting TeamAlert)
Interventies voor jongeren
Bij gedragsbeïnvloeding van jongeren door middel van interventies is het zinvol rekening te houden met:
Onderliggende gedragsfactoren
Als jongere (en ook als volwassene) is het gedrag dat iemand vertoont niet alleen zichtbaar in het verkeer, maar ook op andere terreinen. Interventies kunnen zich richten op deze algemene oorzaken, bijvoorbeeld op het voorkomen van ‘onbezonnen acties’ of ‘groepsdruk’. Zie hiervoor ook de campagne ‘Split the risk’ van VeiligheidNL waarbij het gaat om de boodschap ‘Eerst nadenken voordat je iets doet’ [w9.10].
Als jongere (en ook als volwassene) is het gedrag dat iemand vertoont niet alleen zichtbaar in het verkeer, maar ook op andere terreinen. Interventies kunnen zich richten op deze algemene oorzaken, bijvoorbeeld op het voorkomen van ‘onbezonnen acties’ of ‘groepsdruk’. Zie hiervoor ook de campagne ‘Split the risk’ van VeiligheidNL waarbij het gaat om de boodschap ‘Eerst nadenken voordat je iets doet’ [w9.10].
Alle typen vaardigheden
Het gaat niet alleen om het leren van praktische vaardigheden. Het gaat ook om het leren naden ken over het eigen gedrag en het leren keuzes maken onder welke omstandigheden je deelneemt aan het verkeer (hogere-ordevaardig heden, zie paragraaf 9.3.2). Als het over deze ‘hogere-orde’ vaardigheden gaat, leggen veel interventies voor deze leeftijdsgroep de nadruk op het beïnvloeden en stimuleren van de ‘wil’ tot veilig gedrag. Toch is het ook belangrijk om aandacht te hebben voor het oefenen van andere hogere-ordevaardigheden zoals risicoperceptie. Dit punt geldt trouwens ook voor andere doelgroepen, behalve voor jonge kinderen.
Het gaat niet alleen om het leren van praktische vaardigheden. Het gaat ook om het leren naden ken over het eigen gedrag en het leren keuzes maken onder welke omstandigheden je deelneemt aan het verkeer (hogere-ordevaardig heden, zie paragraaf 9.3.2). Als het over deze ‘hogere-orde’ vaardigheden gaat, leggen veel interventies voor deze leeftijdsgroep de nadruk op het beïnvloeden en stimuleren van de ‘wil’ tot veilig gedrag. Toch is het ook belangrijk om aandacht te hebben voor het oefenen van andere hogere-ordevaardigheden zoals risicoperceptie. Dit punt geldt trouwens ook voor andere doelgroepen, behalve voor jonge kinderen.
In de algemene rijopleiding zijn bijvoorbeeld in het theorie-examen gevaarherkenning en meer inzicht toegevoegd en is er een deel ‘zelfstandig rijden’ tijdens het praktijkexamen ingevoerd.
Veilig oefenen
Omdat het verleggen van grenzen essentieel is in de ontwikkeling van de puber en een voorwaarde voor het leren van ‘levenslessen’, moeten er in de sociale en fysieke omgeving van jonge ren voldoende uitdagingen aanwezig zijn waardoor zij hun grenzen kunnen verkennen zonder daarbij de kans te lopen op ernstig letsel.
Omdat het verleggen van grenzen essentieel is in de ontwikkeling van de puber en een voorwaarde voor het leren van ‘levenslessen’, moeten er in de sociale en fysieke omgeving van jonge ren voldoende uitdagingen aanwezig zijn waardoor zij hun grenzen kunnen verkennen zonder daarbij de kans te lopen op ernstig letsel.
Bij het begeleid rijden vanaf 17 jaar doet de jonge automobilist meer rijervaring op onder relatief minder gevaarvolle omstandigheden. Hij kan daarin basale vaardigheden automatiseren waardoor er in zijn brein meer ruimte komt voor juist handelen in onverwachte en bijzondere situaties als hij daarna zelfstandig gaat rijden.
