Loopoppervlak
Het loopoppervlak moet zo zijn dat mensen in een rolstoel zich makkelijk kunnen voortbewegen en dat mensen niet struikelen of uitglijden.
De richtlijnen voor het loopoppervlak zijn als volgt ():
- Soort verharding
- Volledig verhard met klinkers, tegels, asfalt of beton. - Oneffenheden
- Oneffenheden zijn maximaal 5 millimeter hoog of diep. - Stroefheid verharding
- De verharding is stroef, ook bij slecht weer (stroefheidswaarde ten minste 65 conform NEN2873) (). - Gleuven en mazen
- Gleuven dwars op de looprichting aanbrengen. Gleuven en mazen van roosters en putdeksels zijn smaller dan 2 centimeter. - Afschot/dwarshelling
- De dwarshelling op een looproute is maximaal 1 : 50.
Vlak en stroef
Een voldoende vlak en stroef loopoppervlak medebepalend voor de begaanbaarheid van looproutes. Een vlakke en stroeve bestrating van een looproute is belangrijk voor alle gebruikers. Mensen met een beperkt uithoudingsvermogen of beperkte kracht, rolstoelgebruikers en mensen die een rollator of stok gebruiken, verplaatsen zich moeilijk op een zachte en/of losse ondergrond.
De vlakheid van het loopoppervlak wordt bepaald door de combinatie van het toegepaste materiaal en de voegen (indien aanwezig). Het loopoppervlak dient blijvend vlak en aaneengesloten te zijn. De stroefheid van het materiaal moet gegarandeerd zijn, ook bij bijvoorbeeld regen en vorst.
Gleuven en mazen
Openingen (spleten, gaten in een rooster) in het oppervlak van een looproute mogen niet te groot zijn. Met name voor mensen met krukken of een taststok en voor (geleide)honden kunnen te grote spleten hinderlijk zijn. Ook wielen van een rolstoel kunnen klem komen te zitten als openingen te groot zijn. Een afwateringsgoot dient bij een op-/afrit daarom niet dieper te zijn dan 1 centimeter.
Afschot/dwarshelling
Ook de afwatering moet goed zijn, zodat geen plasvorming optreedt. Hoewel afwatering belangrijk is, moet de dwarshelling niet te groot worden, om mensen die evenwichtsproblemen hebben of zich moeilijk voortbewegen zo min mogelijk te belasten. Wanneer de helling in de dwarsrichting te groot is, hebben rolstoelen, rollators, kinderwagens en dergelijke sterk de neiging om af te wijken naar beneden. Dat kan voor de gebruiker erg vermoeiend of zelfs niet doenlijk zijn.
[ link ]
Figuur 7.14. Maximale dwarshelling bij loopoppervlak (CROW, 2014b)