Risicocompensatie
Als de veiligheid van een voertuig toeneemt, neemt meestal ook de snelheid waarmee met het voertuig wordt gereden toe. Dit verschijnsel wordt risicocompensatie genoemd (zie ook paragraaf 5.9.4). Een anti-slipcursus is bedoeld om het risicobewustzijn van de cursist te verhogen, maar wordt meestal gezien als een vaardigheidstraining. Hierbij kan risicocompensatie optreden. Jongeren moeten zich ervan bewust zijn dat het veilige gedrag in een korte training niet voldoende ‘geautomatiseerd’ is en dat ze dus niet onder alle omstandigheden in staat zijn de geleerde vaardigheden te laten zien.
Als de veiligheid van een voertuig toeneemt, neemt meestal ook de snelheid waarmee met het voertuig wordt gereden toe. Dit verschijnsel wordt risicocompensatie genoemd (zie ook paragraaf 5.9.4). Een anti-slipcursus is bedoeld om het risicobewustzijn van de cursist te verhogen, maar wordt meestal gezien als een vaardigheidstraining. Hierbij kan risicocompensatie optreden. Jongeren moeten zich ervan bewust zijn dat het veilige gedrag in een korte training niet voldoende ‘geautomatiseerd’ is en dat ze dus niet onder alle omstandigheden in staat zijn de geleerde vaardigheden te laten zien.
Leeftijdgenoten
Leeftijdgenoten spelen een belangrijke rol in het ontstaan van onveilig verkeersgedrag. Het vraagt moed en sociale vaardigheden om groepsdruk te weerstaan. In educatieve programma’s is er steeds meer aandacht voor dit aspect.
Leeftijdgenoten spelen een belangrijke rol in het ontstaan van onveilig verkeersgedrag. Het vraagt moed en sociale vaardigheden om groepsdruk te weerstaan. In educatieve programma’s is er steeds meer aandacht voor dit aspect.
Verbinding maken met het echte handelen
Kennis en houding volgen een andere route in de hersenen dan daadwerkelijk gedrag. Dit kan betekenen dat het geven van informatie en van argumenten via bijvoorbeeld websites en folders wel kan zorgen voor meer kennis en instemming, maar dat dit nog niet hoeft te betekenen dat mensen (en dus ook jongeren) zich ook anders zullen gaan gedragen. In plaats van proberen te overtuigen, kan er meer nadruk gelegd worden op het handelen zelf, bijvoorbeeld door middel van ‘serious games’ (games met een educatief doel, zie hoofstuk 11). Hiermee kan niet alleen informatie worden overgebracht, maar kunnen jongeren in een virtuele omgeving meteen de link leggen naar handelen [9.13].
Kennis en houding volgen een andere route in de hersenen dan daadwerkelijk gedrag. Dit kan betekenen dat het geven van informatie en van argumenten via bijvoorbeeld websites en folders wel kan zorgen voor meer kennis en instemming, maar dat dit nog niet hoeft te betekenen dat mensen (en dus ook jongeren) zich ook anders zullen gaan gedragen. In plaats van proberen te overtuigen, kan er meer nadruk gelegd worden op het handelen zelf, bijvoorbeeld door middel van ‘serious games’ (games met een educatief doel, zie hoofstuk 11). Hiermee kan niet alleen informatie worden overgebracht, maar kunnen jongeren in een virtuele omgeving meteen de link leggen naar handelen [9.13].
Angstaanjagende voorlichting
Met angstaanjagende voorlichting moet je voorzichtig omgaan. De laatste inzichten laten zien dat als je dit niet goed toepast, er zelfs een averechts effect bij jongeren kan ontstaan [9.11].
Met angstaanjagende voorlichting moet je voorzichtig omgaan. De laatste inzichten laten zien dat als je dit niet goed toepast, er zelfs een averechts effect bij jongeren kan ontstaan [9.11].